Wolvensporen

Veelgestelde vragen over het wolvendossier

Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen over onderwerpen zoals wolvenschade, preventieve maatregelen, verspreiding van de wolf in Nederland en Europa, dode wolven, monitoring, ecologie, bescherming, wet- en regelgeving, beleid en organisatie.

Wolvenschade

Wat is een calamiteitenregeling?

In acute situaties kunnen provincies met onmiddellijke ingang een tijdelijke calamiteitenregeling of urgentieregeling in werking stellen. Veehouders kunnen dan direct gesubsidieerde wolfwerende maatregelen treffen, ook al is dit niet in een vastgesteld wolvenleefgebied. Dit zal vooral aan de orde zijn in gebieden waar een wolf doorheen trekt op zoek naar een nieuw territorium en schade aanricht.

De calamiteitenregeling treedt in werking wanneer binnen een week, in dezelfde of aangrenzende gemeenten, twee of meer aanvallen hebben plaatsgevonden. Veehouders binnen die gemeente(n) kunnen tijdelijk (2 tot 4 weken) voor een subsidie in aanmerking komen om preventieve maatregelen te treffen.

Het instellen van een calamiteitenregeling gebeurt door de provincie. Een calamiteitenregeling is bedoeld om dierhouders te ondersteunen bij aanvallen door wolven die niet of moeilijk te voorspellen zijn. De provincies hanteren binnen deze gebieden dezelfde technische normering en eenheidsprijzen.

Bevoegdheid provincie:

  • De keuze en de begrenzing van de gebieden te bepalen.
  • De omvang van het budget vast te stellen dat hiervoor beschikbaar wordt gesteld.
  • De duur en de termijnen waarbinnen subsidieregels gelden vast te stellen.
Hoe wordt een wolfwerendraster getoetst?

De taxateur heeft de opdracht van BIJ12 om de afrastering te beoordelen, in het geval van vermeend wolfwerend raster moet het volledige raster worden gecontroleerd. De resultaten hiervan worden opgenomen in het bezoekrapport van het schadedossier. De taxateur gebruikt hiervoor onderstaande checklist:

Zijn er subsidieregelingen voor preventieve maatregelen beschikbaar in de provincie?

Primair is de dierhouder zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van wolvenaanvallen op zijn of haar dieren. In diverse provincies zijn commissies opgericht om met direct belanghebbenden te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn en hoe de provincie hierbij kan ondersteunen. Ook zijn verschillende provincies een subsidieregeling gestart voor de aanschaf van wolfwerende rasters. Het is de bevoegdheid van de provincies om subsidie te verlenen, de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen en de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidie te bepalen. Hoe dit per provincie is geregeld is hierboven te lezen.

Waarom hanteren provincies verschillend beleid voor subsidies van rasters?

Een aantal jaar geleden is het natuurbeleid waaronder het faunabeleid gedecentraliseerd, dus provincies zijn verantwoordelijk voor het faunabeleid. De 12 provincies – vertegenwoordigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO) – hebben in 2019 samen het Interprovinciaal wolvenplan vastgesteld. Daarnaast wordt er ook samengewerkt tussen provincies als een aangewezen wolvengebied grensoverschrijdend is. Lees ook:

Wat betekent een wolfwerende afrastering voor andere wilde dieren?

Een wolfwerende afrastering kan je weide ook minder toegankelijk maken voor andere wilde dieren. Op voorhand vormen flex-netten een groter risico voor overige fauna dan een vaste afrastering met draden omdat een dier in een net verstrikt zou kunnen raken. Wanneer de onderste draad op 20 cm. blijft, kunnen kleine wilde dieren hier onder doorgaan maar een wild zwijn of hond bijvoorbeeld niet. Herten en reeën kunnen over of door een wolfwerende afrastering heen springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen hertachtige(n) geen tik. In een gebied waar ook dassen leven, kan een tunnel (rioolbuis maat 25-30) extra uitkomst bieden.

Op dit Duitse Youtube-account staan meerdere voorbeelden van wilde dieren waarvoor een wolfwerende afrastering geen probleem is.

 

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij beschermingsmaatregelen?

Het is mogelijk om je schapenweide afdoende te beschermen tegen een wolf. Het helpt als je daarbij je afrastering bekijkt door de ogen van de wolf. Op deze manier zie je beter wat de zwakke plekken zijn. De Wolvencommissie Gelderland maakte daarom onderstaande factsheet.

Zo zal een wolf meestal proberen om onder de afrastering door te kruipen. Je moet dus bij je controle extra aandacht hebben voor de onderste draad: is de afstand nergens meer dan 25 cm? Is de draad vrij van begroeiing, zodat er geen spanningsverlies ontstaat?

Een ander belangrijk punt is dat de wolf na één flinke stroomstoot niet snel opnieuw zal proberen om aan te vallen. De keerzijde daarvan: als hij wél een toegang vindt tot makkelijk te grijpen prooien – zoals schapen in tegenstelling tot wild – dan zal hij blijven proberen. Het is dus beter om het in één keer goed te doen!

Hoe effectief zijn grote honden voor het beschermen van vee?

Er zijn hondenrassen die speciaal gefokt zijn als kuddebeschermingshond. Let wel heel goed op dat je ook echt een ras neemt die ook dit werk goed uit kan voeren en bij de bedrijfsvoering past. Deze honden zijn gefokt om zelfstandig en eigenwijs te zijn. Er is een bedrijf dat hierbij kan helpen: Canine Efficiency.

Waarom is paarden houden in een kudde veiliger?

