A02.01 Botanisch waardevol grasland (vervallen per 1-1-2022)

Bijgewerkt op: 13 december 2023

Tot in de vijftiger jaren waren veel graslanden rijk aan (bloeiende) kruiden en grassen. Door intensivering in de landbouw zijn veel van deze graslanden verarmd qua soortenrijkdom. Veel karakteristieke soorten zijn verdwenen of teruggedrongen tot marginale delen van het grasland, zoals in de slootkanten.

Algemene beschrijving

In veel provincies is in natuurbeheerplannen ruimte opgenomen om bestaande kruidenrijke graslanden te behouden of graslanden met een natuurpotentie, te helpen ontwikkelen.

Voor deze doelstelling zijn vier pakketgroepen ontwikkeld:

  1. Pakketgroep botanisch weiland om bestaande natuurwaarden in stand te houden met behulp van standweiden (A02.01.01);
  2. Pakketgroep botanisch hooiland om bestaande natuurwaarden in stand te houden of te ontwikkelen door een hooilandbeheer (A02.01.02);
  3. Pakketgroep botanische weide- of hooilandrand om natuurwaarden langs perceelsranden en waterwegen in stand te houden of te ontwikkelen (A02.01.03);
  4. Pakketgroep botanisch bronbeheer om speciale brongebieden met specifieke flora te behouden (A02.01.04).

Voorbeeldgebieden

  • Uiterwaarden
  • Extra gebieden

Subsidie

Bekijk de meest actuele subsidietarieven voor de jaarvergoeding van Botanisch waardevol grasland.

Beheervoorschriften


A02.01.01 Botanisch weiland

Botanisch weiland dient om botanische waarden in stand te houden op percelen waar een bepaalde vorm van standweiden plaatsvindt. Botanisch weiland ziet er uit als een “ouderwets” grasland, met een wat pollige structuur, en verspreid voorkomende kruiden. In het voorjaar zullen paardenbloem, scherpe boterbloem en pinksterbloem duidelijk aanwezig zijn, in de zomer kunnen hier op droger percelen soorten als margriet, knoopkruid en leeuwentand bijkomen. Op de wat vochtiger percelen kunnen kamgrasweiden ontstaan.

Algemene beschrijving

Botanisch weiland dient om botanische waarden in stand te houden op percelen waar een bepaalde vorm van standweiden plaatsvindt. Botanisch weiland ziet er uit als een “ouderwets” grasland, met een wat pollige structuur, en verspreid voorkomende kruiden. In het voorjaar zullen paardenbloem, scherpe boterbloem en pinksterbloem duidelijk aanwezig zijn, in de zomer kunnen hier op droger percelen soorten als margriet, knoopkruid en leeuwentand bijkomen. Op de wat vochtiger percelen kunnen kamgrasweiden ontstaan.

Over het algemeen zullen de percelen al een hogere natuurwaarde hebben, aangezien standweiden meer geschikt is voor het behouden van reeds aanwezige waarden, dan voor de ontwikkeling van nieuwe waarden. In het groeiseizoen is de veedichtheid beperkt tot 2 GVE per hectare om te voorkomen dat ook alle kruiden worden weggevreten. Buiten het groeiseizoen kan er onbeperkt beweid worden, wat tot een meer open grasmat kan leiden. Graslandverbetering en bemesting zijn niet toegestaan omdat dit een afname van de natuurkwaliteit zal inhouden. Wel is er beperkte mogelijkheid om probleemonkruiden chemisch te bestrijden.

Afbakening

Botanisch weiland dient om botanische waarden in stand te houden op percelen waar een bepaalde vorm van standweiden plaatsvindt. Botanisch weiland ziet er uit als een “ouderwets” grasland, met een wat pollige structuur, en verspreid voorkomende kruiden. In het voorjaar zullen paardenbloem, scherpe boterbloem en pinksterbloem duidelijk aanwezig zijn, in de zomer kunnen hier op droger percelen soorten als margriet, knoopkruid en leeuwentand bijkomen. Op de wat vochtiger percelen kunnen kamgrasweiden ontstaan.

Over het algemeen zullen de percelen al een hogere natuurwaarde hebben, aangezien standweiden meer geschikt is voor het behouden van reeds aanwezige waarden, dan voor de ontwikkeling van nieuwe waarden. In het groeiseizoen is de veedichtheid beperkt tot 2 GVE per hectare om te voorkomen dat ook alle kruiden worden weggevreten. Buiten het groeiseizoen kan er onbeperkt beweid worden, wat tot een meer open grasmat kan leiden. Graslandverbetering en bemesting zijn niet toegestaan omdat dit een afname van de natuurkwaliteit zal inhouden. Wel is er beperkte mogelijkheid om probleemonkruiden chemisch te bestrijden.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.
  • De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.
  • Standweiden is het gehele jaar toegestaan met max. 2 GVE per hectare. Van 1 oktober tot 1 maart is onbeperkt weiden toegestaan. Bijvoeren is niet toegestaan.
  • Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.

