PAS Melders

Op 1 juli 2015 begon het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Tijdens dit programma gingen activiteiten met weinig stikstofneerslag onder voorwaarden door. Dit kon met een melding onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Het programma was bedoeld om toestemming te geven voor activiteiten die stikstofneerslag veroorzaakten. En om de lasten van de initiatiefnemers van deze activiteiten te verlichten.

Uitspraak Raad van State

Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State (RvS) dat het PAS in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn. De Europese Unie maakte de habitatrichtlijn om de biologische biodiversiteit in Europa te beschermen. De RvS oordeelde dat projecten die stikstofneerslag veroorzaken, verplicht een vergunning moeten aanvragen op basis van de Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet). Gevolg hiervan is dat projecten die onder het PAS geen vergunning nodig hadden, nu toch een vergunning nodig hebben. Op 28 februari 2022 is daarom het legalisatieprogramma vastgesteld om de PAS-meldingen te legaliseren.

Proces van legalisering PAS-meldingen

In onderstaande tabel wordt beknopt het proces van het omzetten van een PAS-melding weergegeven. Daarna worden de verschillende stappen toegelicht.

StapActie
1: GegevensPAS-melders die gelegaliseerd wilden worden hebben gegevens en AERIUS berekening aangeleverd.
2: VerificatieDe gegevens worden door het bevoegd gezag geverifieerd. In de meeste gevallen is dit de betreffende provincie of omgevingsdienst.
3: BerichtNa afronding van de verificatie ontvangen PAS-melders hierover bericht.
4: OntwikkelruimteEr wordt gekeken of er voldoende stikstofruimte beschikbaar voor de depositie van de melding. Als die ruimte er is en de melding aan alle voorwaarden voldoet, dan kan er in principe vergund worden.
5: VergunningDe melding wordt door het bevoegd gezag omgezet in een vergunning.
6: BerichtMelders ontvangen bericht van het bevoegd gezag.

Stap 1: Gegevens

Om de benodigde depositieruimte tijdig in kaart te brengen, moesten PAS-melders voor 30 november 2022 hun gegevens bij de RVO aanleveren. Aan de hand van deze gegevens controleert het bevoegd gezag of de melding in een vergunning omgezet kan worden. Als er in de tussentijd een handhavingsverzoek komt, kunt u hiermee ook aantonen dat u uw gegevens heeft ingediend voor het traject PAS-meldingen met zicht op legalisatie. Melders die na deze datum hun gegevens hebben ingeleverd, komen niet in aanmerking voor legalisatie op basis van het legalisatieprogramma.

Melders die voor 30 november 2022 hun gegevens ter legalisering van hun PAS-melding hebben aangeleverd bij de RVO en deze willen wijzigen of aanvullen, kunnen deze informatie indienen bij het bevoegd gezag (veelal de provincie).

 

Stap 2: Verificatie

Na het insturen van de gegevens bij de RVO controleert het bevoegd gezag de gegevens. Voldoet de melder aan de voorwaarden? Klopt de referentiesituatie? Zijn alle benodigde gegevens ingestuurd om een vergunning te krijgen?

Misschien zijn de gegevens niet compleet. Of is er een fout gemaakt. In dat geval ontvangen meldingen een brief waarin het bevoegd gezag vraagt om meer informatie. De ontbrekende informatie moet dan worden opgestuurd naar het bevoegd gezag, die de gegevens opnieuw controleert. Als de gegevens dan nog niet compleet zijn, kan het zijn dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen.

Waar worden de gegevens op gecontroleerd?

Er wordt getoetst op basis van de voorwaarden voor de Natura 2000-activiteit van de Omgevingswet. Met andere woorden: de PAS-meldingen worden getoetst op basis van de regels die gelden voor reguliere vergunningaanvragen. Dit houdt onder andere in dat ook alle transportbewegingen van gemotoriseerde voertuigen (die te relateren zijn aan de bedrijfsactiviteit) dienen te worden meegenomen in de AERIUS-berekening (deze bronnen werden voorheen niet altijd in de PAS-meldingen meegenomen). Ook houdt dit in dat de berekening met de meest recente versie van AERIUS Calculator dient te worden uitgevoerd. Het enige verschil met toetsing ten opzichte van reguliere vergunningaanvragen is dat benodigde stikstofdepositieruimte voor de legalisatie van PAS-meldingen afkomstig moet zijn uit de bronmaatregelen die door het Rijk worden genomen.

