A02.02 Botanisch waardevol akkerland (vervallen per 1-1-2022)

Bijgewerkt op: 13 december 2023

Op oude prenten en schoolplaten zien akkers er nog wel eens uit zoals je ze tegenwoordig niet vaak meer aantreft: goudgeel graan omzoomt door blauwe korenbloemen, rode klaprozen, witte kamille en – voor de goede kijker- gele korensla.

Algemene beschrijving

De gangbare akkerbouw werkt met behulp van het schonen van zaad, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen aan een maximaal mogelijke productie waarin voor veel kruiden geen ruimte meer is. De van oudsher aanwezige variatie in gewassen en bijbehorende “vervuiling” in de vorm van akkerflora is daarmee goeddeels verdwenen. Dergelijke kleurrijke akkers herbergen niet alleen een botanische, maar ook een nostalgische waarde.

Gelukkig zijn veel akkerkruiden nog steeds afhankelijk van een hoog dynamisch beheer waardoor het mogelijk is om bestaande kruidenrijke akkers botanisch te beheren en soms zelfs weer in oude staat te herstellen.

Voor het behalen van deze doelstelling zijn drie pakketgroepen ontwikkeld:

  • Akker(rand) met waardevolle flora op basis van een frequente graanteelt (A02.02.01);
  • Chemie en kunstmestvrij land op basis van een verbod op chemische middelen en kunstmest (A02.02.02);
  • Akkerfloraranden met waardevolle flora op basis van graanteelt (A02.02.03).

Voorbeeldgebieden

  • Akkerreservaat Linne
  • Extra gebieden

Subsidie

Bekijk de meest actuele subsidietarieven voor de jaarvergoeding van Botanisch waardevol akkerland.

Beheervoorschriften


A02.02.01 Akker met waardevolle flora

Algemene beschrijving

Akker met waardevolle flora heeft als doel om de van oudsher aanwezige botanische waarden van bouwlandpercelen te behouden en te vergroten. Voor het wel of niet behalen van dit resultaat, is vooral ook van belang in hoeverre er nog een zaadbank aanwezig is met akkeronkruiden. Een goed ontwikkelde kruidenrijke akker is een bont pallet van grijsgeel of groengeel wuivende korenhalmen, rode klaprozen, witte kamilles en blauwe korenbloemen. Onder deze hooggroeiers komen – afhankelijk van de kalkhoudendheid van de grond – zeldzamere soorten voor als kroontjeskruid, naaldenkervel, groot spiegelklokje, korensla en slofhak.

Deze soorten die van oudsher kenmerkend zijn voor botanische akkers, zijn aangepast aan het zeer dynamische milieu en zijn opgewassen tegen jaarlijkse grondbewerking en bemesting. Van de planten die kenmerkend zijn voor de wat voedselrijkere akkers staat 15% op de Rode Lijst, van de kalkrijke akkers is driekwart verdwenen of bedreigd en van de kalkarme akkers is dit de helft.

Percelen waarop dit pakket afgesloten is, hebben in minimaal 3 van de 6 jaar een graangewas. In de overige jaren is het aan de beheerder zelf wat te verbouwen. Omdat geen kunstmest gebruikt wordt, en het bestrijden van onkruiden sterk beperkt is, zijn de omstandigheden gunstig voor de ontwikkeling van akkerflora.

Afbakening

  • De beheereenheid bestaat uit bouwland.
  • De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.
  • Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.
  • In het jaar voorafgaand aan het contract moet u op bedrijfsniveau minimaal 4 verschillende gewassen telen, waaronder graan. Braakliggende grond beschouwen we als een gewas. Hiervan kan worden afgeweken indien de nieuwe verbintenis volgt op een milieuverbintenis 24A of 26A.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Verbouwing van maïs is in het geheel niet toegestaan
  • In de jaren waarin graan (niet zijnde maïs) wordt verbouwd, vindt geen bemesting met kunstmest plaats.
  • In de jaren waarin graan (niet zijnde maïs) wordt verbouwd, vindt er in de beheereenheid geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien (bij zomergraan) of vanaf 1 april (bij wintergraan) tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en insecticiden niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring, kleefkruid of haagwinde.
  • Overig beheer wordt uitgevoerd op basis van één van de drie onderstaande varianten.

Beheerpakketten

  • A02.02.01a Drie van de zes jaar graan
    In tenminste drie van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan (met uitzondering van maïs) verbouwd.
  • A02.02.01b Vier van de zes jaar graan
    In tenminste vier van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan (met uitzondering van maïs) verbouwd.
  • A02.02.01c Vijf van de zes jaar graan
    In tenminste vijf van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan (met uitzondering van maïs) verbouwd.