Beheerpakket

  • A02.01.01a Botanisch weiland
A02.01.02 Botanisch hooiland

Algemene beschrijving

Hooilandbeheer wordt toegepast op percelen met een schraler uitgangssituatie, met langzamer groeiende grassen die daardoor later in het seizoen gemaaid kunnen worden. Botanisch hooiland zal daarom over het algemeen een vrij schrale grasmat kennen, met tot diep in juni of juli doorgroeiend gras. Vanwege de vrij schrale omstandigheden is er ruimte voor soorten als margriet, knoopkruid en gewone rolklaver op de wat droger percelen, en brunel, kale jonker en biezenknoppen in wat natter omstandigheden. In vergelijking met botanisch weiland is er minder structuurvariatie aanwezig.

Hooilandbeheer wordt weinig meer toegepast in de moderne landbouw. Een goed hooilandbeheer kan echter bestaande botanische waarden behouden en onder bepaalde omstandigheden deze waarden zelfs laten toenemen. Hooilandbeheer wordt vooral gekenmerkt door het ontbreken van bemesting, in combinatie met minimaal eenmaal per jaar maaien en afvoeren en – wanneer nodig – nabeweiden. Vanwege de botanische waarden is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan, behalve het pleksgewijs bestrijden van probleemonkruiden.

Afbakening

  • De beheereenheid bestaat uit grasland.
  • De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.
  • Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.
  • De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.
  • Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 1 maart.
  • Het gewas wordt jaarlijks minimaal éénmaal gemaaid en afgevoerd.
  • Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.

Beheerpakket

  • A02.01.02a Botanisch hooiland
A02.01.03 Botanische weide- of hooilandrand

Algemene beschrijving

Dit is het randenpakket dat vergelijkbaar is met de volleveldspakketten botanische weide- en hooiland. In dit randenpakket staat het behouden van aanwezige botanische waarden centraal. Zeker bij botanische hooilandrand is ontwikkeling van botanische waarden echter ook goed mogelijk. Bij dit pakket zijn graslandverbetering en bemesting niet toegestaan, omdat dit een afname van de natuurkwaliteit zal inhouden. Wel is er beperkte mogelijkheid om probleemonkruiden chemisch te bestrijden.

De randen zien er vergelijkbaar uit als de bijbehorende volleveldspakketten botanische weide- en hooiland. Dat betekent dat de botanische weilandrand een structuurrijk grasland is met een wat pollige structuur, terwijl de hooilandrand duidelijk minder structuurrijk is. Beide vormen zijn rijk aan kruiden, waarbij de hooilandrand een sterkere verschraling kent en dus meer ruimte biedt voor meer schrale graslandsoorten. In deze randenversie van de botanische pakketten zal over het algemeen de botanische kwaliteit hoger zijn dan bij de volleveldspakketten, omdat de randen meestal een minder intensief gebruik kennen.

Afbakening

  • De beheereenheid bestaat uit grasland.
  • De beheereenheid is minimaal 2 meter en maximaal 6 meter breed en heeft een minimale lengte van 100 meter.
  • Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.
  • De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.
  • In het geval van A02.01.03b is beweiding niet toegestaan.
  • Het grasland mag niet worden geklepeld, gescheurd, gefreesd of heringezaaid.

Beheerpakketten

  • A02.01.03a Botanische weiderand
  • A02.01.03b Botanische hooilandrand
A02.01.04 Botanisch bronbeheer

Algemene beschrijving

Botanisch bronbeheer bestaat uit graslanden gelegen rond een brongebied. Deze brongebieden zijn permanent zeer nat en kennen een bijzondere vegetatie met soorten als echte koekoeksbloem, dotterbloem, bittere veldkers en paar- en verspreidbladig goudveil.

Botanisch bronbeheer is alleen mogelijk op plekken waar grondwater uittreedt, zogeheten kwelplekken. Het uittredend grondwater is vaak zeer voedselarm en in meer of mindere mate gebufferd. Hierdoor ontstaan zeer specifieke omstandigheden die vaak een bijzondere plantensamenstelling tot gevolg hebben. Kwel is veelal relatief seizoensonafhankelijk. Deze kwelplekken kennen dan ook meestal geen droge periode. Hoewel dergelijke kwelplekken vaak zeer lokaal zijn en meestal niet het gehele perceel betreffen, is het pakket wel mogelijk op grotere eenheden. Het kwelwater stroomt veelal oppervlakkig over het perceel af, waardoor de zeer natte omstandigheden over een groter gebied gelden dan alleen de lokale kwelplek. Omdat dergelijke kwelplekken permanent zeer nat zijn, kunnen ze niet bereden worden met gangbaar materieel en is het beheer lastig.

Daarom wordt een zeer extensief beheer voorgeschreven, gericht op het tegengaan van negatieve invloeden op de bron (zoals overbemesting, chemische vervuiling). Chemische bestrijdingsmiddelen zijn daarom in het geheel niet toegestaan, evenmin als bemesting en het opbrengen van bagger. Beweiding is beperkt toegestaan buiten het groeiseizoen.

