Bekijk het rapport: Uniforme effectinschatting landbouw-bronmaatregelen voor vermindering van ammoniakemissies
In dit rapport is, op basis van recente wetenschappelijke inzichten en brede expertkennis, een uniform en toegankelijk overzicht opgesteld van (deels geschatte) effecten van diverse bronmaatregelen in de landbouw. Met behulp van deze inzichten en de bijbehorende factsheets kunnen provincies de effecten van maatregelen op ammoniakemissie en andere domeinen in hun gebiedsplannen op een consistente en vergelijkbare manier inschatten.
Per maatregel is een factsheet opgesteld waarin wordt omschreven op welke soort bedrijven de maatregel kan worden toegepast, onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren en wat het effect is van een maatregel, primair op ammoniakemissie en daarnaast op bijv. waterkwaliteit, dierwelzijn, enz.
Het rapport gaat daarnaast in op voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat een maatregel daadwerkelijk het geschatte effect sorteert, de mate van betrouwbaarheid van effectinschattingen en licht toe waarom sommige waarden afwijken van elders gerapporteerde cijfers. De resultaten zijn bedoeld ter ondersteuning van programmatische keuzes door provincies. Ze zijn niet bedoeld als onderbouwing voor (natuur)vergunningverlening, het beoordelen van individuele bedrijfsplannen of het berekenen van landelijke emissiereductie.
Het document biedt een gedeelde basis voor uniforme, transparante en onderbouwde besluitvorming rond bronmaatregelen voor stikstofreductie. De kennis zal in de komende jaren worden doorontwikkeld om onzekerheden te verkleinen en de praktische inzetbaarheid van maatregelen te vergroten; het is daarmee een levend kennisproduct dat in de komende jaren verder wordt verfijnd.
Disclaimer
De waarde van dit rapport zit al met al in een uniform overzicht van wat landbouw-bronmaatregelen potentieel opleveren. Om dit potentieel te realiseren, zal onder meer een uitvoeringsagenda op borging nodig zijn, van ondernemers en overheden gezamenlijk, en ook verdienmodellen, om kosten van investeringen terug te verdienen. Op deze gaat het rapport niet in. Ook zijn de in dit rapport geschatte effecten van bronmaatregelen niet bedoeld voor natuurvergunningverlening en andere toepassingen om plannen van individuele bedrijven te beoordelen. Er kan verder geen aanspraak gedaan worden op dit rapport bij geschillen of toekomstige veranderingen in inzichten. De effectinschattingen in dit rapport zijn tot slot niet bedoeld om te puzzelen om tot een bepaalde landelijke emissiereductie te komen, bijv. in het kader van maatregelen die zijn of nog worden overwogen binnen spoor 2 van de MCEN. Zo is het bij een bepaalde maatregel niet alleen de vraag hoeveel deze maatregel in de praktijk gemiddeld per bedrijf oplevert (waarover het rapport een uitspraak doet), maar ook hoeveel bedrijven de maatregel kunnen inzetten (niet alle bedrijven beschikken over benodigde uitgangssituatie, middelen, ruimte, grondsoort, enz.), hoeveel bedrijven de maatregel al geïmplementeerd hebben, en welke invloed lokale en/of bedrijfsspecifieke omstandigheden hebben op het effect van de maatregel. Daarnaast is de inhoud van het rapport het resultaat van inventarisatie en overzicht, van synthese van kennis en consensusvorming binnen een brede groep experts. Dat wil nog niet zeggen dat de informatie ‘hard en wetenschappelijk eenduidig bewezen’ is, zo blijkt bijvoorbeeld uit de effectranges die bij sommige maatregelen staan en ook de gerapporteerde onzekerheden. Ten derde kunnen effecten van maatregelen niet altijd bij elkaar opgeteld worden. Stapeling van maatregelen is technisch niet altijd mogelijk, omdat ze elkaar uitsluiten. En waar maatregelen te combineren zijn, is het geheel niet altijd groter dan de som der delen; soms versterken maatregelen elkaar (synergie), soms werken ze elkaar tegen (afzwakking van effecten van maatregelen). Er is al met al bij dit rapport nog werk aan de winkel, in 2025 en volgende jaren, om de ranges te verkleinen, betrouwbaarheid van effectinschattingen te vergroten, te bezien wat nodig is om het potentieel van maatregelen te benutten (borging en verdienmodellen), enz. Het is een levend kennisproduct, waarbij we de feedback en vragen van gebruikers van de ontwikkelde kennis (in provincies) benutten voor de werkagenda voor vervolgonderzoek met experts.