N06.01 Veenmosrietland en moerasheide

Bijgewerkt op: 19 december 2023

Veenmosrietland en moerasheide zijn vrij voedselarme moerastypen en komen alleen voor in laagveenmoerassen en veenweidegebieden. In veenweidegebieden vormt het veenmosrietland vaak linten langs sloten.

Algemene beschrijving

Moerasheide is zowel binnen Nederland als Europa zeer zeldzaam en kan beschouwd worden als een overgang naar hoogveen. Veenmosrietland en moerasheide waren niet zeldzaam in de oorspronkelijke moerassen, maar zijn door de ontginning en vervening van het laagveengebied vrijwel verdwenen. De laatste voorbeelden zijn in omvang en kwaliteit afgenomen door verdroging, vermesting, verzuring en verbossing.

Veenmosrietland bestaat uit een vrij ijle rietlaag en vaak een moslaag, rijk aan veenmossen, ronde zonnedauw, orchideeën en varens. Moerasheide bestaat vooral uit veenmossen, gedeeltelijk gaat het om soorten die verder alleen in hoogveen voorkomen. Gewone dophei, verschillende soorten bosbessen en zeggensoorten komen tussen de veenmossen voor. De vegetatie is laag en zeer open, riet en andere hoge moerasplanten zijn slechts hier en daar aanwezig.

Veenmosrietland en moerasheide zijn oude verlandingsstadia in de reeks van open water naar moerasbos. Vanuit jong rietland kan bij een toenemende dikte meer invloed ontstaan van regenwater, waardoor veenmosrietland en in een later stadium moerasheide tot ontwikkeling kan komen. Bij moerasheide is de invloed van regenwater het grootst. Bij verlanding vanuit brak water kan deze successie bijzonder snel verlopen.

Veenmosrietland en moerasheide vormen een natuurlijk, laat stadium in de successiereeks. Door de veranderde waterhuishouding verruigen en verbossen deze oude verlandingsstadia veel sneller dan onder natuurlijke omstandigheden. Door te maaien wordt dit proces vertraagd.

Voorbeeldgebieden

Alde Feanen, Wieden, Weerribben, Nieuwkoopse Plassen, Vechtplassen, Botshol en Wormerveld, Jisperveld, Oostzanerveld, Westeinderplassen en Ilperveld.

Afbakening

  • Het beheertype Veenmosrietland en moerasheide omvat late stadia in verlandingsvegetaties waarin veenmossen, heidesoorten en gagel gezamenlijk tenminste 30% van de bedekking vormen.
  • Tot 10% van het beheertype kan bestaan uit ander struweel.
  • De gemiddelde grondwaterstand in het najaar zakt maximaal tot 40 cm. onder het maaiveld, behoudens eventuele periodieke droogteperioden.
  • In de nattere delen liggen de grondwaterstanden tussen 0 en 20 cm.
  • Het beheertype komt niet voor in het Heuvellandschap.

Standaardkostprijs

De standaardkostprijsbladen gaan uit van de beheermaatregelen die gemiddeld over heel Nederland gezien nodig zijn om dit beheertype in stand te houden. Afhankelijk van regionale omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om het beheer aan te passen voor de instandhouding van het beheertype.

Bekijk de meeste actuele standaardkostprijzen voor een overzicht van alle standaardkostprijzen per natuurtype.

Subsidie

Subsidieverplichtingen

De beheerder dient het beheertype in stand te houden. De wijze waarop hij deze instandhoudingsverplichting invult, is aan de beheerder zelf.

Subsidietarief

Bekijk de meest actuele subsidietarieven voor de jaarvergoeding voor het Natuurbeheertype N06.01 Veenmosrietland en moerasheide.

De vergoeding kan jaarlijks wijzigen en bedraagt 84% van de standaardkostprijs.

Beheeradvies

Door VBNE en Stichting Part-ner is er voor natuurbeheertype N06.01 Veenmosrietland en moerasheide een beheeradvies opgesteld.

Bekijk het beheeradvies

BIJ12 is niet betrokken en/of verantwoordelijk voor de inhoud van dit beheeradvies.

Monitoring en natuurkwaliteit

Structuur

Veenmosrietland bestaat meestal uit een ijle rietvegetatie met daaronder een kruid- en veenmoslaag. Moerasheide heeft boven een veenmoslaag een laag van dwergstruiken, zoals gewone dophei. Omdat andere structuurelementen niet worden meebegrensd in het beheertype, is een beoordeling van de structuurvariatie hier niet aan de orde.

