Schade voorkomen met Faunaschade PreventieKits (FPK's)

Om faunaschade aan landbouwgewassen door beschermde diersoorten te voorkomen, zijn preventieve maatregelen nodig. Hiervoor zijn FaunaschadePreventieKits (FPK’s) samengesteld. Elke FPK bevat een set aan preventieve maatregelen om faunaschade door deze diersoort(en) te voorkomen. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade, is meestal minimaal één maatregel uit de FPK van de betreffende diersoort(en) nodig. Dit hangt af van de gewascategorie. Ook zijn er uitzonderingen per diersoort en provincie.

Gewascategorie

De benodigde preventieve maatregelen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade hangen niet alleen af van de diersoort(en), maar ook van de gewascategorie. Hierbij geldt: hoe hoger de standaardopbrengst van het gewas, hoe meer preventieve maatregelen meestal nodig zijn.

In onderstaande tabel zijn de gewassen op basis van standaardopbrengst ingedeeld in vier gewascategorieën: laagsalderend, laagsalderend met kwetsbare periode, middensalderend en hoogsalderend.

Tabel met gecategoriseerde gewassoorten
Gewas Categorie standaardopbrengst gewas
Aardappelen, consumptie midden
Aardappelen, poot midden
Aardappelen, zetmeel midden
Aardbei hoog
Aardperen midden
Andijvie hoog
Appels hoog
Asperges, groen midden
Asperges, wit midden
Bladrammanas, zaadteelt midden
Blauwe bes hoog
Blauwmaanzaad laag
Bloembollen en knollen hoog
Bloemkool hoog
Bloemsierteelt hoog
Boerenkool hoog
Bonen, overig laag
Bonen, tuinboon laag
Boomkwekerij hoog
Bos- en bosaanplant hoog
Broccoli hoog
Brouwgerst laag met kwetsbare periode
Bruine bonen laag met kwetsbare periode
Chinese kool hoog
Cichorei midden
Courgette hoog
Cranberry hoog
Druif hoog
Erwten midden
Fruitbomen hoog
Gerst, winter- laag met kwetsbare periode
Gerst, zomer- laag met kwetsbare periode
GPS (gehele plant Silage) laag
Grasland, blijvend laag
Grasland, nieuw ingezaaid laag met kwetsbare periode 
Graszaad, Engels raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Italiaans raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Rietzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Roodzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Veldbeemd laag met kwetsbare periode
Graszoden midden
Griendje midden
Groenbemester, zaadteeld midden
Haver laag met kwetsbare periode
Hennep laag
Hennep, vezel- laag
Kapucijners laag
Karwijzaad laag
Kers hoog
Kikkererwten midden
Klaver laag
Knoflook midden
Knolselderij, productie midden
Knolvenkel/venkel Hoog
Koolraap midden
Koolrabi hoog
Koolzaad, winter (ook boterzaad) laag
Koolzaad, zomer (ook boterzaad) laag
Krokussen hoog
Kroten/rode bieten, productie midden
Kruiden hoog
Luzerne laag
Mais, corncob mix laag met kwetsbare periode
Mais, korrel- laag met kwetsbare periode
Mais, snij- laag met kwetsbare periode
Mais, suiker- laag met kwetsbare periode
Meloen, productie hoog
Olifantsgras (Miscanthus) laag
Onbeteeld n.v.t.
overig kool hoog
Overige Akkerbouwgewassen midden
Overige kleinfruit hoog
Pastinaak, productie hoog
Peen grove peen / winterwortelen midden
Peen, bospeen midden
Peen, fijne of waspeen midden
Peren hoog
Peulen hoog
Pit- en steenvruchten hoog
Platte witte kool hoog
Pompoen midden
Pot- en containervelden hoog
Prei hoog
Pruimen hoog
Quinoa midden
Rabarber, productie hoog
Radijs, productie hoog
Riet laag met kwetsbare periode
Rode spitskool hoog
Rodekool hoog
Rogge laag met kwetsbare periode
Savooiekool hoog
Schorseneren midden
Selderij, bleek- en groen-, productie hoog
Sierfruit hoog
Sla hoog
Snijrogge laag met kwetsbare periode
Sojabonen laag
Sorghum laag met kwetsbare periode
Spelt laag met kwetsbare periode
Spercieboon / stamslaboon midden
Spinazie laag
Spitskool hoog
Spruitkool hoog
Suikerbiet midden
Tarwe, winter- laag met kwetsbare periode
Tarwe, zomer- laag met kwetsbare periode
Triticale laag met kwetsbare periode
Uien, plant midden
Uien, poot midden
Uien, rode zaai- midden
Uien, zaai midden
Uien, zilver midden
Veldbonen laag
Vlas, winter- midden
Vlas, zomer- midden
voederbiet midden
Wijndruiven hoog
Witlof midden
Witte kool hoog
Zeekraal midden