Een kudde – dieren die elkaar kennen – beschermt elkaar. Een wolf is een opportunist en een verwonding is voor hem een groot risico, dus dat vermijdt hij als het even kan. Bij meerdere paarden zal een wolf dus niet snel geneigd zijn om een kans te wagen. Doet hij dat wel, dan maakt hij weinig kans tegen een kudde gezonde paarden. Veulens, pony’s, zieke of zwakke dieren kunnen wel gevaar lopen.

Bekijk ook onderstaande video waar paarden een wolf uit de wei verjagen in de provincie Limburg (Wolvenmeldpunt, 2022):

Lees het transcript van deze video

Op de video is te zien hoe een wolf wegrent. De wolf rent op een weiland en wordt achterna gezeten door drie paarden. De kudde paarden verdrijft de wolf uit het weiland. De wolf vlucht het maisveld in.

Zijn wolven gevaarlijk voor paarden?

De kans dat wolven paarden aanvallen is erg klein. Een van de redenen is dat paarden als extreem defensief worden beschouwd, vooral merries als verdedigers van hun veulens. Veulens, pony’s, zieke of zwakke dieren kunnen wel gevaar lopen.

Er is wel een risico dat paarden in paniek raken en daarbij door de omheining gaan of op een andere manier gewond raken. Het is ook afhankelijk van de andere mogelijke prooidieren in het gebied. De wolf kiest altijd voor de makkelijkste prooi.

We zullen als maatschappij weer gaan ontdekken hoe we onze landbouwhuisdieren veilig kunnen houden. ‘s Nachts ophokken, rasters en eventueel kuddebeschermingshonden zijn daarbij belangrijke opties, maar ook natuurlijke kuddesamenstelling van grootvee vergroot de weerbaarheid van koeien en paarden tegen wolven.

Bekijk ook onderstaande video waar paarden een wolf uit de wei verjagen in de provincie Limburg (Wolvenmeldpunt, 2022).

Lees het transcript van deze video

Op de video is te zien hoe een wolf wegrent. De wolf rent op een weiland en wordt achterna gezeten door drie paarden. De kudde paarden verdrijft de wolf uit het weiland. De wolf vlucht het maisveld in.

Wolvenschade melden

Hoe zit het met schade door een goudjakhals?

Naast de wolf wordt ook de goudjakhals in Nederland gesignaleerd, een dier nauw verwant aan de wolf. De taxatie en tegemoetkoming in schade aan gehouden dieren door een goudjakhals is hetzelfde als bij een wolf.

Wat gebeurt er met kapitaalintensieve dieren?

Bij tegemoetkomingsaanvragen voor kapitaalintensieve dieren, bijvoorbeeld waardevolle renpaarden, wordt van de eigenaar een grotere inspanning verwacht om het dier tegen wolvenaanvallen te beschermen. In die specifieke gevallen kan geoordeeld worden dat een eigen risico en/of een maximum vergoedingsbedrag gehanteerd wordt.

Wat betekent het dat er ook runderen en paarden worden aangevallen?

In Duitsland is al langer ervaring met grootvee (runderen en paarden) en predatoren. Uit het overzicht van 2021 (bron: dbb-wolf) blijkt dat in Duitsland in dat jaar 975 aanvallen op vee zijn geregistreerd, waarbij in totaal 3.374 dieren zijn verwond, gedood of vermist. Daarbij moet worden opgemerkt dat waarschijnlijk niet alle gevallen zijn geregistreerd of gemeld en de mate waarin landbouwhuisdieren worden gehouden sterk kan verschillen tussen deelstaten en dus ook Nederland.

Van de aangevallen dieren ging het in 2.772 gevallen (85%) om schapen en daarnaast 251 runderen (7%) en 18 paarden (0,5%). Van de 975 aanvallen had 72% betrekking op schapen en 21% op runderen. Niet alle aanvallen waren dodelijk. Van de 251 runderen bleek het merendeel (>84%) jonger dan 1 jaar oud te zijn. Van de 18 aangevallen paarden kon in 11 gevallen genetisch een wolf als dader worden vastgesteld. Daarbij ging het in de meeste gevallen om kleine rassen (pony’s) en daarnaast om twee veulens. In de andere gevallen van aanvallen bij paarden kon wolf niet worden vastgesteld maar ook niet als dader worden uitgesloten.

Laag risico op blessures

Wolven moeten het qua prooien hebben van soorten die een laag risico op blessures geven bij de jacht aangezien ze niet over echte wapens beschikken, zoals bijvoorbeeld de klauwen van katachtigen. Vandaar dat ze op geur en zicht prooien observeren op tekenen van zwakte/ziekte, en onervarenheid.

Vervolgens testen ze een prooi altijd op weerbaarheid door het op te jagen zodat het moet rennen. Als hoefdieren niet voldoende weerbaar blijken wordt de aanval ingezet. Dit kan tot de dood van de prooi leiden, maar in veel gevallen wordt een aanval alsnog afgebroken omdat wolven het risico op een blessure te groot achten. Dit verklaart dat vooral hoefdieren worden aangevallen die zonder risico te pakken zijn (schapen) en daarnaast van de andere landbouwhuisdieren vooral de individuen die afwijken.

Dat kunnen kleine rassen zijn als pony’s, jonge dieren die alleen of in een leeftijdsgroep worden gehouden (kalveren of veulens), een ziek dier wat apart is gezet, of dieren die door gedrag opvallen, bijvoorbeeld een dier wat in paniek raakt en/of niet zijn natuurlijke vluchtgedrag kan uitoefenen.

Nu de wolf weer terug is in Nederland zullen we als maatschappij weer gaan ontdekken hoe we onze landbouwhuisdieren veilig kunnen houden. ‘s Nachts ophokken, rasters en eventueel kuddebeschermingshonden zijn daarbij belangrijke opties, maar ook natuurlijke kuddesamenstelling van grootvee vergroot de weerbaarheid van koeien en paarden tegen wolven.

