Passende beoordeling (Stikstof)

Bijgewerkt op: 08 april 2026

Projecten (of plannen) die mogelijk negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden hebben, moeten passend worden beoordeeld (zie art. 16.53c, eerste lid Omgevingswet). Op deze pagina staat informatie voor de Passende Beoordeling van projecten in relatie tot de drukfactor stikstof. De Passende Beoordeling volgt na de Voortoets Stikstof, als op grond van objectieve gegevens blijkt dat een significant negatief effect van het project (of plan) op een Natura 2000-gebied niet op voorhand is uit te sluiten.

Waarom is een Passende Beoordeling nodig?

Een Passende Beoordeling is nodig om zeker te stellen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Dit is het geval wanneer er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat er geen schadelijke gevolgen zijn. Zie daartoe de PAS-uitspraak (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 1.8. en r.o. 17.5Deze link opent in een nieuw tabblad). Vaak is stikstof een relevante drukfactor. Om de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden kaart te brengen, moet gebruik worden gemaakt van AERIUS CalculatorDeze link opent in een nieuw tabblad (zie artikel 4.15 Omgevingsregeling).

Hoe wordt een Passende Beoordeling uitgevoerd?

Een Passende Beoordeling is vormvrij, maar heeft wel een aantal vereisten. Eén van die vereisten is dat zij ingaat op alle potentiële gevolgen van het project waarvoor de vergunning wordt aangevraagd in relatie tot de kwaliteit van een Natura 2000-gebied. Naast stikstof kunnen ook andere drukfactoren een rol spelen. Er kan gebruik worden gemaakt van onderzoeken die niet specifiek voor het project zijn opgesteld, maar dan moet de betekenis van deze informatie wel worden doorvertaald naar dit specifieke project.

Mitigerende maatregelen

In de Passende Beoordeling mag -anders dan bij de Voortoets- rekening worden gehouden met de effecten van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen zoals het inzetten van interne of externe saldering of verleasen. Daarbij is wel vereist dat de positieve effecten van deze maatregelen vaststaan en dat deze maatregelen additioneel zijn.

Wanneer er, ondanks eventuele mitigerende maatregelen, (nog steeds) sprake is van een significant negatief effect, kan worden onderzocht of de vergunning te verlenen is met de ADC-toets (zie art. 8.74b, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving). De ADC-toets heeft strenge vereisten, dus dat zal vaak niet het geval zijn.

Belangrijke aspecten

Voor de beoordeling van de gevolgen van een project voor een Natura 2000-gebied in een Passende Beoordeling zijn verder de volgende aspecten van belang (zoals ook volgt uit ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603Deze link opent in een nieuw tabblad):

  1. Instandhoudings- en passende maatregelen en autonome ontwikkelingen kunnen in de Passende Beoordeling worden betrokken bij het bepalen van de staat van instandhouding van de natuurwaarden. Deze autonome ontwikkelingen mogen alleen in een Passende Beoordeling worden betrokken als deze voordelen ten tijde van de Passende Beoordeling vaststaan. Bijvoorbeeld het schoner worden van verkeer.
  2. Instandhoudingsmaatregelen, passende maatregelen en beschermingsmaatregelen kunnen in een Passende Beoordeling worden betrokken als de verwachte voordelen daarvan ten tijde van die beoordeling vaststaan.
    – De hierboven genoemde maatregelen moeten zijn uitgevoerd ten tijde van het opstellen van de ecologische Natura 2000-toets. Er mag dus in de Passende Beoordeling géén rekening worden gehouden met nog te treffen beheermaatregelen. Er mag alleen rekening worden gehouden met het positieve effect van de maatregelen voor de instandhoudingsdoelstelling als dat positieve effect ook vast staat.
  3. Autonome ontwikkelingen mogen niet betrokken worden bij de beoordeling van de vraag of de negatieve gevolgen van de toedeling van de depositieruimte kunnen worden voorkomen of verminderd. De autonome ontwikkeling is dus geen mitigerende maatregel.
  4. De rechtstreekse gevolgen van het te beoordelen project (zowel de positieve als de negatieve) dienen in het kader van mitigatie per areaal van een habitattype onderzocht te worden.
  5. Daarnaast moet worden aangegeven welke maatregelen in een Passende Beoordeling betrokken worden. Mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen in een Passende Beoordeling, compenserende maatregelen horen expliciet in de ADC-toets.
  6. Ook is relevant welke uitgangssituatie voor de toestand van het Natura 2000-gebied meegenomen wordt bij de beoordeling van de gevolgen van het project. De feitelijke situatie in het Natura 2000-gebied is hierbij de uitgangssituatie, oftewel de ten tijde van de besluitvorming van het project bestaande staat van instandhouding van de habitattypen en soorten en de actuele achtergrondwaarden en hydrologische situatie.

Voortoets of Passende Beoordeling?

Soms is niet duidelijk of een rapport te karakteriseren is als een Voortoets of een Passende Beoordeling. Bij het maken van het onderscheid is het goed om te weten dat in een Voortoets geen mitigerende maatregelen mogen worden betrokken en dat een Voortoets alleen mag worden gebaseerd op objectieve gegevens die zijn afgeleid uit bestaande en beschikbare informatie. Voor meer informatie, zie de einduitspraak over het Porthos project (ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3129Deze link opent in een nieuw tabblad, r.o. 10-10.5).