Hieronder staat per gewascategorie aangegeven hoeveel preventieve maatregelen uit een FPK minimaal nodig zijn om schade door deze diersoort(en) te voorkomen. Hierop zijn een aantal uitzonderingen per provincie en per diersoort, waarvoor geen of minder preventieve maatregelen nodig zijn. Deze uitzonderingen staan hieronder ook vermeld.

Bij uw aanvraag voor een tegemoetkoming in faunaschade via MijnFaunazaken, geeft u aan welke preventieve maatregelen genomen zijn. Wij toetsen of dit voldoet aan de eisen op grond van de diersoort(en), de gewascategorie en de beleidsregels van uw provincie.

Laagsalderende gewasssen

Voor laagsalderende gewassen zonder kwetsbare periode zoals blijvend grasland, is verjaging door menselijke aanwezigheid of het nemen van minimaal één preventieve maatregel vereist. Dit geldt ook voor schade aan laagsalderende gewassen met kwetsbare periode, als de schade buiten deze kwetsbare periode plaatsvindt.

Verjaging door menselijke aanwezigheid betekent, dat de schadeveroorzakende diersoort minimaal twee keer per dag door een mens wordt weggejaagd van het perceel.

Voor nachtactieve diersoorten zoals das en wild zwijn, is verjaging door menselijke aanwezigheid niet vereist.

Laagsalderende gewassen met kwetsbare periode

Een aantal laagsalderende gewassen hebben een kwetsbare periode. Dit zijn onder meer mais, granen, graszaad en nieuw ingezaaid grasland (tot zes maanden na inzaai). Voor granen loopt deze periode van het zaaimoment tot de fase van aarvorming, en voor mais tot het vijfde bladstadium.

Tijdens de kwetsbare periode vallen deze gewassen in de categorie middensalderend in plaats van laagsalderend. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, zijn in deze periode twee maatregelen uit de betreffende FPK’s nodig. De reden hiervoor is dat preventieve maatregelen in deze kwetsbare periode veel schade kunnen voorkomen.

Uitzondering: In de provincie Zeeland is voor laagsalderende gewassen in de kwetsbare periode maar één preventieve maatregel vereist.

Midden- en hoogsalderende gewassen

Bij midden- en hoogsalderende gewassen zijn minimaal twee preventieve maatregelen verplicht om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade. Om schade door zoogdieren aan gewassen met een hoge standaardopbrengst te voorkomen, wordt een deugdelijk raster vereist.

Uitzonderingen per diersoort en provincie

Op dit moment zijn er geen preventieve maatregelen nodig voor schade aan laag- en middensalderende gewassen door wilde zwijnen, omdat er in de FPK hiervoor geen redelijke maatregelen staan. Voor schade door wilde zwijnen aan hoogsalderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn. Let op: in de meeste situaties is bestrijding wel vereist.

Ook voor schade door dassen aan laag- en middensalderende gewasssen zijn geen preventieve maatregelen nodig, omdat er in FPK hiervoor geen redelijke maatregelen staan. Voor schade door dassen aan hoogsalderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn, met uitzondering van de provincies Limburg, Groningen en Friesland. Voor deze provincies zijn er voor hoogsalderende gewassen ook geen preventieve maatregelen nodig.

Overzicht FPK’s

In onderstaande FPK’s leest u meer over de verschillende preventieve maatregelen per diersoort of groep diersoorten. Let op: naast het nemen van preventieve maatregelen is voor het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten vaak een vergunning nodig. Hiervan moet u adequaat gebruikmaken. Over adequaat gebruik van de Omgevingsvergunning leest u meer op de pagina Schade bestrijden.

Controleer ook altijd of u een middel voor een maatregel uit een FPK in uw situatie mag inzetten. Er kan bijvoorbeeld een Omgevingsvergunning nodig zijn vanwege een flora- en fauna-activiteit. Uw provincie weet hier meer over. Of doe de vergunningencheck op het Omgevingsloket.

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over het nemen van preventieve maatregelen? Neem dan contact met BIJ12 via 085 – 486 22 22 of info@mijnfaunazakenbij12.nl.