Welke landbouwdieren vallen wel eens ten prooi aan wolven?

In de meeste gevallen gaat het om schapen. Soms ook geiten, kalveren, pinken, koeien, of (shetlander) pony’s. Zeer zelden gaat het om gehouden damherten, moeflons of schotse hooglanders. Uit het buitenland is bekend dat ook andere diersoorten een prooi kunnen vormen.

Hoeveel vee wordt er gedood door honden en vossen?

Door honden of vossen gedode landbouwhuisdieren worden niet centraal geregistreerd. De BIJ12-cijfers zijn gebaseerd op vermoedelijke wolvenschade. Na DNA-analyse kan hier hond of vos uitkomen. Omdat dit toevalligheden zijn, is dit géén representatief beeld. Als na een aanval direct duidelijk is dat het om een hond of een vos gaat, bijvoorbeeld op basis van zicht, sporen en/of beelden, verleent BIJ12 geen opdracht voor taxatie.

Welke kosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming?
  • De taxatiewaarde van het gedode dier is bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming.
  • Bij verwonde dieren: de dierenartskosten tot maximaal de taxatiewaarde van het dier. Kosten voor bezoek van de dierenarts, zoals voorrijkosten en behandel en/of onderzoekskosten. Wanneer een gewond dier na behandeling alsnog overlijdt bedraagt de tegemoetkoming: de dierenartskosten tot maximaal de taxatiewaarde van het dier en de taxatiewaarde van het overleden dier.
  • Geleden schade door het optreden van abortus bij drachtige dieren, mits de aanvrager de dracht en het oorzakelijke verband tussen de aanval van de wolf en de abortus aantoont dan wel aannemelijk kan maken. Bijvoorbeeld door het gebruik van dek-blokken; het overleggen van een langjarige administratie van verwerpingen; of een scan van het dier, welke scan binnen twee weken na aanval van de wolf (het stressmoment) moet plaatsvinden.
  • Voorrij- en afvoerkosten van een kadaver naar Rendac.

Overige indirecte kosten komen niet voor een tegemoetkoming in aanmerking.

Bij het verlenen van een tegemoetkoming in de schade door een wolf wordt er geen eigen risico ingehouden en hoeven geen léges betaald te worden.

Wanneer komt een dierhouder in aanmerking voor een tegemoetkoming?

Schade aan bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren én aan hobbymatig gehouden hoefdieren (schaap, geit, paard/pony, rund, varken) komt in aanmerking voor taxatie en een tegemoetkoming. Dit geldt ook voor bedrijfsmatig gehouden kuddebeschermings- en hoedhonden die verwond of gedood worden. De eigenaar krijgt een tegemoetkoming in de schade wanneer bovengenoemde dieren met zekerheid of zeer waarschijnlijk zijn gedood of verwond door een wolf.

Wat zijn de onderzoekstermijnen van DNA-analyse?

Genetisch onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen Environmental Research (WENR).

Soortbepaling één keer per maand

In overleg met de provincies is afgesproken om maandelijks een soortbepaling uit te voeren voor alle monsters van schadegevallen verzameld in de voorgaande maand. Bij de soortbepaling wordt onderzocht of het DNA afkomstig is van een wolf. Alle DNA-monsters van de afgelopen maand, worden in de eerste week van de opvolgende maand geanalyseerd. Na analyse krijgt BIJ12 de resultaten waarna zo snel mogelijk de betrokken dierhouders en de provincies worden ingelicht. Daarna wordt de data verwerkt op de site.

Individubepaling één keer per kwartaal

De bepaling van individu en geslacht, dat vooral bedoeld is voor periodieke monitoring, vindt elk kwartaal plaats. Dit is een ander type onderzoek.

Voor deze termijnen is gekozen om het onderzoek zo kosten-efficiënt mogelijk uit te voeren. De huidige aanpak zorgt voor een goede balans tussen arbeidsintensiviteit van het genetisch onderzoek (en daarmee kosten) en de frequentie waarmee de resultaten bekend worden.

Hierdoor kan het wel enkele weken duren voor de gegevens beschikbaar zijn. In bijzondere situaties kan de provincie bepalen om een spoedanalyse financieren. Bij een spoedanalyse

Schrijf u hier in om per e-mail op de hoogte te worden gehouden van de maandelijkse (DNA-)uitslagen van schademeldingen en de publicaties van voortgangsrapportages over de activiteit van de wolf in Nederland (eens per kwartaal).

 

Wanneer maakt BIJ12 nieuwe schademeldingen bekend?

De tabel met schademeldingen- en cijfers en het bronbestand (Excel-bestand) wordt minimaal één keer per week bijgewerkt. Dit kan vanaf het moment dat BIJ12 een eerste terugkoppeling heeft ontvangen van een taxateur over het veldbezoek.

Verspreiding wolf in Nederland

Hoe zijn wolven in Nederland terecht gekomen?

Wolvenpopulaties breiden zich op natuurlijke wijze uit. De laatste decennia is een Centraal-Europese populatie ontstaan met een origine in Noordoost-Polen. Deze populatie breidt zich via Duitsland verder uit in westelijke richting, waarbij wolven uit deze populatie zich recentelijk ook achtereenvolgens in Denemarken, Nederland en België hebben gevestigd. Genetisch onderzoek toont aan dat veruit de meeste van de waargenomen wolven in Nederland afkomstig zijn uit de Centraal-Europese populatie. Er zijn in Nederland enkele individuen waargenomen die afkomstig waren uit een andere wolvenpopulatie: de Alpiene wolvenpopulatie uit de regio Italië, Zwitserland en Frankrijk. In het provinciegrens overstijgende gebied tussen Noord-Brabant en Limburg is een Alpiene wolf gevestigd.

Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in Nederland

Lees bij wet- en regelgeving meer over de illegaliteit en de straf voor het uitzetten van wolven.

Is van alle wolven het DNA bekend?

Nee, DNA-profielen worden gemaakt op basis van DNA-onderzoek na een aanval op vee of bij monitoring, zoals bijvoorbeeld DNA-onderzoek van gevonden drollen. Niet iedere wolf valt vee aan en niet van alle wolven worden drollen gevonden. Ook worden er ieder jaar weer welpen geboren waarvan het soms enkele jaren duurt voordat daar DNA-gegevens van worden aangetroffen.

Hoeveel dode wolven zijn er in Nederland aangetroffen?

Een overzicht van aangereden en/of dode wolven in Nederland is te vinden op de pagina dode wolven.

Waar hebben wolven zich in Nederland gevestigd?

De eerste wolf vestigde zich in 2018 op de Noord-Veluwe. Begin 2019 voegde zich hier een tweede wolf bij. Dit paartje kreeg sinds 2019 ieder jaar jongen. De afgelopen jaren ontstonden er meer wolvenroedels- en paren. In ons land leven op dit moment negen wolvenroedels. Dit zijn wolvenparen die jongen hebben gehad. Bij zeven van de negen roedels zijn er in 2023 welpen gezien.

Zeven roedels hebben hun territoria op de Veluwe: in het gebied van de Noordwest-Veluwe, Noord-Veluwe, Noordoost-Veluwe, Midden-Veluwe, Park de Hoge Veluwe, Zuidwest-Veluwe en Zuidoost-Veluwe. Twee andere roedels leven in Midden-Drenthe en in het grensgebied Fryslân-Drenthe-Overijssel. In het grensgebied tussen Noord-Brabant en Limburg leefde op de Groote Heide lang een solitaire wolf.

Vlak over de grens met Duitsland en België bevinden zich ook diverse wolventerritoria. In Vlaanderen op de grens met Zuidwest-Brabant is een wolvin gevestigd. Via monitoring moet blijken of Nederland ook tot het territorium van deze wolvin behoort. Verder leeft er al jaren een wolvenroedel rond het Vlaamse Hechtel-Eksel.

De meest actuele informatie over het gevestigde wolven leest u de verspreidingskaart of de voortgangsrapportage die BIJ12 een paar keer per jaar uitbrengt.

Zijn wolven in Nederland uitgezet?

Er is tot nu geen enkele aanwijzing dat er wolven in Nederland uitgezet zijn. Dankzij genetisch onderzoek zijn de meeste waargenomen wolven in Nederland te herleiden naar hun oorspronkelijke roedel. Van de wolven waarvoor dat niet mogelijk was, kan met genetisch onderzoek wel worden aangetoond uit welke wolvenpopulaties zij afkomstig zijn.

Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in Nederland
Wat is het verschil tussen gevestigde en zwervende wolven?

We maken onderscheid tussen gevestigde en zwervende wolven. Van een gevestigde wolf is sprake als deze minimaal 6 maanden in dezelfde regio of hetzelfde gebied via DNA aantoonbaar aanwezig is. Voor zwervende wolven is dat nog niet het geval. Nakomelingen worden niet gerekend als gevestigde wolven, aangezien zij nog kunnen optrekken met de ouderlijke roedel of (vanaf ongeveer het tweede levensjaar) op zoek gaan naar een eigen territorium. Dit kan zich in de buurt van de ouderlijke roedel bevinden of verder weg. Voor de zwervende wolven is het vaak onbekend of deze wolven momenteel nog in Nederland aanwezig zijn.

Hoeveel wolven leven er in Nederland?

Een exact aantal wolven is niet aan te geven. Onder andere omdat wolven vele kilometers op een dag kunnen afleggen, Nederland binnen een korte periode in en uit kunnen lopen, geen sporen achterlaten (dat kan riskant zijn omdat ze niet weten of zij zich in een ander wolventerritorium bevinden en daarmee kans lopen op een aanval) en daardoor onopgemerkt blijven.

We hebben wél (zo goed als mogelijk) een beeld van de zogeheten gevestigde wolven die de afgelopen periode in Nederland verbleven, dus de wolven die een territorium hebben. Dit wordt namelijk onderzocht met gerichte monitoring. Een paar keer per jaar wordt hier verslag van gedaan in een voortgangsrapportage. Op basis hiervan wordt een verspreidingskaart met wolventerritoria gemaakt die hierboven te vinden is. Dit is het meest recente beeld dat beschikbaar is.

 

Wat zijn hybride wolven?

Een wolf-hondhybride is een hybride tussen een wolf en een gedomesticeerde hond. Wolven bezitten een zeer klein percentage DNA (<5%) dat afkomstig is van honden. Dit is het gevolg van incidentele kruising tussen wolven en honden in de loop van duizenden jaren. Deze wolven worden niet als hybriden beschouwd.

Er is in Nederland nog nooit een hybride wolf in het wild aangetroffen. In Duitsland zijn er in de afgelopen 20 jaar slechts twee gevallen van hybridisatie bekend. De Factfinding studie geeft aan dat uit recente genetische studies blijkt dat hybridisatie in de alpiene, Centraal-Europese en Scandinavische populaties zeer zeldzaam is (minder dan 1% van de onderzochte gevallen). Nederland kent bovendien geen loslopende zwerfhonden. Het risico op langdurig innig contact tussen wolf en hond is daardoor zeer klein.

