Vossen

Bijgewerkt op: 04 juli 2024

De ‘Faunaschade PreventieKit’ voor vossen laat zien met welke preventieve maatregelen u schade door vossen kunt voorkomen of beperken.

Deze Faunaschade PreventieKit is geldig vanaf november 2024

1. Inleiding

De vos komt bijna overal voor in Nederland, ook in stedelijke gebieden. Tot in de jaren 70 kwam de vos voornamelijk in het oosten van ons land voor. De jaren daarna heeft de vos zich verspreid over het hele land, doordat hij zich goed kan aanpassen aan de omstandigheden en aanwezigheid van de mens. Vanaf begin jaren 70 heeft de vos zich ook in de duinen gevestigd en is de populatie daar sterk toegenomen. De vos komt in zijn leefgebied met enige regelmaat in conflict met de mens doordat het dier bijvoorbeeld kippen of weidevogels opeet.

Vossen zijn solitaire jagers die voornamelijk leven van kleine zoogdieren als muizen en konijnen. Zijn overlevingsstrategie is flexibel, waardoor de vos snel voedselbronnen weet te vinden. Zo kunnen vossen in gebieden met veel fruitteelt in het oogstseizoen langere tijd van valfruit leven. De vos laat bij geen kans onbenut om een kip of eend mee te pikken. Dit betekent echter niet dat alle vossen voortdurend pluimvee belagen, maar de paniekreactie van het pluimvee en het feit dat de vogels niet kunnen vluchten, wakkert het jachtinstinct van de vos aan waardoor deze soms meer dieren doodt dan noodzakelijk. Dit fenomeen wordt ‘surplus killing’ genoemd.

Sinds 12 mei 2006 staat de vos op de landelijke vrijstellingslijst. Dit betekent dat de vos niet beschermd wordt tegen de jacht en dus met een geweer mag worden bejaagd. Alleen in het stedelijk gebied en een aantal natuurgebieden is bestrijding van vossen niet toegestaan. In andere gebieden waar de vos schade veroorzaakt, mag het dier met een aantal middelen worden bestreden.

In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedereen zorg draagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde Soorten Indicator (BeSi) helpt om aan deze zorgplicht te voldoen.

2. Fauna- en gewasschade verspreid over het jaar

Bij landbouwhuisdieren kunnen er over het algemeen verschillende soorten schade worden aangericht door vossen, zoals predatie, verwonding en stress. De vos bijt het strottenhoofd van zijn prooi door en versleept het dier. De vos eet voornamelijk kippen, siervogels en soms lammetjes. Daarnaast bestaat de kans dat moederdieren door de stress hun lammeren of kalveren verwerpen, of dat (landbouw)huisdieren uitbreken en elkaar dooddrukken.

2.2 Gewasschade

Schade aan akkerbouwgewassen komt slechts incidenteel voor. In het verleden is schade door de vos geconstateerd aan winterwortelen doordat vossen teeltruggen opengraven vanwege de aanwezigheid van muizen.

3. Preventieve maatregelen

De preventieve maatregelen zijn ingedeeld in twee categorieën: afschermingsmaatregelen en beheermaatregelen. Per maatregel wordt de ecologische effectiviteit, de praktische inzetbaarheid en waar nodig de wet- en regelgeving besproken. Het referentiejaar voor alle genoemde prijzen is 2024.

De maatregelen in deze preventiekit zijn als effectief beoordeeld op basis van onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van beschikbare studies (wetenschappelijk of praktijk), beoordelingen door experts (expert judgement) en ervaringen van agrariërs uit de praktijk. Vaak zal het nemen van een enkele maatregel schade niet kunnen voorkomen. Het wordt aanbevolen om een combinatie van maatregelen te nemen, maar ook dat biedt geen volledige garantie om schade te voorkomen.

In onderstaande tabel worden alle preventieve maatregelen weergegeven met daarbij scores op drie indicatoren (ecologische effectiviteit, tijdsinspanning en kosten). De scores (laag, gemiddeld en hoog) geven aan hoe deze maatregel wordt beoordeeld ten opzichte van andere preventieve maatregelen binnen deze faunaschade preventiekit.