A02.02.02 Chemie en kunstmestvrij land

Algemene beschrijving

Chemie en kunstmestvrij land heeft als doel om aanwezige botanische waarden van bouwlandpercelen te behouden en te vergroten. Voor het wel of niet behalen van dit resultaat, is vooral ook van belang in hoeverre er nog een zaadbank aanwezig is met akkeronkruiden. Een goed ontwikkelde kruidenrijke akker is een bont pallet van grijsgeel of groengeel wuivende korenhalmen, rode klaprozen, witte kamilles en blauwe korenbloemen. Onder deze hooggroeiers komen – afhankelijk van de kalkhoudendheid van de grond – zeldzamere soorten voor als naaldenkervel, groot spiegelklokje, korensla en slofhak.

Deze soorten die van oudsher kenmerkend zijn voor botanische akkers, zijn aangepast aan het zeer dynamische milieu en zijn opgewassen tegen jaarlijkse grondbewerking en bemesting. Percelen waarop dit pakket afgesloten is, hebben in minimaal 3 van de 6 jaar een graangewas. In de overige jaren is het aan de beheerder zelf wat te verbouwen. Omdat geen kunstmest gebruikt wordt, en het chemisch bestrijden van onkruiden eveneens niet toegestaan is, zijn de omstandigheden gunstig voor de ontwikkeling van akkerflora.

Afbakening

  • De beheereenheid bestaat uit bouwland.
  • De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.
  • Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.
  • In het jaar voorafgaand aan het contract moet u op bedrijfsniveau minimaal 4 verschillende gewassen telen, waaronder graan. Braakliggende grond beschouwen we als een gewas. Hiervan kan worden afgeweken indien de nieuwe verbintenis volgt op een milieuverbintenis 24A of 26A.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest is niet toegestaan.
  • Overig beheer wordt uitgevoerd op basis van één van de drie onderstaande varianten.

Beheerpakketten

  • A02.02.02a Drie van de zes jaar graan
    In tenminste drie van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan (met uitzondering van maïs) verbouwd.
  • A02.02.02b Vier van de zes jaar graan
    In tenminste vier van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan (met uitzondering van maïs) verbouwd.
  • A02.02.02c Vijf van de zes jaar graan
    In tenminste vijf van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan (met uitzondering van maïs) verbouwd.

A02.02.03 Akkerfloraranden

Algemene beschrijving

Akker met waardevolle flora heeft als doel om de van oudsher aanwezige botanische waarden van bouwlandpercelen te behouden en te vergroten. Voor het wel of niet behalen van dit resultaat, is vooral ook van belang in hoeverre er nog een zaadbank aanwezig is met akkeronkruiden. Een goed ontwikkelde kruidenrijke akker is een bont pallet van grijsgeel of groengeel wuivende korenhalmen, rode klaprozen, witte kamilles en blauwe korenbloemen. Onder deze hooggroeiers komen – afhankelijk van de kalkhoudendheid van de grond – zeldzamere soorten voor als kroontjeskruid, naaldenkervel, groot spiegelklokje, korensla en slofhak.

Deze soorten die van oudsher kenmerkend zijn voor botanische akkers, zijn aangepast aan het zeer dynamische milieu en zijn opgewassen tegen jaarlijkse grondbewerking en bemesting. Van de planten die kenmerkend zijn voor de wat voedselrijkere akkers staat 15% op de Rode Lijst, van de kalkrijke akkers is driekwart verdwenen of bedreigd en van de kalkarme akkers is dit de helft.

Omdat geen kunstmest gebruikt wordt, en het chemisch bestrijden van onkruiden eveneens niet toegestaan is, zijn de omstandigheden gunstig voor de ontwikkeling van akkerflora.

Afbakening

  • De beheereenheid is in gebruik als bouwland.
  • De beheereenheid is gelegen aan de rand van het perceel.
  • De beheereenheid heeft een oppervlakte van minimaal 0,3 ha.
  • Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.

Subsidieverplichtingen

Het agrarisch beheerpakket kent een aantal beheereisen die moeten worden nageleefd in verband met Europese cofinanciering.

  • Op de beheereenheid wordt in de beheerperiode graan, met uitzondering van maïs, verbouwd.
  • In de beheereenheid vindt geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien (bij zomergraan) of vanaf 1 april (bij wintergraan) tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid.
  • Bemesting en beweiding van de beheereenheid is niet toegestaan.
  • De beheereenheid mag niet als wendakker gebruikt worden

Beheerpakketten

A02.02.03a Akkerfloraranden

Monitoring en natuurkwaliteit

Structuur

De structuur is beschreven in het beheertype zelf. De beheerseenheden moeten bestaan uit bouwland. Er worden ten aanzien van structuur geen kwaliteitsklassen onderscheiden.