DNA-onderzoek naar hybride wolven

In de meeste EU-lidstaten worden wolven intensief genetisch gemonitord en wordt ook hybridisatie nauwlettend bestudeerd, zodat eventueel snel ingegrepen kan worden. Bij het DNA-onderzoek in Nederland wordt allereerst bepaald of de schade is veroorzaakt door een wolf of door een ander dier. Hierbij wordt ook bepaald of sprake is van een kruising van een wolf met een andere diersoort, een zogenaamde hybride wolf. Wanneer een landbouwhuisdier gedood zou worden door een wolf die een kruising is met een andere diersoort krijgt BIJ12 hierover bericht van het onderzoekslaboratorium. Hetzelfde onderzoek vindt plaats bij aangereden en/of dood aangetroffen wolven. Tot nu toe is dit nog niet voorgekomen. In de Factfinding study wolf wordt een uitgebreide uitleg gegeven over het testen van DNA op hybridisatie:

Voor elk DNA-monster wordt allereerst een soortbepaling uitgevoerd via een zogenaamde PCR-test. PCR staat voor polymerase-chain-reaction, een biochemische procedure waarbij een specifiek stukje diagnostisch DNA wordt gelokaliseerd en daarna vermeerderd. Vervolgens kan de exacte code ervan (de volgorde van de baseparen waaruit de DNA-streng is opgebouwd) vastgesteld worden via een procedure die ‘sequencing’ wordt genoemd. Voor het onderscheid tussen wolven en honden gebruikt men een stukje DNA van de zogenaamde controleregio van het mitochondriaal DNA (CR), dat niet bij prooidiersoorten vermeerderd kan worden en dat diagnostisch is voor hondachtigen. Aan de hand van de DNA-code kunnen dan verschillende varianten van dat gen onderscheiden worden. Van de tientallen varianten die er op dat CR-gen bestaan, komen sommige voor bij zowel honden als wolven en sommige ervan zijn uniek voor wolven.

Aangetroffen wolven in Nederland

Van de wolven die ooit in Nederland genetisch waargenomen zijn, kennen we vaak de oorsprong via genetische identificatie van elk individu, en toewijzing van het genotype aan de roedel van oorsprong, waarbij ook de ouders bekend zijn. In vele gevallen zijn ook de grootouders bekend en zijn deze ook weer geïdentificeerd als zuivere wolven, en kunnen we een hybride oorsprong ook op deze manier uitsluiten. Dit type onderzoek wordt in opdracht van BIJ12 en de gezamenlijke provincies elk kwartaal uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium.

Gedrag hybride wolf

Het is niet zo dat een hybride wolf minder wild zou zijn. Het dier wordt opgevoed in het wild en zal daardoor niet meer of minder angst voor mensen hebben. Een verwilderde hond kan net zo wild zijn als een wolf.

Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in Nederland Rapport over de juridische bescherming van de wolf

Verspreiding wolf in de Benelux en Duitsland

Hoe weten jullie de DNA-gegevens van wolven uit andere Europese landen?

Deze gegevens worden onderling gedeeld via internationale samenwerking. Lees ook verder op de pagina monitoring.

Is van alle wolven het DNA bekend?

Nee, DNA-profielen worden gemaakt op basis van DNA-onderzoek na een aanval op vee of bij monitoring, zoals bijvoorbeeld DNA-onderzoek van gevonden drollen. Niet iedere wolf valt vee aan en niet van alle wolven worden drollen gevonden. Ook worden er ieder jaar weer welpen geboren waarvan het soms enkele jaren duurt voordat daar DNA-gegevens van worden aangetroffen.

Wat is het CEwolf-consortium?

CEwolf staat voor Centraal Europese wolvenpopulatie, ofwel de wolvenpopulatie in West-Polen, Duitsland, Denemarken en de Benelux. Het internationaal consortium CEwolf van onderzoekslaboratoria uit België, Duitsland, Denemarken, Polen, Tsjechië, Oostenrijk en Nederland voert de genetische monitoring van wolven op dezelfde manier uit en wisselt gezamenlijk gegevens uit. Per land is er één deelnemend laboratorium. Alle labs werken met dezelfde methode en dat maakt het mogelijk om DNA-profielen onderling uit te wisselen en na te gaan of een profiel ergens al eens is vastgesteld. Door deze samenwerking is het in de meeste gevallen mogelijk te achterhalen waar dieren oorspronkelijk vandaan komen en welke afstand ze hebben afgelegd.

Sinds 2015 heeft CEwolf DNA van duizenden wolven uit de Centraal-Europese populatie geregistreerd, inclusief een stamboom van honderden individuen die soms wel 10 generaties teruggaat. De GW-codes van territoriale wolven in de Benelux en Duitsland worden jaarlijks vrijgegeven via deze kaart.

Waar in Europa leven wolven?

Met uitzondering van Luxemburg zijn nu in elk land op het vasteland van Europa wolven waargenomen. De Europese wolvenpopulatie is verdeeld in tien verschillende populaties, waarvan sommige grensoverstijgend zijn.

Dode wolven

Hoeveel dode wolven zijn er in Nederland aangetroffen?

Een overzicht van aangereden en/of dode wolven in Nederland is te vinden op de pagina dode wolven.

Monitoring

Waarom werkt de locatie-aanduiding van het Wolvenmeldpunt niet goed?

De huidige applicatie van het Wolvenmeldpunt is voornamelijk bedoeld voor direct betrokkenen vanuit de actieve wolvenmonitoring, zoals boswachters en deskundigen van de Zoogdiervereniging, De ‘eigen locatie’ in het kaartsysteem wordt soms bepaald door de provider van de aansluiting van de laptop; op dit moment kunnen we dat nog niet aanpassen. Eind februari 2024 wordt de invoerapplicatie ook goed bruikbaar op een mobiele telefoon; hierop wordt de ‘eigen locatie’ doorgaans wel goed bepaald met GPS.