Flora en fauna

Biotische kwaliteit wordt uitgedrukt in het voorkomen soorten uit de volgende soortgroepen (mossen zijn met (m) aangeduid):

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Flora en fauna

Soortgroep Soorten
Planten: blauwe knoop, elzenmos (m), geelgroene zegge, gevleugeld hertshooi, gewone dophei, glanzend veenmos (m), groenknolorchis, hoogveenveenmos (m), kamvaren, kleine valeriaan, kleine veenbes, klokjesgentiaan, koningsvaren, kraaihei, lavendelhei, moerasgaffeltandmos (m), moeraskartelblad, rietorchis, rode bosbes, rood veenmos (m), ronde zonnedauw, ruwe bies, slank wollegras, sterzegge, struikhei, veenmosorchis, vleeskleurige orchis, waterdrieblad, welriekende nachtorchis, wilde gagel
Dagvlinders: aardbeivlinder, groentje, grote vuurvlinder, zilveren maan

Tot de kwalificerende soorten kunnen ook 2 extra (bedreigd, ernstig bedreigde of verdwenen uit Nederland) Rode lijst soorten gerekend worden. Enkel van de volgende soortgroepen: vissen, reptielen, amfibieën, mossen, kranswieren, vaatplanten, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, krekels en vogels. Deze soorten tellen alleen mee voor het aantal soorten, maar niet voor het criterium van verspreiding en soortgroepen.

Kwaliteitsbepaling

  • “Hoog”: indien minimaal 8 kwalificerende soorten voorkomen, waarvan minimaal 5 op >15% van de oppervlakte van het beheertype en beide soortgroepen vertegenwoordigd zijn.
  • “Midden”: indien 5-7 kwalificerende soorten voorkomen of indien meer soorten voorkomen, maar niet aan de eisen van klasse “Hoog” voldaan wordt.
  • “Laag”: indien niet aan de klasse “Midden” of “Hoog” voldaan is.

Milieu- en watercondities

De beoordeling van abiotische condities wordt gedaan op basis van de interne water- en milieuconditie (standplaatsfactoren). Wanneer externe beïnvloeding beter, respectievelijk slechter scoort, wordt het eindoordeel 1 klasse naar boven of beneden bijgesteld.

a) Standplaatsfactoren

Veenmosrietlanden en moerasheide worden gekenmerkt door een zeer stabiele vochthuishouding, waarbij grondwaterstanden gedurende vrijwel het gehele jaar iets onder of aan maaiveld staan en het grondwater maximaal enkele tientallen centimeters wegzakt in de zomer. Te grote waterfluctuaties, doorgaans lage waterstanden (verdroging) en daarnaast vermesting en verzuring (door stikstofdepositie en voedselrijk water) leiden tot zeer ongunstige omstandigheden en afname van kwaliteit. Moerasheide is zeer gevoelig voor wisselende waterstanden.

Over het algemeen bevindt de zuurgraad zich tussen zuur en zwak zuur. Dit komt doordat deze systemen zich onder de invloed van regenwater (zwak zuur) ontwikkelen en natuurlijke processen (bijvoorbeeld in veenmosvegetaties) leiden tot lichte verzuring.

De optimale voedselrijkdom is oligotroof tot mesotroof, incidenteel tot zwak eutroof.

Figuur 2 Ranges waarbij voor veenmosrietland en moerasheide kenmerkende vegetaties kunnen voorkomen voor gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) en gemiddelde voorjaars-grondwaterstand (GVG).

Figuur 2 Ranges waarbij voor veenmosrietland en moerasheide kenmerkende vegetaties kunnen voorkomen voor gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) en gemiddelde voorjaars-grondwaterstand (GVG).

Kwaliteitsbepaling

  • “Hoog”: indien minstens 50% van de oppervlakte zich voor de GLG en de GVG, op dezelfde locatie, binnen het bereik voor “Hoog” ontwikkeld bevindt.
  • “Midden”: indien niet voldaan wordt aan “Hoog” en minstens 50% van de oppervlakte voor de GLG en de GVG zich, op dezelfde locatie, minimaal binnen het bereik voor “Midden” ontwikkeld bevindt.
  • “Laag”: indien aan bovenstaande criteria niet wordt voldaan.

b) Externe beïnvloeding

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Stikstofdepositie

Hoog Midden Laag
Stikstofdepositie* < 10 kg N ha-1 y-1 < 710 mol ha-1 y-1 10 – 18 kg N ha-1 y-1

710-1280 mol ha-1 y-1

> 18 kg N ha-1 y-1

> 1280 mol ha-1 y-1

* Waarde voor veenmosrietlanden (10 kg) en vochtige heiden (laagveengebied) (18 kg) (Van Dobben & Van Hinsberg, 2008).

Ruimtelijke condities

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Ruimtelijke condities

Oppervlakte beheertype/Ruimtelijke samenhang >20 ha 10 – 20 ha 5-10 ha < 5 ha
Verbonden met andere moerasgebieden (afstand max. 30 meter)* Hoog Hoog Hoog Midden
In nabijheid (binnen 1 km) van andere moerasgebieden* Hoog Hoog Midden Laag
Geïsoleerd Hoog Midden Laag Laag

Monitoring

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide – Monitoring

Parameter Methode Frequentie
Planten Inventarisatie kwalificerende soorten 6 jaar
Dagvlinders Inventarisatie kwalificerende soorten 6 jaar
Bepaling abiotiek Diverse methoden 6 jaar
Stikstofdepositie Opvragen stikstofdepositie 6 jaar
Vegetatie Vegetatiekartering 12 jaar
Ruimtelijke condities GIS-analyse en veldwaarneming 6 jaar