Afbakening

  • De beheereenheid bestaat uit grasland.
  • De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.
  • Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.
  • De beheereenheid is gelegen in een brongebied;
  • De beheereenheid staat niet in verbinding met open water, behalve bij natuurlijke afwatering.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.
  • De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.
  • Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 1 maart.
  • Het gewas wordt jaarlijks minimaal éénmaal gemaaid en afgevoerd.
  • Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.
  • Bron vrijwaren van beschadiging door vee.
  • Geen kunstmatig waterbeheer.

Beheerpakket

  • A02.01.04a Botanisch bronbeheer

Monitoring en natuurkwaliteit

Structuur

De structuur is beschreven in het beheertype zelf. De beheerseenheden moeten bestaan uit grasland, wat vertaald kan worden als dat 90% of meer uit gras moet bestaan. Daarnaast mag bijvoorbeeld kale (minerale) grond of struweel aanwezig zijn.

Kwalificerende structuurkenmerken. Een structuurkenmerk dat relevant is voor de kwaliteit is de mate van aanwezigheid van productieve graslandsoorten als gestreepte witbol, grote vossenstaart, zachte dravik, kweek, kropaar en glanshaver. Deze soorten kunnen afhankelijk van de mate van verschraling meer of minder dominerend optreden.

Kwaliteitsbepaling

  • “Hoog”: productieve grassoorten dominerend < 40%.
  • “Midden”: productieve grassoorten dominerend < 60%.
  • “Laag”: indien niet aan “Hoog” of “Midden” wordt voldaan.

Met productieve grassoorten worden in dit geval alleen de in bovenstaande alinea genoemde soorten bedoeld. Het heeft dus niet betrekking op graslandsoorten als Engels raaigras, veldbeemdgras, ruw beemdgras en alle in de moderne veehouderij gebruikte tetraploïde rassen.

Flora en fauna

Biotische kwaliteit wordt uitgedrukt in het voorkomen van kwalificerende plantensoorten.

Kwalificerende soorten: aardaker, addertong, adderwortel, beemdkroon, bevertjes, bleke zegge, bochtige klaver, borstelkrans, bosbies, brede orchis, draadrus, echte karwij, echte koekoeksbloem, geel walstro, gele morgenster, gevlekte orchis, gevleugeld hertshooi, gewone brunel, gewone dotterbloem, gewone margriet, gewone veldbies, gewone vogelmelk, gewoon knoopkruid, goudhaver, grasklokje, groot streepzaad, grote bevernel, grote centaurie, grote pimpernel, grote ratelaar, gulden boterbloem, gulden sleutelbloem, herfsttijloos, kale vrouwenmantel, kamgras, karwijvarkenskervel, kattendoorn, klavervreter, klein vogelpootje, kleine ratelaar, kleine valeriaan, knolboterbloem, knolsteenbreek, moeraskartelblad, moerasstreepzaad, moerasstruisgras, moeraszoutgras, moesdistel, moeslook, muizenoor, noords walstro, noordse zegge, oosterse morgenster, rapunzelklokje, rietorchis, rode ogentroost, ruige weegbree, stinkende ballote, trosdravik, veenreukgras, veldsalie, vleeskleurige orchis, waterkruiskruid, weidekervel, welriekende nachtorchis, wilde marjolein, zilte rus, zwartblauwe rapunzel, zwarte zegge.

De soortkeuze sluit aan bij de vergelijkbare SNL-N beheertypen N10.02, N12.02, N12.03¹. Beheertype N12.04 is hiervan uitgesloten, omdat dit vooral soorten zijn van brakke graslanden.

Kwaliteitsbepaling

  • “Hoog”: indien 7 of meer kwalificerende soorten voorkomen.
  • “Midden”: indien 4-6 kwalificerende soorten voorkomen.
  • “Laag”: indien minder dan 4 kwalificerende soorten voorkomen.

NB: de kwaliteit moet behaald worden over de hele beheereenheid, dus bij volleveldspakketten niet alleen in de rand.

Milieu- en watercondities

Monitoring van milieu- en watercondities bij deze agrarische natuurbeheertypen ligt niet voor de hand vanwege het pluriforme karakter van de betrokken percelen.

Ruimtelijke condities

Agrarisch natuurbeheer geschiedt op vrijwillige basis in looptijden van 6 jaar. Ieder jaar kan de ruimtelijke structuur dus wisselen door het wegvallen van beschikkingen of het aangaan van nieuwe beschikkingen. Belangrijk is dat een netwerk van graslanden onder beheer blijft bestaan.

Kwaliteitsbepaling

A 02.01 Botanisch waardevol grasland – Ruimtelijke condities

Oppervlakte: Ruimtelijke samenhang >5 ha 1-5 ha <1
Verbonden met andere graslandbeheertypen Hoog Hoog Midden
In nabijheid (binnen 1 km) van andere graslandbeheertypen Hoog Midden Laag
Geïsoleerd liggend Midden Laag Laag

¹Mogelijk moeten nog enkele soorten worden toegevoegd of afgevoerd, nadere afstemming in 2012.