Hoeveel dode wolven zijn er in Nederland aangetroffen?

Een overzicht van aangereden en/of dode wolven in Nederland is te vinden op de pagina dode wolven.

Wat is het verschil tussen gevestigde en zwervende wolven?

We maken onderscheid tussen gevestigde en zwervende wolven. Van een gevestigde wolf is sprake als deze minimaal 6 maanden in dezelfde regio of hetzelfde gebied via DNA aantoonbaar aanwezig is. Voor zwervende wolven is dat nog niet het geval. Nakomelingen worden niet gerekend als gevestigde wolven, aangezien zij nog kunnen optrekken met de ouderlijke roedel of (vanaf ongeveer het tweede levensjaar) op zoek gaan naar een eigen territorium. Dit kan zich in de buurt van de ouderlijke roedel bevinden of verder weg. Voor de zwervende wolven is het vaak onbekend of deze wolven momenteel nog in Nederland aanwezig zijn.

Hoeveel wolven leven er in Nederland?

Een exact aantal wolven is niet aan te geven. Onder andere omdat wolven vele kilometers op een dag kunnen afleggen, Nederland binnen een korte periode in en uit kunnen lopen, geen sporen achterlaten (dat kan riskant zijn omdat ze niet weten of zij zich in een ander wolventerritorium bevinden en daarmee kans lopen op een aanval) en daardoor onopgemerkt blijven.

We hebben wél (zo goed als mogelijk) een beeld van de zogeheten gevestigde wolven die de afgelopen periode in Nederland verbleven, dus de wolven die een territorium hebben. Dit wordt namelijk onderzocht met gerichte monitoring. Een paar keer per jaar wordt hier verslag van gedaan in een voortgangsrapportage. Op basis hiervan wordt een verspreidingskaart met wolventerritoria gemaakt die hierboven te vinden is. Dit is het meest recente beeld dat beschikbaar is.

 

Waarom wordt de wolf gemonitord?

De wolf is een (Europees) beschermde diersoort. Provincies zijn verantwoordelijk om via het Rijk aan Europa te rapporteren hoe de wolvenpopulatie zich ontwikkelt. Dit vormt de kern van de monitoring zoals in het Interprovinciaal wolvenplan is opgenomen. BIJ12 verzorgt namens de provincies de beleidsuitvoering van de wolf als het gaat om monitoring en de schadeafhandeling.

Wat wordt er gedaan met data uit het Wolvenmeldpunt?

De waarnemingen uit de tabel op de pagina ‘verspreiding wolf in Nederland’ komen uit de database van het Wolvenmeldpunt. De verzamelde waarnemingen worden iedere maand vernieuwd en aangevuld met de op dat moment nieuwe, en indien aan de orde oudere, waarnemingen uit het Wolvenmeldpunt.

Een peer keer per jaar in een voortgangsrapportage over de activiteit van wolven duiding gegeven aan alle meldingen uit het Wolvenmeldpunt van het afgelopen kwartaal. Op deze manier communiceren provincies over hoe de wolvenpopulatie zich ontwikkelt.

Wat is het Wolvenmeldpunt?

Wolven zijn vooral actief in de nacht, maar hun sporen zijn overdag goed zichtbaar. Denk hierbij aan pootafdrukken, drollen en soms zelfs haren. Ook prooidierresten, van bijvoorbeeld herten, kunnen duiden op de aanwezigheid van een wolf. Wanneer iemand een wolf of een wolvenspoor tegenkomt, kan dit worden gemeld bij het Wolvenmeldpunt. BIJ12 is namens de gezamenlijke provincies opdrachtgever van het Wolvenmeldpunt.

Het Wolvenmeldpunt beoordeelt alle waarnemingen van wolven en wolvensporen. Als voldoende bewijsmateriaal (zoals duidelijke foto’s of videobeelden) is meegeleverd, kan beoordeeld worden of het daadwerkelijk om een wolf gaat. In het Monitoringsplan wolf (hoofstuk 5) is toegelicht welke documentatie nodig is om een waarneming daadwerkelijk als wolvenwaarneming te beschouwen. Om een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van de wolfactiviteiten in Nederland, maken schadegevallen aan vee (waarbij uit de DNA-analyse blijkt dat deze daadwerkelijk door een wolf zijn veroorzaakt) ook onderdeel uit van de totale database van het Wolvenmeldpunt.

De waarnemingen uit de tabel op de pagina ‘verspreiding wolf in Nederland’ komen uit de database van het Wolvenmeldpunt. De verzamelde waarnemingen worden iedere maand vernieuwd en aangevuld met de op dat moment nieuwe, en indien aan de orde oudere, waarnemingen uit het Wolvenmeldpunt.

Ecologie

Wat voegt de wolf toe aan de natuur?

De komst van de wolf heeft invloed op de natuur. Een wolf jaagt vooral op zieke en zwakke dieren en helpt daardoor de populaties van prooidieren gezond te houden. De resten van een prooi bieden voedsel aan aaseters, zoals raaf en zeearend maar ook allerlei insecten. Daarnaast kunnen wolven ook een indirecte invloed hebben op bijvoorbeeld de bosverjonging. Door de aanwezigheid van een wolf kunnen hoefdieren bepaalde gebieden mijden. Daar krijgen jonge boompjes, die anders worden weggegeten, kans om op te groeien.

Hoeveel wolven leven er in een roedel?

Een roedel bestaat veelal uit meerdere generaties (ouderdieren en hun nakomelingen) en bestaat uit 3 tot 10 dieren. Het precieze aantal is afhankelijk van onder andere de geboorte van nieuwe welpen, de hoogte van puppysterfte en de trek van de jonge wolven.