MAATREGELEN ECOLOGISCHE EFFECTIVITEIT TIJDSINSPANNING AGRARIËR KOSTEN AGRARIËR
Afscherming
Elektrische afwering (vast) Hoog Gemiddeld Hoog
Gaasraster met stroomdraden Hoog Gemiddeld Hoog
Elektrische afwering (verplaatsbaar) Hoog Hoog Gemiddeld
Tijdig ophokken van kippen Hoog Hoog Hoog
Beheer
Afschot op locatie Hoog Laag Laag

Tabel 1: Overzicht preventieve maatregelen voor vossen. 

3.1 Afschermingsmaatregelen

Afschermingsmaatregelen behalen hun effect door schadeveroorzakende dieren te weerhouden van het betreden van een perceel. In deze paragraaf worden de effectief beoordeelde maatregelen toegelicht.

3.1.1 Elektrische afwering (vast)

Een elektrisch afwering is een vaste afrastering bestaande uit stroomdraden als afschermmiddel van het perceel.

Tabel 2: Score voor elektrische afwering op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Tabel 2: Score voor elektrische afwering op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Figuur 1: Elektrische afwering (vast) tegen vossen

Figuur 1: Elektrische afwering (vast) tegen vossen

Ecologische effectiviteit

Een elektrische afwering (of draadraster) is de effectiefste methode om vossen te weren. Een elektrisch hekwerk van meerdere stroomdraden op verschillende hoogtes is zeer effectief in het voorkomen van schade door vossen. Het is van belang dat de afscherming correct wordt geplaatst en goed wordt onderhouden. De kans op gewenning is zeer laag omdat een elektrische draadraster een stroomstoot afgeeft zodra een dier ermee in aanraking komt. Een elektrische afscherming is effectief zolang deze staat, blijkt uit enkele studies.

Een elektrisch raster kan in principe worden gebruikt voor de bescherming van zowel grote als kleine percelen. De mate waarin een elektrische afscherming ook effect heeft op andere diersoorten hangt af van het type afscherming. Het gebruik van meerdere elektrische draden heeft bijvoorbeeld minder invloed op andere diersoorten dan andere vormen van elektrische afscherming. Een elektrische afweer die licht wordt verhoogd, stelt de eigenaar in staat om herten van het perceel te houden, terwijl lage elektrische bedrading ook effectief kan werken tegen haasachtigen, dassen en bevers. Het is niet noodzakelijk om elektrische afscherming te combineren met andere maatregelen; enkel elektrische afscherming is afdoende om vossen van het perceel te houden..

Praktische inzetbaarheid

Een elektrisch draadraster tegen vossen bestaat uit vijf stroomdraden op hoogtes van 20, 40, 60, 90 en 120 centimeter boven het maaiveld, rasterpalen (2 tot 3 meter lang, diameter 10 tot 12 cm) en hoek- en schoorpalen (3,50 meter lang, diameter 12 tot 14 cm). Optioneel kan er een schriklint zonder stroom worden bevestigd als extra optische barrière op een hoogte van 1,20 meter. De rasterpalen mogen niet meer dan 10 meter uit elkaar staan. De elektrische spanning op het hek moet minimaal 4,5 kV zijn. De middelste stroomdraad wordt als aardedraad gebruikt. De draden dienen aan de buitenzijde van het raster te worden geplaatst. Daarnaast mag de afwijking voor de draden niet meer dan 5 centimeter zijn. Ook mag er geen verhoging rondom het elektrisch draadraster voorkomen dat hoger is dan 30 centimeter en op minder dan 2 meter afstand van het hekwerk. Bij toegangspoorten gelden, afhankelijk van de uitvoering, dezelfde eisen als voor de afrastering. Er kan bij grotere percelen een hogere impulsenergie nodig zijn om overal voldoende spanning op de draden te houden.