Flora en fauna

Biotische kwaliteit wordt uitgedrukt in het voorkomen van kwalificerende plantensoorten. Aan de hand van een lijst hogere plantensoorten die goed herkenbaar en indicatief zijn wordt de kwaliteit bepaald. Deze lijst is landelijk toepasbaar voor de onderliggende pakketten.

Kwalificerende zeldzame soorten: aardaker, aardkastanje, akkerandoorn, akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkergeelster, akkerklokje, akkerleeuwenbek, akkerogentroost, akkerspurrie, akkerviltkruid, akkerzenegroen, behaarde boterbloem, blauw guichelheil, blauw walstro, blauwe leeuwenbek, bleekgele hennepnetel, bolderik, brede raai, brede wolfsmelk, doffe ereprijs, dolik, doorgroeide boerenkers, dreps, driehoornig walstro, driekleurig viooltje, Duits viltkruid, dwergbloem, dwerggras, dwergviltkruid, eironde leeuwenbek, Franse boekweit, Franse silene, geel viltkruid, gegroefde veldsla, gele ganzenbloem, geoorde veldsla, getande veldsla, gewone veldsla, gewone vogelmelk, glad biggenkruid, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, handjesereprijs, harige ratelaar, heelbeen, hennepvreter, hondspeterselie, kalkraket, klein spiegelklokje, klein tasjeskruid, kleine leeuwenbek, kleine leeuwenklauw, kleine wolfsmelk, korenbloem, korensla, liggend hertshooi, naakte lathyrus, naaldenkervel, nachtkoekoeksbloem, roggelelie, rood guichelheil, ruige klaproos, ruw parelzaad, slanke wikke, slofhak, smalle raai, spatelviltkruid, spiesleeuwenbek, stijf vergeet-mij-nietje, stijve wolfsmelk, stinkende ganzenvoet, stinkende kamille, tengere veldmuur, tengere vetmuur, tuinwolfsmelk, valse kamille, veelkleurig vergeet-mij-nietje, vlasdolik, vlashuttentut, vlaswarkruid, vroege ereprijs, wilde ridderspoor, wilde weit, zilverhaver, zomeradonis.

Kwalificerende ‘regelmatige’ soorten: akkerereprijs, akkervergeet-mij-nietje, akkerviooltje, amsinckia, bittere scheefbloem, bleke klaproos, dauwnetel, duist, echte kamille, eenjarige hardbloem, gewone duivekervel, gewone reigersbek s.s., gewone spurrie, gewone steenraket, glad vingergras, gladde ereprijs, grote ereprijs, grote klaproos, grote windhalm, hanepoot, herik, hoenderbeet, ingesneden dovenetel, kaal knopkruid, klein bronkruid, klimopereprijs, knopherik, korrelganzevoet, kromhals, kroontjeskruid, kuifhyacint, muizenstaart, paarse dovenetel s.s., ringelwikke, tengere zandmuur, smal streepzaad, smalle wikke s.s., stijve klaverzuring, tuinbingelkruid, vierzadige wikke s.s., witte krodde, zomerandoorn.

Kwaliteitsbepaling

A 02.01 Botanisch waardevol grasland – Ruimtelijke condities

Aantal kwalificerende zeldzame soorten
1-3 ha <1 <1
Aantal kwalificerende regelmatige soorten >10 Hoog Hoog Midden
5 – 10 Hoog Midden Laag
<5 Midden Laag Laag

NB: de kwaliteit moet behaald worden over de hele beheereenheid, dus bij volleveldspakketten en niet alleen in de rand.

Milieu- en watercondities

Monitoring van milieu- en watercondities bij deze agrarische natuurbeheertypen ligt niet voor de hand gegeven het pluriforme karakter van de percelen waarop deze typen voor kunnen komen.

Ruimtelijke condities

Agrarisch natuurbeheer geschiedt op vrijwillige basis in looptijden van 6 jaar. Ieder jaar kan de ruimtelijke structuur dus wisselen door het wegvallen van beschikkingen of het aangaan van nieuwe beschikkingen. Belangrijk blijft wel dat een netwerk van botanisch waardevol akkerlanden onder beheer blijft bestaan.

Kwaliteitsbepaling

A 02.01 Botanisch waardevol grasland – Ruimtelijke condities

Oppervlakte:
Ruimtelijke samenhang:
>3 ha 1-3 ha <1
Verbonden met andere botanische akkerlandbeheertypen Hoog Hoog Midden
In nabijheid (binnen 1 km) van andere botanische akkerlandbeheertypen Hoog Midden Laag
Geïsoleerd liggend Midden Laag Laag