Waar komen de wolven die nu in Nederland zijn vandaan?

De meeste individuen zijn afkomstig uit de Centraal-Europese populatie en in mindere mate uit de Alpiene wolvenpopulatie (Frankrijk, Zwitserland, Noord Italië).

Zijn er genoeg natuurlijke prooien voor wolven?

De in Nederland voorkomende inheemse hoefdieren zijn ree, wildzwijn, damhert en edelhert. Deze hoefdieren maken allemaal onderdeel uit van het dieet van wolven. De dichtheid aan hoefdieren in Nederland lijkt relatief hoog voor ree (vrijwel landelijk), edelhert, damhert en wildzwijn (lokaal), zodat voedsel niet direct een belemmering lijkt te zijn voor vestiging van de wolf.

Wolf en mens

Waarom mogen wolven niet gevoerd worden?

Zolang wolven mensen als een potentiële bedreiging zien, zullen wolven op afstand blijven van mensen. Wolven kunnen echter hun angst voor mensen verliezen als gevolg van menselijk handelen. Bijvoorbeeld wanneer ze regelmatig voedselresten van de mens eten of op een andere manier aan mensen wennen. Ze kunnen dan vertrouwd raken met mensen of ze gaan mensen associëren met voedsel. Met als gevolg een verhoogde kans op conflicten tussen wolf en mens. Wolven mogen daarom – net als andere wilde dieren – nooit gevoerd worden.

Waar moet ik op letten als ik een bos betreed waar wolven leven?

Een wolf is een roofdier maar vormt op voorhand geen bedreiging voor mensen. Menselijke activiteiten in het buitengebied als wandelen, trimmen, mountainbiken, paardrijden, jagen, vissen, kamperen enzovoort zijn gewoon mogelijk.

Het is belangrijk om bij het samenleven met wilde dieren de basisregels in acht te nemen: houd afstand, niet achter dieren rennen, jonge dieren nooit aanraken of oppakken en dieren nooit voeren. Deze regels zijn ook van toepassing op andere dieren zoals vossen en wilde zwijnen.

Bescherming en wet- en regelgeving

Wanneer mag er ingegrepen worden?

Veiligheid van mensen staat bovenaan. Wanneer die veiligheid acuut in het geding is, kan op last van de burgemeester altijd worden ingegrepen. In dergelijke situatie is de burgemeester het bevoegd gezag. Een burgemeester kan direct ingrijpen op basis van de Gemeentewet (art 175 en 176). Dat hoeft dus niet te gebeuren op basis van de Wet Natuurbescherming.

Ook provincies kunnen op basis van de Wet Natuurbescherming ingrijpen wanneer openbare orde en veiligheid in het geding is. De daarvoor te hanteren procedures zijn eerst gericht zijn op het voorkomen van onveilige situaties dan op het acuut inspelen daarop. Lees hiervoor de interventierichtlijnen uit het Interprovinciaal wolvenplan .

Wanneer spreken we van een probleemwolf?

Wolven mijden in principe het contact met mensen. Onder normale omstandigheden vormen wolven voor mensen dan ook geen bedreiging. Een ontmoeting met een wolf is altijd een uitzonderlijke gebeurtenis. Het komt echter voor dat wolven op onverwachte plekken worden gezien, zoals in bebouwd gebied of langs wegen. Ook dan is niet altijd sprake van onnatuurlijk gedrag en is in de meeste gevallen niet sprake van een gevaarlijk situatie. Een situatie kan wel gevaarlijk worden wanneer wolven hun schuwheid verliezen, bijvoorbeeld wanneer ze door mensen gevoed worden. In dat geval zal eerst worden geprobeerd de wolf weer “bang” voor mensen te maken. Als dat niet lukt, kan uiteindelijk worden besloten de wolf te doden.

Wat zijn interventierichtlijnen?

Interventierichtlijnen bieden handvatten voor onvoorziene situaties. Op dat moment moet een bevoegd gezag op basis van eigen afwegingen besluiten nemen. De richtlijnen bieden daar ruimte voor. In sommige gevallen zal het nodig zijn hiervoor een expert (bijvoorbeeld het hiervoor genoemde deskundigenteam) te raadplegen. Ook daarvoor bieden de richtlijnen handreikingen.

De richtlijnen zijn opgesteld op basis van wettelijke en beleidsmatige kaders en op basis van huidige ervaringen in binnen- en buitenland. Een aantal van de beschreven situaties hebben zich in Nederland echter nog niet voorgedaan. Daar is nog geen ervaring mee en hierover bestaat nog geen jurisprudentie. Het is denkbaar dat de richtlijnen op basis van toekomstige ontwikkelingen moeten worden bijgesteld. Om dit te kunnen doen is het belangrijk probleemsituaties ook als leermoment te kunnen gebruiken. Om die reden wordt documentatie en analyse van de situatie expliciet als actie benoemd in een aantal situaties. De richtlijnen zullen periodiek tegen het licht worden gehouden en zo nodig aangepast.

Het in deze interventierichtlijnen verwoorde beleid dient te worden verankerd in provinciale regelgeving (beleidsregels, verordeningen e.d.) waaronder bijvoorbeeld de provinciale valwildregeling.

Tot slot de suggestie dat indien men snel wil handelen het goed is voorafgaand bepaalde ontheffingen en vergunningen in algemene zin voorbereid te hebben (‘klaarliggen’). Dan behoeft slechts de situatieafhankelijke invulling nog plaats te vinden.

Van wie is de wolf?

De wolf ‘is’ van niemand. In het wild levende dieren noemt men juridisch ‘res nullius’-dieren. Dit zijn dieren zonder eigenaar. Hiertoe behoort ook de wolf.