Kader verifiëren meldingen

Bij het verifiëren van PAS-meldingen vormen het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit (Ob) het kader voor de bevoegde gezagen.

Stappenplan
  1. Als eerste wordt nagegaan of het legaal houden nog nodig is, op basis van de uitvraag waartoe in het BO van mei is besloten. Dit is bijvoorbeeld niet het geval als na het doen van de melding een in rechte vaststaande vergunning verleend is of de activiteit reeds beëindigd is. Ook wordt in een Voortoets beoordeeld of op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat een project op zichzelf of in combinatie met andere projecten significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied.
  2. Het bevoegd gezag verifieert op basis van de aangeleverde bewijsstukken of één van de situaties [2] van toepassing was op 29 mei 2019 [3], conform eerder verstuurde Kamerbrief:
    • Het project was volledig gerealiseerd, installaties, gebouwen en infrastructuur e.d. waren opgericht.
    • Het project was weliswaar nog niet volledig gerealiseerd, maar de initiatiefnemer had aantoonbaar stappen gezet met het oog op volledige realisatie.
    • Het project was weliswaar nog niet aangevangen, maar daarvoor waren wel al aantoonbaar onomkeerbare, significante investeringsverplichtingen aangegaan.
  3. Het bevoegd gezag verifieert of de toenmalig ingevoerde gegevens nog juist zijn. Enkel meldingen met juiste en dus zo nodig geactualiseerde invoergegevens, kunnen legaal gehouden worden. Ook wordt door een nieuwe berekening de berekende depositiebijdrage geactualiseerd met de op dat moment voorgeschreven versie van AERIUS Calculator, zodat de berekende depositiebijdrage gebaseerd is op de thans best beschikbare wetenschappelijke kennis. Ten behoeve van deze verificatie moet worden gecontroleerd of aan de volgende criteria wordt voldaan:
    • De gebruikte referentiesituatie en overige uitgangspunten en aannames van de berekening zijn juist, conform de huidige inzichten of worden zo nodig geactualiseerd op basis van de nieuwste modelleringsinzichten (emissiefactoren, gebouwmodule, geforceerde beluchting, etc.) door de initiatiefnemer.
    • De berekende beoogde situatie komt in grote lijnen overeen met de feitelijke situatie. Er zijn beperkte aanpassingen mogelijk:
      • Emissie-kenmerken (hoogte, warmte-inhoud);
      • Coördinaten;
      • Stalsysteem: alleen systeem met minder emissie en maximale afwijking kenmerken en coördinaten conform bovenstaande en alleen binnen gemelde letter (diersoort);
      • Wijziging kleine niet-veehouderij/industriële bronnen zoals mobiele werktuigen.
    • Gewijzigde situatie die bewezen tot minder stikstofdepositie leidt op alle hexagonen in Natura 2000-gebieden, in vergelijking tot de gedane PAS-melding.
    • De hoogst berekende stikstofdepositie op een naderend overbelast stikstofgevoelig relevant hexagoon in een Natura 2000-gebied was 1,00 mol/ha/jr bij het indienen van de melding [4]. Het bevoegd gezag denkt mee of intern salderen de depositie omlaag kan brengen (niet beperkt tot de gevallen waar de grens van 1,00 mol/ha/jr aan de orde is).
      • Als op basis van een nieuwe AERIUS-berekening blijkt dat de maximale depositie nu hoger is dan 1,00 mol/ha/jr (bijvoorbeeld omdat de PAS- referentiesituatie niet meer gebruikt kan worden en de referentiesituatie nu een oudere milieutoestemming kan zijn -met minder rechten-, door gebruik van nieuwe modellen of als gevolg van aanwijzen nieuwe leefgebieden in 2017), blijft het de opgave voor de overheid om de melding legaal te houden.
    • De betreffende activiteit was meldingsplichtig.
  4. Interimmers met een melding komen in aanmerking voor legalisatie, indien zij ten tijde van de melding een totaal projecteffect (interim-situatie + melding) hadden van maximaal 1,00 mol. Interimmers zijn activiteiten die zijn gestart of uitgebreid voordat de Habitatrichtlijn goed was geïmplementeerd in de Nederlandse wet, en die daarom soms geen rechtmatig toestemmingsbesluit hebben.

