Ga direct naar:

Gezamenlijke aanpak ganzenschade

22 Okt 2015

Van alle dieren in ons land richten ganzen de meeste landbouwschade aan. Het Faunafonds keert jaarlijks tientallen miljoenen euro’s aan vergoedingen uit. In Fryslân en in Gelderland werken boeren, jagers, terreinbeheerders en overheid aan een gezamenlijke aanpak om ganzenschade te voorkomen en te beperken.

Vanwege de aanwezigheid van veel natte natuur en met meer dan genoeg voedsel, zoals de eiwitrijke graslanden en andere land- en tuinbouwgewassen, hebben vooral kol-, brand- en grauwe ganzen het in Nederland bijzonder naar hun zin. Vooral in de lente eten ze het jonge, eiwitrijke gras en vertrappen en bevuilen ze het land. In Fryslân, waar jaarlijks meer dan 700.000 winterganzen verblijven, zijn ze de grootste schadeveroorzakers. ‘Fryslân biedt ze een prachtig logement met een snackbar ernaast’,  zegt gedeputeerde Johannes Kramer. ‘We hebben de afgelopen jaren een explosieve groei van de winterpopulatie grauwe en kolganzen gehad. De ganzenschade loopt jaarlijks in de miljoenen, dat kan zo niet doorgaan.’

Verslemping

In Gelderland is de Faunabeheereenheid Gelderland verantwoordelijk voor het beheer. Secretaris Teun Achterkamp: ‘In 2005 waren er hier nog 34.000 jaarrond verblijvende ganzen. In 2013 werden er al 118.000 geteld. De grauwe gans is de talrijkste soort met in 2013 ruim 98.000 exemplaren. Doel is dit aantal terug te brengen naar 30.000.’
In 2014 bedroeg de totale ganzenschade in Gelderland 1,5 miljoen euro. ‘Schade aan grasland is de grootste kostenpost, met 90 procent van de totale schade. Het gaat daarbij niet alleen om vraatschade, maar ook om verslemping van de bodem en poep in het gras waardoor beweiding door koeien wordt belemmerd.’

Verontrusten

Wat kunnen boeren doen om ganzenschade te voorkomen? Achterkamp: ‘Boeren in Gelderland mogen zelf ganzen “verontrusten”. Bijvoorbeeld door met een hond of een voertuig het land in te gaan om de ganzen te verjagen. Ook kunnen ze vogelverschrikkers, neproofvogels, flitsmolens, knalapparaten, vogelafweerpistolen, geluidsgolven en schriklinten inzetten, maar menselijke aanwezigheid werkt het best.’
Nadeel van verontrusten is volgens Achterkamp dat het slechts tijdelijk werkt. ‘Bovendien jaag je de dieren naar de percelen van de buren. Zo verplaats je het probleem.’ Hij benadrukt ook dat verontrustingsmiddelen afgewisseld moeten worden. ‘Anders schrikken ze er niet meer van.’
Van het uitvoeren van inrichtingsmaatregelen, zoals aanpassing van de teelt, het plaatsen van rasters of het fluctueren van het waterpeil, zijn in Gelderland noch in Fryslân grootschalige successen bekend. Kramer: ‘Als overheid kunnen we niet veel meer doen. Initiatieven van agrariërs stellen we zeer op prijs. Geen enkel middel is onbespreekbaar.’

Afschot

Zowel Kramer als Achterkamp zien afschot als het meest effectief. Achterkamp: ‘In tegenstelling tot verjaging zonder geweer heeft afschot wel een leereffect op de ganzen. Ze onthouden het gevaar en keren minder snel terug.’ Een andere vorm van schadepreventie is het ontmoedigen van het broeden van ganzen. ‘Daarvoor schieten we in het vroege voorjaar koppelvormende ganzen, maar voor afschot moet wel de jager ingeschakeld worden. Zelf kan de boer eieren behandelen door ze te schudden, te prikken of te dompelen in plantaardige olie, waardoor het embryo zich niet verder ontwikkelt. Dat juichen we toe. Beperking is hierbij wel dat dit niet in natuurgebieden kan; daar zijn de terreinbeheerders verantwoordelijk. Overleg en samenwerking tussen boeren, terreinbeheerders en jagers wordt dan ook zeer aanbevolen.’ Gedeputeerde Kramer deelt die mening: ‘Succes valt of staat bij een goede samenwerking. Is die er niet, dan lukt het niet.’

Rustgebieden

Nederland heeft een EU-verplichting om trekganzen opvang te bieden in rustgebieden. Fryslân heeft daarvoor al in 2007 zogenaamde foerageergebieden aangewezen, in totaal 36.000 hectare. Kramer: ‘In deze foerageergebieden mogen de ganzen hun buikje rond eten. Daarbuiten moet hen het leven zuur worden gemaakt met verjaging en – op kwetsbare percelen – bejaging, in de hoop dat ze kiezen voor de foerageergebieden. Verjagen is een taak voor boeren en jagers. De provincie wil hen daarbij graag ondersteunen, bijvoorbeeld met extra vergoedingen.’ Of deze aanpak werkt, weet Kramer nog niet. ‘Volgend jaar evalueren we, dan kijken we ook welk effect het huidige beleid heeft gehad. Maar het is lastig. Landelijk is er weinig begrip voor het doden van dieren. Je moet goed laveren tussen de verschillende partijen en belangen.’
Gelderland heeft nog geen definitieve rustgebieden aangewezen, maar zal dat nog voor de winter doen, verwacht Teun Achterkamp. ‘Naar verwachting sluit men aan bij de huidige foerageergebieden en vogelrichtlijngebieden (Natura 2000) in de provincie, die nu al bescherming genieten.’

Tegemoetkoming Faunaschade

Faunaschade is schade veroorzaakt door dieren. Denk aan wilde zwijnen die een weiland hebben omgewroet. Ganzenschade valt hier ook onder. Op www.faunaschade.nl kunnen gedupeerde grondgebruikers een tegemoetkoming in de schade aanvragen bij het Faunafonds. Meer informatie is te vinden op www.bij12.nl/faunafonds

Meta informatie van dit bericht

Bij Unit Faunafonds

Vorige bericht

BIJ12 draagt bij aan Goose Management Conference

Volgende bericht

Faunafonds trekt op verzoek provincies zomerplafond ganzenschade in

Over deze unit

Het Faunafonds, bekend als adviseur en uitvoerder van taken op het gebied van onder meer faunaschade aan landbouwgewassen, is een kennis- en adviescentrum en werkt voor burgers, agrarische ondernemers, provincies en het ministerie van EZ.

Naar de overzichtspagina

BIJ12 elders op het internet