Een elektrisch draadraster kan worden gebruikt ter bescherming van landbouwhuisdieren, voornamelijke pluimvee en weidevogels. Vanwege de hoge kosten van deze maatregel is deze het best toe te passen op kleinere percelen en vaste percelen, bijvoorbeeld rondom een uitloopgebied van kippen.

De plaatsing van een elektrisch draadraster rondom een perceel is arbeidsintensief. Daarnaast is er een wekelijkse controle nodig om de effectiviteit van de stroomdraden te garanderen. De begroeiing rondom de stroomdraden mag geen contact maken met de stroomdraden. Er zal dus regelmatig onderhoud moeten plaatsvinden, zoals maaien en snoeien, om het elektrisch draadraster vrij te houden.

De kosten voor een dubbel elektrisch draadraster bedragen ongeveer €8 per meter, wat neerkomt op ongeveer €3.200 per hectare. De kosten voor de plaatsing zijn ongeveer €7 per meter en ongeveer €2.800 per hectare. Het raster kan tenminste 10 jaar blijven staan, maar het gaat doorgaans 20 tot 25 jaar mee.

De bijkomende kosten voor een schrikdraadapparaat zijn afhankelijk van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten liggen gemiddeld tussen €100 en €500. Daarbij zijn de kosten voor een accu vergelijkbaar: €80 tot €250. Daarnaast zijn er schrikdraadapparaten beschikbaar die werken op zonnepanelen. Deze zijn geschikt voor afgelegen percelen waar geen toegang tot het stroomnet is. Deze zijn in verschillende maten te vinden en hangen sterk af van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten voor de meest geschikte apparaten liggen rond de €500 à €700, maar er zijn ook duurdere varianten beschikbaar van enkele duizenden euro’s.

De plaatsing van een elektrisch draadraster is complex en zal in veel gevallen door een extern bedrijf worden uitgevoerd. Daarnaast zijn de schrikdraadapparaten en accu’s diefstalgevoelig wanneer deze onbeheerd in het land staan. Het is daarom aan te raden om een tracking device aan het apparaat te bevestigen zodat het in geval van diefstal kan worden opgespoord. Een andere maatregel tegen diefstal is om een stroomdraad om het apparaat te plaatsen die alleen met een sleutel kan worden verwijderd.

Wet- en regelgeving

Het plaatsen van een elektrisch draadraster kan een goede oplossing zijn voor het beschermen van vee tegen roofdieraanvallen. Desalniettemin mag niet op iedere plek een bouwwerk worden geplaatst. Voor mogelijkheden is het gemeentelijk omgevingsplan veelal leidend. Een bouwwerk wordt gedefinieerd als ‘een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart’ (bijlage bij art. 1.1 Ow). Voor het oprichten van een bouwwerk is vaak een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het is daarom verstandig om bij twijfel de gemeente om een oordeel te vragen.

3.1.2 Gaasraster met stroomdraden

Een gaasraster met stroomdraden is een hekwerk bestaande uit fijnmazig gaas, houten palen en stroomdraden. Bij afrastering van een perceel wordt het wild geweerd.

Tabel 3: Score voor gaasraster met stroomdraden op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Tabel 3: Score voor gaasraster met stroomdraden op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Figuur 2: Elektrische afwering (vast) tegen vossen

Figuur 2: Elektrische afwering (vast) tegen vossen

Ecologische effectiviteit

De plaatsing van een vaste afrastering van gaas met stroomdraden is een zeer effectieve methode om vossen te weren. De kans op gewenning is zeer laag omdat een elektrische draadraster een stroomstoot afgeeft zodra een dier ermee in aanraking komt. Er is voldoende bewijs dat het gebruik van een vaste afrastering van gaas en stroomdraden een effectieve maatregel is zolang die goed wordt geplaatst.

Het gebruik van een vaste afrastering kan worden toegepast op een zeer grote schaal, zolang het gehele gebied wordt afgeschermd en de vos vrij kan migreren rondom het afgerasterde perceel. Bij de plaatsing van een vaste afrastering is het belangrijk dat die secuur wordt geplaatst rondom sloten, vaarten, greppels  en andere elementen in het landschap. Op die plekken zullen vossen proberen om onder het gaasraster door te komen, dan wel op zoek te gaan naar zwakke plekken.

