Monitoring Ulvenhoutse Bos in kaart dankzij Handreiking Monitoring Omgevingscondities

Gepubliceerd op: 28 september 2026

De voortouwnemers, -provincies, Defensie en Rijkswaterstaat-, zijn verantwoordelijk voor het behoud en herstel van beschermde habitattypen en doelsoorten in Natura 2000-gebieden. Naast het monitoren van dieren werken ze nu ook aan plannen om de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en waterpeil in deze gebieden te monitoren. De Provincie Noord-Brabant gebruikte daarvoor de Handreiking Monitoring Omgevingscondities van het Verbeterprogramma VHR-monitoring. Dat leverde een concreet monitoringsplan op voor het Ulvenhoutse Bos, een van de oudste loofbossen van ons land.

Ten zuidoosten van Breda, langs de Broekloop en de Bavelse Leij, ligt het Ulvenhoutse BosDeze link opent in een nieuw tabblad, een bosgebied van zo’n 112 hectare groot, ingeklemd tussen woonwijken, wegen en agrarisch land. Hoe klein het bos ook, hier vind je bijzondere soorten, zoals witte klaverzuring, slanke sleutelbloem, witte rapunzel, knikkend nagelkruid en dieren als verschillende soorten vleermuizen en vrijwel alle soorten spechten.

Het bos bestaat uit droog beuken-eikenbos, vochtig eiken-haagbeukenbos en het natte broekbos, en is een echt kwelgebied. De kwaliteit van het kwelwater staat echter onder druk door de uitspoeling van basen door een te hoge stikstofdepositie. De Provincie Noord-BrabantDeze link opent in een nieuw tabblad en StaatsbosbeheerDeze link opent in een nieuw tabblad voeren al met succes verschillende natuurherstelmaatregelen uit om de natuur te herstellen.

Ulvenhoutse bos. Foto: Arno Braam.

Monitoringsplannen

Maar wat levert dat op? Om die maatregelen beter te monitoren heeft de Provincie Noord-Brabant door Stichting BargerveenDeze link opent in een nieuw tabblad in 2024 een monitoringsplan laten opstellen voor het Ulvenhoutse Bos. Tegelijk heeft ook Witteveen+BosDeze link opent in een nieuw tabblad een monitoringsplan opgesteld voor een ander Brabants natuurgebied, de Langstraat. Beide plannen zijn gemaakt op basis van de Handreiking Monitoring Omgevingscondities 1.0, de laatste versie die destijds beschikbaar was. Doel van de uniforme systematiek in deze handreiking is om voortouwnemers te ondersteunen bij het beter monitoren van omgevingscondities voor systeemherstel. Uniformiteit is belangrijk aangezien het behalen van Natura 2000-doelen landelijk wordt getoetst.

Knikkend nagelkruid in het Ulvenhoutse bos. Foto: Fiona Franken.

De basis van de Handreiking Monitoring OmgevingsconditiesDeze link opent in een nieuw tabblad is in 2021 gelegd op initiatief van de provincie Gelderland voor de monitoring van haar omgevingscondities en is de afgelopen jaren dankzij een pilot en het meenemen van inzichten en ervaringen uit de praktijk verder ontwikkeld tot een pragmatisch document voor de dagelijkse praktijk van het opstellen van monitoringsplannen.

En dat pragmatische is wat de Provincie Noord-Brabant zo aansprak, vertelt Huub van den Brink, coördinator natuurmonitoring bij de provincie. “De reden dat wij ervoor kozen om gebruik te maken van de Handreiking 1.0 is dat wij meerwaarde zien in uniforme monitoring, precies zoals VVM voor ogen heeft. Toen ons werd gevraagd om deze handreiking te testen in de pilot, deden we dan ook graag mee. De handreiking geeft je eigenlijk veel rust als opdrachtgever van een monitoringsplan omgevingscondities. Het helpt je concreet te worden richting opdrachtnemer(s) over wat je precies wilt. Verder maakt de Handreiking het voor opdrachtnemers eenvoudiger om in te schatten wat voor werk er precies nodig is en waar het grootste deel van het werk in gaat zitten.”

