Structuur
Veenmosrietland bestaat meestal uit een ijle rietvegetatie met daaronder een kruid- en veenmoslaag. Moerasheide heeft boven een veenmoslaag een laag van dwergstruiken, zoals gewone dophei. Omdat andere structuurelementen niet worden meebegrensd in het beheertype, is een beoordeling van de structuurvariatie hier niet aan de orde.
Flora en fauna
Biotische kwaliteit wordt uitgedrukt in het voorkomen soorten uit de volgende soortgroepen (mossen zijn met (m) aangeduid):
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Flora en fauna
| Soortgroep | Soorten |
| Planten: | blauwe knoop, elzenmos (m), geelgroene zegge, gevleugeld hertshooi, gewone dophei, glanzend veenmos (m), groenknolorchis, hoogveenveenmos (m), kamvaren, kleine valeriaan, kleine veenbes, klokjesgentiaan, koningsvaren, kraaihei, lavendelhei, moerasgaffeltandmos (m), moeraskartelblad, rietorchis, rode bosbes, rood veenmos (m), ronde zonnedauw, ruwe bies, slank wollegras, sterzegge, struikhei, veenmosorchis, vleeskleurige orchis, waterdrieblad, welriekende nachtorchis, wilde gagel |
| Dagvlinders: | aardbeivlinder, groentje, grote vuurvlinder, zilveren maan |
Tot de kwalificerende soorten kunnen ook 2 extra (bedreigd, ernstig bedreigde of verdwenen uit Nederland) Rode lijst soorten gerekend worden. Enkel van de volgende soortgroepen: vissen, reptielen, amfibieën, mossen, kranswieren, vaatplanten, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, krekels en vogels. Deze soorten tellen alleen mee voor het aantal soorten, maar niet voor het criterium van verspreiding en soortgroepen.
Kwaliteitsbepaling
- “Hoog”: indien minimaal 8 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan minimaal 5 op >15% van de oppervlakte van het beheertype en beide soortgroepen vertegenwoordigd zijn.
- “Midden”: indien 5-7 kwalificerende soorten voorkomen of indien meer soorten voorkomen, maar niet aan de eisen van klasse “Hoog” voldaan wordt.
- “Laag”: indien niet aan de klasse “Midden” of “Hoog” voldaan is.
Milieu- en watercondities
De beoordeling van abiotische condities wordt gedaan op basis van de interne water- en milieuconditie (standplaatsfactoren). Wanneer externe beïnvloeding beter, respectievelijk slechter scoort, wordt het eindoordeel 1 klasse naar boven of beneden bijgesteld.
a) Standplaatsfactoren
Veenmosrietlanden en moerasheide worden gekenmerkt door een zeer stabiele vochthuishouding, waarbij grondwaterstanden gedurende vrijwel het gehele jaar iets onder of aan maaiveld staan en het grondwater maximaal enkele tientallen centimeters wegzakt in de zomer. Te grote waterfluctuaties, doorgaans lage waterstanden (verdroging) en daarnaast vermesting en verzuring (door stikstofdepositie en voedselrijk water) leiden tot zeer ongunstige omstandigheden en afname van kwaliteit. Moerasheide is zeer gevoelig voor wisselende waterstanden.
Over het algemeen bevindt de zuurgraad zich tussen zuur en zwak zuur. Dit komt doordat deze systemen zich onder de invloed van regenwater (zwak zuur) ontwikkelen en natuurlijke processen (bijvoorbeeld in veenmosvegetaties) leiden tot lichte verzuring.
De optimale voedselrijkdom is oligotroof tot mesotroof, incidenteel tot zwak eutroof.
Ranges waarbij voor veenmosrietland en moerasheide kenmerkende vegetaties kunnen voorkomen voor gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) en gemiddelde voorjaars-grondwaterstand (GVG).

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide. Rood is laag, geel is midden, groen is hoog.
Kwaliteitsbepaling
- “Hoog”: indien minstens 50% van de oppervlakte zich voor de GLG en de GVG, op dezelfde locatie, binnen het bereik voor “Hoog” ontwikkeld bevindt.
- “Midden”: indien niet voldaan wordt aan “Hoog” en minstens 50% van de oppervlakte voor de GLG en de GVG zich, op dezelfde locatie, minimaal binnen het bereik voor “Midden” ontwikkeld bevindt.
- “Laag”: indien aan bovenstaande criteria niet wordt voldaan.
b) Externe beïnvloeding
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Stikstofdepositie
| Hoog | Midden | Laag |
| Stikstofdepositie* | < 10 kg N ha-1 y-1
< 710 mol ha-1 y-1 | 10 – 18 kg N ha-1 y-1
710-1280 mol ha-1 y-1 | > 18 kg N ha-1 y-1
> 1280 mol ha-1 y-1 |
* Waarde voor veenmosrietlanden (10 kg) en vochtige heiden (laagveengebied) (18 kg) (Van Dobben & Van Hinsberg, 2008).
Ruimtelijke condities
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Ruimtelijke condities
| Oppervlakte beheertype/Ruimtelijke samenhang | >20 ha | 10 – 20 ha | 5-10 ha | < 5 ha |
| Verbonden met andere moerasgebieden (afstand max. 30 meter)* | Hoog | Hoog | Hoog | Midden |
| In nabijheid (binnen 1 km) van andere moerasgebieden* | Hoog | Hoog | Midden | Laag |
| Geïsoleerd | Hoog | Midden | Laag | Laag |
Monitoring
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Monitoring
| Parameter | Methode | Frequentie |
| Planten | Inventarisatie kwalificerende soorten | 6 jaar |
| Dagvlinders | Inventarisatie kwalificerende soorten | 6 jaar |
| Bepaling abiotiek | Diverse methoden | 6 jaar |
| Stikstofdepositie | Opvragen stikstofdepositie | 6 jaar |
| Vegetatie | Vegetatiekartering | 12 jaar |
| Ruimtelijke condities | GIS-analyse en veldwaarneming | 6 jaar |