Door de plaatsing van een vaste afrastering met een stroomdraad kunnen ook andere dieren worden geweerd, zoals dassen, hazen en konijnen. Door de constructie te verhogen kunnen ook grotere dieren worden geweerd, zoals wilde zwijnen, reeën en herten. De maaswijdte van het gaas bepaalt uiteindelijk welke andere kleinere diersoorten er van het perceel worden geweerd, zoals egels en marters.

Het is niet noodzakelijk om een vaste afrastering van gaas en stroomdraden te combineren met andere maatregelen; enkel de plaatsing van een vaste afrastering van gaas en stroomdraden volstaat in zijn functie. Dit blijkt ook uit beschikbare literatuur over het tegengaan van schade door vossen.

Praktische inzetbaarheid

Het plaatsen van alleen een gaasraster zal weinig bescherming opleveren tegen vossen omdat de dieren er overheen kunnen klimmen of onderdoor kunnen kruipen. Het is daarom van belang om ook elektrische stroomdraden te installeren aan de buitenzijde van het gaas.

Er moeten tenminste drie stroomdraden worden geplaatst: op 20 centimeter, tussen de 40 en 60 centimeter en 120 centimeter van de grond. Het wordt aangeraden om voor het bovenste draad gebruik te maken van blauw schriklint (12,5 millimeter) om eventuele springpogingen te ontmoedigen. De elektrische spanning op de stroomdraden bedraagt minimaal 4,5 kV. De impulsenergie van het schrikdraadapparaat moet minimaal 1,5 joule zijn. Bij grotere percelen kan een hogere impulsenergie nodig zijn om te garanderen dat er voldoende spanning op de draden staat.

Voor de plaatsing van een gaasraster kan men het best gebruik maken van verzinkt gaas met zwaar vierkant vlechtwerk van minstens 1,60 meter hoog, rasterpalen (1,80 meter lang, diameter 10 tot 12 centimeter) geplaatst om de 4 tot 6 meter en hoek- en schoorpalen (2,50 meter lang, diameter 12 tot 14 centimeter). Om te voorkomen dat vossen onder het gaas door graven wordt aangeraden om het gaas zo’n 40 centimeter in te graven of de onderste 50 tot 100 centimeter plat naar buiten te leggen (minimaal in een hoek van 45 graden). Als ervoor wordt gekozen om het gaas in te graven of plat te leggen, dan wordt het aangeraden om langer vierkant vlechtwerk te gebruiken (bijvoorbeeld 1,80 meter). De hoogte van het hek moet 1,20 meter boven het maaiveld uitkomen.

Het plaatsen van een gaasraster met stroomdraden is erg arbeidsintensief. Daarnaast is er een wekelijkse controle nodig om de effectieve werking van gaasrasters en de stroomdraden te garanderen. De begroeiing rondom de stroomdraden mag geen contact maken met de stroomdraden. De tijdsbesteding  voor onderhoud is afhankelijk van de schade aan de rasters; soms volstaat een controleronde, soms zal schade aan het gaas moeten worden hersteld en zal de tijdsinspanning groter zijn. Voor een optimale werking van het raster moet onder meer roest worden bestreden, vuil en bladeren worden verwijderd en begroeiing voorkomen.

De materiaalkosten voor een gaasraster met stroomdraden komen neer op ongeveer €21 per meter. Voor een hectare komt dit neer op €8.400. De kosten voor de plaatsing zijn ongeveer €6 per meter en €2.400 per hectare. Een constructie van gaas en stroomdraden heeft een levensduur van ruim tien jaar. De jaarlijkse kosten bedragen daarom €1.080 per hectare.