Voorbeeld ter illustratie:

  • Bedrijf is op 1 januari 1990 opgericht zonder natuurvergunning voor het aspect stikstof.
  • Bedrijf houdt sindsdien 100 koeien. Betreffende depositie is maximaal 0,5 mol.
  • Op 1 januari 2016 is de stal voor 50 extra koeien uitgebreid, waarvoor een melding is gedaan.
  • Additionele depositie is 0,3 mol.
  • Totale nieuwe depositie is hier dus 0,8 mol

De initiatiefnemer blijft verantwoordelijk voor het indienen van een juiste aanvraag met correcte berekening als onderdeel van het vergunningtraject. Het bevoegd gezag zal de initiatiefnemer adviseren hoe dit mogelijk is en de aanvraag beoordelen.

Bronnen

  1. Kamerbrief 24 april jl.
  2. Nader gespecificeerd in de Beleidsregels salderen oktober 2022 (bijgewerkt op 25-01-2024) van de provincie d.d. 10 december 2019 in artikel 5, lid 8.
  3. In sommige gevallen zal het niet mogelijk blijken om de status op deze datum niet vast te stellen. In die gevallen wordt uitgegaan van het eerstvolgende moment dat dit wel vastgesteld kan worden.
  4. Op basis van de destijds gehanteerde invoergegevens en de destijds voorgeschreven versie van AERIUS Calculator.

Stap 3: Bericht

Na afronding van de verificatie ontvangen PAS-melders hierover bericht van het bevoegd gezag, de provincie.

Stap 4: Ontwikkelruimte

Een project kan alleen een vergunning krijgen als de overheid aan een aantal voorwaarden voldoet. De overheid zorgt voor een passende beoordeling waaruit moet blijken dat de projecten die een vergunning krijgen de natuur niet mogen schaden. Tegenover elke berekening met een stikstofstijging zet de overheid een stikstofdaling.

Het Rijk voert hiervoor bronmaatregelen uit. Dat zijn maatregelen voor een groep of type onderneming, die ervoor zorgen dat de stikstofuitstoot daalt. Er zijn verschillende bronmaatregelen, zoals de subsidieregeling sanering varkenshouderijen, gerichte opkoopregeling, en landelijke beëindigingsregeling veehouderij. Daarnaast werken provincies en het Rijk aan voorstellen om PAS-meldingen versneld te legaliseren. Zo heeft het kabinet €250 miljoen beschikbaar gesteld aan de provincies om waar mogelijk maatwerkoplossingen te bieden. Ook de piekbelasteraanpak zal een rol gaan spelen bij het legaliseren van PAS-meldingen.

Het legalisatieprogramma is op 28 februari 2022 in werking getreden. Vanaf dat moment loopt de termijn van drie jaar waarbinnen de stikstofruimte beschikbaar moet zijn om de PAS-meldingen te legaliseren.

Stap 5: Vergunning

Het bevoegd gezag verleent vergunningen zodra de bronmaatregelen zijn uitgevoerd. Dit kan enige tijd duren, want niet alle stikstofruimte komt in één keer vrij. Vergunningen zullen daarom in groepjes worden verleend. Vooraf is niet duidelijk welke vergunningen aan het begin en welke aan het einde van het traject worden verleend: er wordt namelijk gekeken hoe de beschikbare stikstofruimte zo efficiënt mogelijk kan worden ingezet.