Van den Brink raadt andere voortouwnemers dan ook aan om de handreiking te gebruiken bij het maken van monitoringsplannen omgevingscondities. “Het maakt het makkelijker voor het begrip over en weer. Als je een heel duidelijk proces hebt en een gedragen eindbeeld, dan is het gewoon beter daarop te sturen dankzij de handreiking. De Handreiking maakt het proces navolgbaarder en efficiënter voor iedereen.”

Witte rapunzel. Foto: Fiona Franken

Wat Van den Brink wel adviseert is om er de tijd voor te nemen. “Een normaal traject voor het opstellen van een monitoringsplan is ongeveer zes maanden. We hebben het plan voor het Ulvenhoutse Bos in vier maanden gedaan en dat was, achteraf gezien, wat krap.”

Onmisbaar bij het maken van de monitoringsplannen is de nauwe samenwerking met partners. Van den Brink: “We hebben Staatsbosbeheer en Waterschap Brabantse Delta vanaf het begin betrokken bij het opstellen van het monitoringsplan omgevingscondities. Zij weten als geen ander of de meetpunten die wij achter het bureau hebben ingetekend indicatief zijn voor de werking van het systeem en bereikbaar zijn. Een succesvol meetnet hangt immers ook af van de toegankelijkheid van meetpunten.”

Uitvoering van de monitoring

Nu dat de monitoringsplannen van de twee natuurgebieden er liggen is de volgende stap volgens Van den Brink het opstellen van monitoringsplannen voor alle habitatrichtlijngebieden in Brabant, volgens de vernieuwde 3.0 versie van de Handreiking. “Daarna gaan we pas over tot de uitvoering van de monitoring in zowel het Ulvenhoutse Bos als de Langstraat. Daar is nog veel voorbereiding voor nodig. De belangrijkste eerste stap is het verkrijgen van duidelijkheid over structurele financiële middelen.”

Op dit moment is het nog niet duidelijk of de provincies een bijdrage ontvangen van het Rijk voor de monitoring van de omgevingscondities. Tot op dat vlak duidelijkheid komt, kan de organisatie van de nieuw voorgestelde meetnetten nog niet worden uitgewerkt.

Inmiddels heeft de Provincie Noord-Brabant vanuit het Rijk wel al geld gekregen om voor zes andere natuurgebieden monitoringsplannen op te stellen, namelijk de Biesbosch, Brabantse Wal, Groote Peel, Strabrechtse Heide & Beuven, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en Deurnese- en Mariapeel. “Sinds afgelopen juni zijn we daarmee gestart”, vertelt Van den Brink. “Daarin nemen we mee wat we hebben geleerd bij het Ulvenhoutse Bos en de Langstraat. En natuurlijk maken we daarvoor weer gebruik van de Handreiking Monitoring Omgevingscondities.”

Het Ulvenhoutse bos is echt een kwelgebied. Foto: Arno Braam.

 

Een meetnet omgevingscondities is een effectief meetnet

Het monitoren van omgevingscondities biedt volgens Van den Brink een groot voordeel. “Je ziet eerder effecten van natuurherstelmaatregel dan wanneer je alleen kijkt naar doelbereik. Ook zie je eerder welke externe invloeden, zoals klimaatverandering, impact hebben. Omgevingscondities is misschien wel een waardevoller meetnet dan je doelbereik om te begrijpen wat er waarom gebeurt in een gebied. Nu word je bij wijze van spreken voor een gebied afgerekend op het aantal kamsalamanders dat er leeft, of de oppervlakte droge heide. Voor de bijsturing in je gebied is het echter nuttiger om te weten of waterpoelen in open verbinding staan met de beek, waardoor vis in je poelen komt. Of dat bijvoorbeeld de droge heide langdurig inundeert. Zo kun je voorspellen dat het niet goed gaat of zal gaan met een soort of een habitattype, en kun je eerder bijsturen.”

Lees meer over de programmalijn Omgevingscondities.

Download de Handreiking Monitoring Omgevingscondities.Deze link opent in een nieuw tabblad

Gerelateerd nieuws