De bijkomende kosten voor een schrikdraadapparaat zijn afhankelijk van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten liggen gemiddeld tussen de €100 en €500. De kosten voor een accu liggen tussen de €80 en €250.  Daarnaast zijn er schrikdraadapparaten beschikbaar die werken op zonnepanelen. Deze zijn geschikt voor afgelegen percelen waar geen toegang tot het stroomnet is. Deze zijn in verschillende maten te vinden en hangen sterk af van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten voor de meest geschikte apparaten liggen rond de €500 à €700, maar er zijn ook duurdere varianten beschikbaar van enkele duizenden euro’s.

De plaatsing van een gaasraster met stroomdraden vergt enige expertise en zal in veel gevallen door een extern bedrijf worden uitgevoerd. Daarnaast zijn schrikdraadapparaten en accu’s diefstalgevoelig wanneer deze onbeheerd in het land staan. Het is daarom aan te raden om een tracking device aan het apparaat te bevestigen zodat het in geval van diefstal kan worden opgespoord. Een andere maatregel tegen diefstal is om een stroomdraad om het apparaat te plaatsen die alleen met een sleutel kan worden verwijderd.

Wet- en regelgeving

Het plaatsen van een gaasraster met stroomdraden kan een goede oplossing zijn voor het beschermen van vee tegen roofdieraanvallen. Desalniettemin mag niet op iedere plek een bouwwerk worden geplaatst. Voor mogelijkheden is het gemeentelijk omgevingsplan veelal leidend. Een bouwwerk wordt gedefinieerd als ‘een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart’ (bijlage bij art. 1.1 Ow). Voor het oprichten van een bouwwerk is vaak een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het is daarom verstandig om bij twijfel de gemeente om een oordeel te vragen.

3.1.3 Elektrische afwering (verplaatsbaar)

Een vorm van elektrische afwering is een schrikdraadnet. Dit is een elektrisch netwerk dat bestaat uit een schrikdraadnet (op stroom) en palen. Het is makkelijk op te zetten en bovendien verplaatsbaar.

Tabel 4: Score voor elektrische afwering (verplaatsbaar) op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Tabel 4: Score voor elektrische afwering (verplaatsbaar) op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Figuur 3: Elektrische afwering (verplaatsbaar) tegen vossen

Figuur 3: Elektrische afwering (verplaatsbaar) tegen vossen

Ecologische effectiviteit

Een elektrisch netwerk is een verplaatsbaar elektrisch gaasraster dat snel kan worden geplaatst om schade te voorkomen. Zo kan een elektrisch netwerk bijvoorbeeld worden ingezet om schade door vossen aan kippen te voorkomen die tijdelijk in een gebied rondlopen. Dit geeft een elektrisch netwerk dus een tijdelijker karakter in vergelijking tot een elektrisch raster. Een elektrisch netwerk heeft een soortgelijke werking als een elektrisch raster. Het is een effectieve methode om vossen te weren, hoewel er een kleine kans bestaat dat vossen proberen om onder het elektrische netwerk door te graven of over het hekwerk te springen. Er zijn geen specifieke onderzoeken uitgevoerd naar de effectiviteit van verplaatsbare elektrische afrasteringen op het tegengaan van schade door vossen. Er is wel onderzoeken gedaan naar niet-verplaatsbare elektrische hekwerken. Het wordt aangenomen dat de effectiviteit van deze maatregelen vrijwel identiek zijn omdat de werking vrijwel identiek is.

Bij de plaatsing van een elektrische netwerk is het belangrijk dat dat secuur wordt geplaatst rondom sloten, vaarten, greppels en andere elementen in het landschap. Op die plekken zullen vossen proberen om onder het gaasraster door te komen, dan wel op zoek te gaan naar zwakke plekken.

Een verplaatsbaar elektrisch netwerk kan het best worden gebruikt voor de bescherming van kleine en middelgrote percelen. De plaatsing van een elektrisch netwerk heeft effect op andere diersoorten die het perceel kunnen betreden, zoals dassen, haasachtigen, bevers en egels. Het is niet noodzakelijk om deze maatregel te combineren met andere maatregelen.