Prioritering

Het bevoegd gezag geeft bij het reserveren van depositieruimte voor gemelde PAS-projecten voorrang aan projecten die vóór 13 januari 2022 een handhavingsverzoek hebben ontvangen. Als het na de prioritering noodzakelijk is om een keuze te maken tussen projecten, dan kiest het bevoegd gezag die combinatie van projecten die gezamenlijk voor een optimale benutting van de beschikbare depositieruimte zorgt.

Zie ook artikel 17a.15 van de Omgevingsregeling (voorheen: 2.8c van de Regeling natuurbescherming) en de publicatie in de Staatscourant.

Het proces van vergunningverlening verloopt als volgt:

  • Melders krijgen eerst een ontwerpvergunning. Iedereen krijgt de kans om een zienswijze in te sturen. Met een zienswijze kan iemand zijn mening over het ontwerp kenbaar maken. Het bevoegd gezag beantwoordt de zienswijze(n) en past zo nodig de vergunning aan. De definitieve vergunning wordt verstrekt na een aantal weken.
  • Daarna hebben belanghebbenden 6 weken om tegen het besluit in beroep te gaan. Het bevoegd gezag verdedigt de vergunning voor de rechter. Als na 6 weken geen beroep is aangetekend staat de vergunning vast.
  • Verandert uw bedrijf of activiteit na afgifte van de vergunning? Vraag dan een nieuwe vergunning aan!

Stap 6: Bericht

Melders ontvangen hun vergunning van het bevoegd gezag.

Schadevergoeding

Ondernemers met een PAS-melding verkeren sinds de PAS-uitspraak uit 2019 in onzekere tijden. Rijk en provincies doen er alles aan om PAS-melders te helpen en handhaving te voorkomen. Als het afzien van handhaving onverhoopt niet mogelijk is, zet het kabinet zich maximaal in om schade te vergoeden die PAS-melders op dat moment ondervinden.

Als een PAS-melder schade ondervindt waarvoor het Rijk aansprakelijk is dan kan een schadevergoeding worden aangevraagd. Bijvoorbeeld schade die ontstaat door handhaving. Het aanvragen van deze vergoeding kan via het schadeloket dat hiervoor is opgericht. Bij het uitkeren van de schadevergoeding moet het Rijk zich houden aan de juridische kaders die gelden (aansprakelijkheids- en staatssteunrecht). Dit betekent bijvoorbeeld dat er niet méér schade vergoed kan worden dan waar juridisch aanspraak op kan worden gemaakt.

Onafhankelijke commissie beoordeelt aanvraag schadevergoeding

De aansprakelijkheid van de Staat en de eventueel uit te keren schadevergoeding worden per individuele ondernemer beoordeeld. Om een zorgvuldige en onafhankelijke beoordeling van een verzoek om een schadevergoeding te borgen, stelt het Rijk in het voorjaar van 2023 een onafhankelijke commissie in. Deze commissie zal de kaders voor een schadevergoeding opstellen en de binnengekomen verzoeken voor een schadevergoeding beoordelen.

Meer informatie of een schadevergoeding aanvragen?

Heeft u vragen of wilt u meer weten? Kijk dan tussen de vragen en antwoorden of stel uw vraag via schadeclaims.pasmeldingen@minlnv.nl. Ook voor het aanvragen van een schadevergoeding kunt u een mail sturen naar: schadeclaims.pasmeldingen@minlnv.nl.

Vragen

Heeft u vragen over uw PAS-melding? Of over het proces om deze om te zetten in een vergunning? Bekijk ook onze vragen en antwoorden of neem contact op met de Helpdesk Stikstof en Natura 2000 via het contactformulier of telefonisch via 085 486 25 90. We zijn bereikbaar op werkdagen tussen 9 en 12 uur.

Voor specifieke vragen over uw situatie kunt u contact opnemen met het bevoegd gezag.

Meer informatie

Deze visual of infographic beschrijft schematisch hoe een PAS-melding omgezet kan worden in een vergunning.

Deze visual of infographic beschrijft schematisch hoe een PAS-melding omgezet kan worden in een vergunning.