Website Verbeterprogramma VHR-monitoring is live
14 juli 2026
Vanaf juli staat de website van het Verbeterprogramma VHR-monitoring (VVM) live, als onderdeel van...
Lees meer
Hoe Ron van Bekkum, projectleider Data, bouwt aan een toekomstbestendige structuur om (bestaande) natuurdata bij elkaar te brengen en beschikbaar te maken.
Data die duurzaam bruikbaar is, onafhankelijk van systemen of processen – dat klinkt vanzelfsprekend, maar is in de praktijk zelden goed geregeld. In het Verbeterprogramma VHR-monitoring (VVM) werkt Ron van Bekkum aan precies die omslag. “Zorg dat je data over zes jaar of langer wél terugvindt,” is zijn simpele maar doeltreffende advies. In dit interview legt hij uit waarom het loskoppelen van data en systeemfunctionaliteit nodig is om te komen tot beter natuurbeheer.
Ron van Bekkum aan het woord in een sessie.
Ron van Bekkum heeft een behoorlijk carrière opgebouwd op het snijvlak van technologie, innovatie en maatschappelijke impact. In zijn loopbaan bracht hij consequent mensen, techniek en vernieuwing bij elkaar – altijd met het doel om échte vooruitgang te realiseren, zowel in de zorg als bij publieke instellingen. Een rode draad in zijn werk is zijn inzet om organisaties meer vrijheid te geven in de omgang met hun data.
Vanuit zijn rol als projectleider Data binnen het VVM zet hij nu in op een robuust en FAIR (Findable, Accessible, Interoperable, Reusable) dataplatform voor natuurbeheer. Zijn missie is helder: “Denk vanuit data, niet vanuit systemen.”
Volgens Ron wordt data in veel organisaties nog steeds beschouwd als een bijproduct van software. “Veel maatschappelijke instellingen gebruiken gesloten IT-systemen waarbij data vastzit in de applicatie. Wil je iets anders doen met die data, dan moet je terug naar de leverancier van die applicatie – en ben je beperkt in je mogelijkheden. Die afhankelijkheid – vendor lock-in – belemmert innovatie en duurzaam gezamenlijk gebruik van gegevens.”
Natuurbeheer vraagt om lange termijn inzicht: beheerplannen worden opgesteld, maatregelen uitgevoerd en effecten gemonitord – vaak over periodes van zes jaar of meer. “Elke keer opnieuw data verzamelen is inefficiënt, terwijl veel van die data er al is,” legt Ron uit. “Alleen het zit verspreid, in IT-systemen die niet met elkaar praten, of erger nog – in een Excelbestand dat alleen op één laptop staat.”
Het loskoppelen van data van de systemen waarin ze ontstaan, is volgens Ron essentieel. “Data moet leidend zijn. Applicaties zijn dienstbaar aan het beheren, analyseren en ontsluiten van die data – niet andersom.”
FAIR-principes bieden volgens Ron niet alleen technische houvast, maar ook een manier van samenwerken. Door data vindbaar en herbruikbaar te maken, kunnen verschillende partijen – van provincies tot terreinbeheerders en ecologen – beter samenwerken en verantwoordelijkheid delen. “Het gaat uiteindelijk om het verkrijgen van inzicht in een ecosysteem: hoe functioneert een ecosysteem en wat is het effect van ingrepen? Alleen met goede data kun je zaken duiden, conclusies trekken en daarover zinnig beleid maken.”
En dat vraagt om meer dan alleen technologie. “FAIR betekent ook afspraken maken over eigenaarschap, actualiteit en kwaliteit van de data. Wie is verantwoordelijk voor welke data, en onder welke voorwaarden is die toegankelijk?”
De grootste bottleneck zit volgens Ron vaak niet in de data zelf, maar in de manier waarop deze wordt opgeslagen. “Veel kennis zit in mappenstructuren of – nog erger – in het hoofd van iemand die eigenlijk al met pensioen is. Dan ben je afhankelijk van toevallige vindbaarheid.”
Het programma werkt daarom aan automatische metadatering, standaardformaten en gestandaardiseerde ontsluiting. Niet met het doel om alles op één plek te zetten, maar om vindbaarheid en bruikbaarheid te garanderen. “Het is prima als data decentraal staat. Als het maar goed wordt beheerd én vindbaar is.”
Hoewel veel partijen aan de slag zijn met hun datahuishouding, is er volgens Ron nog veel winst te behalen in het denken over data. “Er is een verschil tussen data registreren omdat het moet – bijvoorbeeld voor een subsidie – en data beheren omdat je er later iets mee wilt kunnen doen.”
Die omslag vraagt volgens hem om bewustwording én cultuurverandering. “Transparantie betekent ook controleerbaarheid. Dat is spannend, maar noodzakelijk als je wilt leren van wat je doet. Data delen is niet alleen een technische kwestie, het gaat ook over vertrouwen en samenwerken.”
Ron werkt binnen het programma nauw samen met IV-projectleider Adam Chapman. Waar data draait om de inhoud, richt informatievoorziening zich op de softwaretoepassingen eromheen. “IV ondersteunt mensen in hun werk met de juiste software tools. Maar die tools moeten zo ingericht zijn dat ze de data niet vastpinnen. Want data moet ook over twintig jaar nog beschikbaar zijn ook als er dan weer andere veelgebruikte software tools in gebruik zijn.”
“Het begint met databewustzijn,” stelt Ron. “Veel mensen in het veld werken met hart en ziel aan natuurbehoud en -herstel, maar zijn zich niet altijd bewust van de waarde van data voor de lange termijn. Als we in het veld meer oog krijgen voor de waarde van data – niet alleen nu, maar juist voor de toekomst – kunnen we betere keuzes maken. Voor onszelf, maar vooral voor de natuur.”