Praktische inzetbaarheid

Verplaatsbare elektrische afweringen kunnen een uitkomst bieden als er wisselende percelen moeten worden beschermd. Dit type afwering is namelijk makkelijk te installeren en af te bouwen. In principe bestaan er twee soorten afrastering.

Ten eerste is er afrastering met stroomdraden, soortgelijk aan een elektrisch draadraster (zie paragraaf 3.2.2). De constructie voor een verplaatsbaar elektrisch draadraster bestaat uit:

  • Tenminste vijf stroomdraden op een hoogte van 20, 40, 60, 90 en 120 centimeter boven de grond. De afwijking van de draden mag niet meer dan 5 centimeter zijn. Voor het bovenste lint kan worden gebruikgemaakt van een blauw schriklint (12,5 millimeter). De blauwe kleur is het best zichtbaar voor hondachtigen.
  • Een hoekpaal (1,85 meter) met daaraan vijf haspels zitten. De stroomdraden worden vervolgens aan multidraad palen van 1,50 meter bevestigd.
  • Kunststof palen die maximaal om de 10 meter worden geplaatst.
  • Een schrikdraadapparaat van 12 volt dat werkt op een accu of op zonnepanelen.

De draden moeten strak worden gespannen. Het kan handig zijn om hoog gras (gedeeltelijk) te maaien of een spoor met de auto te trekken voordat het elektrisch draadraster wordt geplaatst. Zo voorkomt u dat het hekwerk contact maakt met begroeiing. Plaats het raster, indien mogelijk, zo vlak mogelijk boven de grond. Dit zorgt voor minder stroomverlies, waardoor de minimale spanning van 4,5 kV kan worden gehaald en de accu niet te snel leeg raakt.

Een tweede type afrastering is een schrikdraadnet, ook wel flexinet genoemd. Een schrikdraadnet is een oprolbaar elektrisch hekwerk met ingebouwde palen met een dubbele pen. Het net heeft op verschillende hoogtes draden en vormt een gevlochten structuur. Wanneer de vos in contact komt met twee draden, krijgt het dier een schok. Het onderste draad is doorgaans verstevigd om doorbijten te voorkomen. Het is van belang dat het net stevig en strak gespannen staat, waarbij de hoeken afgeschuind dienen te zijn.

Deze maatregelen zijn voornamelijk geschikt als nachtkraal ter bescherming van schaapskuddes die op wisselende locaties grazen, maar zijn minder geschikt voor gebruik op grote percelen.

Het afzetten van een onregelmatig terrein met een schrikdraadnet neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Afhankelijk van de fysieke gesteldheid en fitheid van de persoon die het flexinet verplaatst, kan dit drie tot vijf uur duren voor het installeren van acht flexinetten van 50 meter. Het op- en afbouwen van een verplaatsbaar elektrisch draadraster is arbeidsintensiever vanwege de complexere installatie.

De kosten voor een verplaatsbaar elektrisch draadraster of schrikdraadnet zijn ongeveer €4 per meter en dus ongeveer €1.600 per hectare. Deze verplaatsbare afweringen gaan ongeveer twee tot drie jaar mee. De jaarlijkse kosten komen daarmee neer op €500 tot €800 per hectare.

De bijkomende kosten voor een schrikdraadapparaat zijn afhankelijk van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten liggen gemiddeld tussen €100 en €500. Daarbij zijn de kosten voor een accu vergelijkbaar: €80 tot €250. Daarnaast zijn er schrikdraadapparaten beschikbaar die werken op zonnepanelen. Deze zijn geschikt voor afgelegen percelen waar geen toegang tot het stroomnet is. Deze zijn in verschillende maten te vinden en hangen sterk af van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten voor de meest geschikte apparaten liggen rond de €500 à €700, maar er zijn ook duurdere varianten beschikbaar van enkele duizenden euro’s.

Schrikdraadapparaten en accu’s zijn diefstalgevoelig wanneer deze onbeheerd in het land staan. Het is daarom aan te raden om een tracking device aan het apparaat te bevestigen zodat het in geval van diefstal kan worden opgespoord. Een andere maatregel tegen diefstal is om een stroomdraad om het apparaat te plaatsen die alleen met een sleutel kan worden verwijderd.

