Additionaliteit

Bijgewerkt op: 08 april 2026

Bij intern en extern salderen moet getoetst worden aan het additionaliteitsvereiste. Hiermee wordt getoetst of de stikstofruimte die je wil inzetten voor je project, niet al nodig is om (dreigende) verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden te voorkomen.

Waarvoor geldt het additionaliteitsvereiste?

Het additionaliteitsvereiste geldt voor zogeheten mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen die worden ingezet om mogelijke negatieve effecten van een project op omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen of te beperken (mitigeren). Veel mitigerende maatregelen kunnen naar hun aard ook worden ingezet als natuurmaatregelen (instandhoudings- en passende maatregelen). In die gevallen geldt het additionaliteitsvereiste.

Het additionaliteitsvereiste volgt uit de Europese Habitatrichtlijn en uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie o.a. ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, ro. 13.6Deze link opent in een nieuw tabblad).

Let op: Uit de 18 december uitspraken (zie o.a. ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923) en de uitspraak Pasgeld-west (ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193) volgt dat intern salderen ook een mitigerende maatregel is. Bij intern salderen moet dus, anders dan voorheen, worden getoetst of is voldaan aan het additionaliteitsvereiste. Dat geldt zowel voor projecten (de 18 december uitspraken) als voor plannen die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Pasgeld-west).

Wat houdt het additionaliteitsvereiste in?

In de kern houdt het additionaliteitsvereiste in dat een maatregel alleen als mitigerende maatregel voor een plan of project mag worden ingezet, als kan worden onderbouwd dat deze maatregel niet nodig is om (dreigende) verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden te voorkomen en op termijn de verbeter- en uitbreidingsdoelen te bereiken.

Hoe kan het additionaliteitsvereiste onderbouwd worden?

Rijk en provincies kunnen de additionaliteit van een mitigerende maatregel alleen motiveren als onderbouwd kan worden dat er voldoende natuurmaatregelen zijn of zullen worden getroffen om de natuurdoelen in die Natura 2000-gebieden te halen. Dat kunnen zowel natuurherstellende maatregelen in het gebied zelf als stikstofreducerende maatregelen zijn.

In het planspoor geldt voor gemeentes dat zij zich bij het onderbouwen van additionaliteit kunnen beperken tot de ‘vergewisplicht’. De gemeenteraad kan aan zijn motiveringsplicht voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat rijk en provincies de inzet van de beoogde mitigerende maatregel nodig vinden voor het bereiken van de natuurdoelen in de betreffende Natura 2000-gebieden. Volgens de Raad van State heeft de gemeenteraad namelijk geen bevoegdheid over en dus ook geen invloed op de keuze welke maatregelen noodzakelijk zijn voor beschermde Natura 2000-gebieden. Die bevoegdheden hebben rijk en provincies wel.

Waar is informatie te vinden over vastgestelde en voorgenomen maatregelen?

Voor elk Natura 2000-gebied is een natuurdoelanalyse gemaakt, waarin wordt beoordeeld of de wettelijke doelstellingen voor dat Natura 2000-gebied (kunnen) worden bereikt, of dat er sprake is van (dreigende) verslechtering. Bij (dreigende) verslechtering moeten er maatregelen worden genomen die dit voorkomen. In de onderbouwing van het additionaliteitsvereiste moet worden beargumenteerd dat er al voldoende passende maatregelen zijn of zullen worden getroffen voor de natuur en dat de mitigerende maatregelen voor mogelijke effecten van het beoogde project daarom niet nodig zijn als passende maatregel.

Belangrijke documenten die informatie geven over uitgevoerde en vastgestelde maatregelen, de staat van de natuur in het betreffende gebied en benodigde maatregelen en de benodigde depositiedaling, zijn onder andere:

  • (de evaluatie van) het Natura 2000-beheerplan;
  • de natuurdoelanalyses van de Natura 2000-gebieden;
  • het Programma stikstofreductie en natuurverbetering;
  • kamerbrieven;
  • provinciale (gebieds)programma’s en (stikstof)aanpakken.