3.1.4 Tijdig ophokken van kippen

Het tijdig ophokken van kippen in een afgesloten ruimte, zoals een kippenhok of stal.

Tabel 5: Score voor tijdig ophokken van kippen op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Tabel 5: Score voor tijdig ophokken van kippen op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Ecologische effectiviteit

Vossen zijn, in Nederland, hoofdzakelijk ’s nachts of in de ochtendschemering actief. De meeste schade door vossen vindt logischerwijs dan plaats. Door kippen op te hokken in een kippenhok dat ontoegankelijk is voor vossen, kan schade worden voorkomen. Het kippenhok fungeert als een fysieke barrière tussen kip en vos. Er is geen sprake van gewenning, omdat het kippenhok een onoverkoombaar obstakel voor de vos vormt. Het is wel belangrijk om het kippenhok goed te onderhouden en regelmatig te controleren op zwakke plekken. Vossen zijn intelligente dieren en zullen gebruikmaken van elke kier of opening. Er is geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het ophokken van kippen op het weren van vossen. Het is echter vanzelfsprekend dat dit een effectieve maatregel is.

Het nachtelijk ophokken van kippen en andere diersoorten kan op diverse schalen worden toegepast, uiteenlopend van enkele dieren tot grote groepen. Het aantal dieren dat verantwoord in een hok passen is hiervoor de limiterende factor. Het nachtelijk ophokken van kippen kan ook de schade door andere dieren, zoals roofvogels en marters beperken. Daarbij moet wel worden vermeld dat marters, in tegenstelling tot vossen, uitstekende klimmers zijn. Het is dus van belang dat er ook geen kieren of spleten hoger in het kippenhok aanwezig zijn. Om predatie door roofvogels te voorkomen, moet er ook een dak op het kippenhok zitten.

Praktische inzetbaarheid

Om schade op bijvoorbeeld Freiland-kippenbedrijven te voorkomen, is het van belang om de kippen tijdig met of voor zonsondergang op te hokken. Hiervoor moet men in het bezit zijn van een kippenhok of een kippenstal. Vossen glippen door de kleinste openingen binnen, dus het is van belang om alle gaten en spleten goed af te dichten en de bodem ondoordringbaar te maken.

Het ophokken van kippen is een tijdsintensieve maatregel, omdat het elke dag moet gebeuren. Het is van belang dat de stal of het hok aantrekkelijk is voor de kippen met voldoende voedsel, water en licht. Dat zal het ophokken vergemakkelijken.

3.2 Beheermaatregelen

Beheermaatregelen behalen hun effect door schadeveroorzakende dieren te doden. In deze paragraaf worden de effectief beoordeelde maatregelen toegelicht.

3.2.1 Afschot op locatie

Deze maatregel betreft het afschieten van vossen op een locatie waar schade wordt veroorzaakt.

Tabel 6: Score voor ondersteunend afschot op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Tabel 6: Score voor ondersteunend afschot op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Ecologische effectiviteit

Het afschieten van vossen op locaties is een maatregel met een beperkte effectiviteit. Vossen zijn territoriale dieren, dus na afschot van de vos zal er waarschijnlijk op korte termijn geen nieuwe schade plaatsvinden. De kans is echter groot dat het oude territorium binnen enkele weken tot maanden weer wordt ingenomen door een nieuwe vos, waarvan mogelijk opnieuw schade wordt ondervonden. Van gewenning is geen sprake omdat afschot op locatie een lethale oplossing is. Het is dus geen permanente oplossing van het probleem. Er zijn geen onderzoeken uitgevoerd naar de effectiviteit van het afschieten van vossen op locatie. Het is echter vanzelfsprekend dat het afschieten van vossen een maatregel is die op de korte termijn werkt. Het afschot van vossen kan op diverse schalen worden toegepast, van kleine kippenrennen tot grote percelen, zolang er maar vanaf een verantwoordelijke afstand wordt geschoten.

Aangezien vossen in Nederland in de schemering pas actief worden, vinden vossenjachten meestal in de avondschemering of in de nacht plaats. Afschot zorgt voor een hoge verstoring van andere diersoorten, vooral vanwege de aanwezigheid van jagers en het schot. De luide knal van het geweer verstoort vrijwel alle dieren in de directe omgeving. Deze verstoring is echter van korte duur en zal niet op regelmatige basis plaatsvinden.

Praktische inzetbaarheid

Het geweer kan worden ingezet voor afschot op locatie. In dat geval wordt er op individuele dieren geschoten ter verjaging. Het gaat dus om directe schadebestrijding  op het perceel. Als het ondersteunend afschot wordt uitgevoerd door een jager, zal de agrariër weinig tijd kwijt zijn aan deze maatregel.  De tijdsinspanning voor de jager hangt af van de frequentie en duur van de inzet.

Er zijn voor agrariërs momenteel geen kosten verbonden aan de uitvoering van ondersteunend afschot door jagers. De (indirecte) kosten en tijdsbesteding voor de uitvoering van deze maatregel zijn hoog en komen ten laste van de jager.

Ondersteunend afschot heeft ongewenste effecten op mensen in de vorm van overlast indien er te dicht bij de bebouwde kom of een recreatiegebied wordt geschoten. Er dient rekening te worden gehouden met de veiligheid van mensen, maar ook met mogelijke schrikreacties en klachten. Dodelijk afschot sluit mogelijk minder goed aan bij de visie op natuur en dierenwelzijn van een aantal gebiedspartijen.

Wet- en regelgeving

Ondersteunend afschot is alleen mogelijk indien een specifieke toestemming op basis van de Omgevingswet is verkregen. Dit kan gaan om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden van een schadeveroorzakende soort, of een aanwijzing als vergunningvrije activiteit voor bepaalde soorten in een omgevingsverordening.

Ook aan het gebruik van een (jacht)geweer zijn voorwaarden verbonden, voortvloeiend uit de Wet Wapens en Munitie en de Omgevingswet. Het geweer mag alleen zelf worden gebruikt door jachthouders. Als dit niet het geval is, kan een jager of een andere schadebestrijder worden gevraagd om dit middel toe te passen.

4. Algemene juridische opmerkingen

Enkele algemene juridische opmerkingen rond het toepassen van preventieve middelen ter voorkoming van faunaschade

Er geldt een eigen verantwoordelijkheid voor het voorkomen of beperken van faunaschade aan eigendommen, gewassen of vee. Om voor een tegemoetkoming in faunaschade in aanmerking te komen, is het nemen van niet-dodelijke preventieve maatregelen daarom in de meeste gevallen vereist. In de Faunaschade PreventieKit voor verschillende diersoorten leest u hier meer over. Soms valt onder deze preventieplicht ook het doden van dieren. Het vangen en doden van beschermde dieren is in veel gevallen omgevingsvergunningplichtig. Soms geldt voor een specifieke soort binnen de provincie een vrijstelling van de vergunningplicht op grond van de provinciale omgevingsverordening. Het is steeds van belang om te onderzoeken of een soort op grond van een dergelijke regel mag worden gevangen of gedood, of dat sprake is van een omgevingsvergunningsplicht.

___________________________________________________________________

Verjaging en verstoring nabij natuurgebieden

Op de informatiekaart natuur (IKN) op de website van BIJ12 is veel informatie te vinden over waar (beschermde natuurgebieden liggen en welke beperkingen daar gelden. Hier kun je bijvoorbeeld de ligging van ganzenrust- en foerageergebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur) of Natura2000-gebieden aantreffen. Ook informatie over no-fly-zones voor drones is daar gepubliceerd. Actieve verstoring door verjaging met ondersteunend afschot, of gebruik van verstorende middelen kan omgevingsvergunningplichtig zijn in of nabij Natura2000-gebieden. Hiernaar moet onderzoek worden gedaan door degene die de activiteit wil verrichten.