Wat is de straf voor het illegaal uitzetten van wolven in Nederland als burger of overheidsinstantie?

Het uitzetten van dieren is verboden volgens artikel 3.34 eerste lid van de Wet natuurbescherming. Hiermee is het dus ook verboden om wolven uit te zetten.

Artikel 1a, aanhef en onder 2° van de Wet op de economische delicten stelt dat overtreding van artikel 3.34, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een economisch delict vormt. Volgens artikel 2 van Wet op de economische delicten is het opzettelijk uitzetten van een wolf een misdrijf. Hier staat een maximale gevangenisstraf op van 2 jaar, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie (maximaal 22.500,- euro). Hierbij kunnen ook bijkomende straffen en maatregelen worden opgelegd. De rechter bepaalt uiteindelijk de hoogte van de staf.

Wanneer mag een wolf toch geschoten worden?

Het afschieten van de wolf kan alleen worden toegestaan met inachtneming van de betreffende regels onder het Verdrag van Bern en de Habitatrichtlijn. Hierbij moet aan drie cumulatieve criteria voldaan worden:

  1. er moet sprake zijn van een in het Verdrag van Bern c.q. de Habitatrichtlijn genoemd doel (bijvoorbeeld onderzoek, openbare veiligheid of het voorkomen van ernstige schade aan vee);
  2. bevredigende alternatieven voor het beoogde ingrijpen ontbreken;
  3. en het ingrijpen staat niet in de weg aan het bereiken van een goede staat van instandhouding.

Vooral deze laatste twee eisen maken afschot van een gezonde wolf al snel problematisch. Het is regelmatig voorgekomen dat lidstaten in dit verband op de vingers getikt zijn door de Europese Commissie voor afschot van wolven of andere grote roofdieren dat niet in overeenstemming was met de internationale regels.

Wat zijn ontheffingsbesluiten waarmee toch een wolf geschoten mag worden?

Ontheffingsbesluiten moeten duidelijk en precies aangeven welk doel daarmee is gediend, en gebaseerd zijn op wetenschappelijke gegevens, zegt het hof. Alleen wijzen op mogelijke problemen die de wolven kunnen veroorzaken is onvoldoende. Het voorzorgsprincipe in de richtlijn schrijft verder voor dat voordat toestemming wordt gegeven, eerst duidelijk moet zijn hoe het staat met de populatie en de gevolgen die het doden van exemplaren heeft. Als hier onzekerheid over is, mag geen ontheffing worden gegeven. Hiervan mag alleen worden afgeweken in geval van acute veiligheidsrisico’s voor mensen.

Wie is het bevoegd gezag?

De colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies zijn bevoegd gezag om maatregelen toe te staan of te laten nemen. Zij kunnen op grond van de Wet natuurbescherming, artikel 3.8 lid 5 b3 beslissen om het vangen of doden van een wolf toe te staan wanneer de volksgezondheid of de openbare veiligheid in het geding is.

Voor er dergelijke maatregelen genomen kunnen worden dienen andere oplossingen te worden afgewogen. Indien die niet voorhanden zijn, dan is ingrijpen mogelijk. Dat kan bijvoorbeeld door een wolf te vangen. Het is daarbij een optie om het dier te voorzien van een zender waardoor bij noodzaak de wolf snel opgespoord kan worden. Voor het vangen en zenderen wordt de wolf in principe verdoofd.

Wat is het beleid van andere Europese landen met betrekking tot de wolf?

Binnen Europa wordt verschillend invulling gegeven aan de bescherming van wolven. Dit hangt vooral af van de per land of regio verschillende status in de habitatrichtlijn (bijlage IV of bijlage V soort). In een aantal Europese landen of regio’s mag de wolf beheerd worden. Dat wil zeggen dat het doden van de wolf plaatsvindt binnen een set aan beheersmaatregelen, die verenigbaar zijn met een gunstige staat van instandhouding.

In een aantal landen kunnen derogaties worden aangevraagd op de algemene beschermingsstatus om onder meer schade aan veehouderij tegen te gaan, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Sinds een aantal jaren wordt in Frankrijk afschot van een aantal wolven toegelaten.

Mag er op wolven worden gejaagd?

Het is verboden om in het wild levende wolven in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Het doden van een wolf kan leiden tot een gevangenisstraf tot drie jaar of een boete van maximaal 21.750 euro.

Waarom worden wolven beschermd?

Door de felle jacht op de wolf, was het dier eind negentiende eeuw bijna uitgestorven in Europa. De wolf kwam alleen nog voor op een aantal plekken in Oost-Europa en gebergtes in Italië en Spanje. Om te voorkomen dat de wolf helemaal verdween van uit Europa, tekenden de Europese landen in 1982 een akkoord waarmee de wolf een beschermde diersoort werd. Het dier mocht niet meer worden verjaagd en gedood.

Beleid en organisatie

Wat is een calamiteitenregeling?

In acute situaties kunnen provincies met onmiddellijke ingang een tijdelijke calamiteitenregeling of urgentieregeling in werking stellen. Veehouders kunnen dan direct gesubsidieerde wolfwerende maatregelen treffen, ook al is dit niet in een vastgesteld wolvenleefgebied. Dit zal vooral aan de orde zijn in gebieden waar een wolf doorheen trekt op zoek naar een nieuw territorium en schade aanricht.

De calamiteitenregeling treedt in werking wanneer binnen een week, in dezelfde of aangrenzende gemeenten, twee of meer aanvallen hebben plaatsgevonden. Veehouders binnen die gemeente(n) kunnen tijdelijk (2 tot 4 weken) voor een subsidie in aanmerking komen om preventieve maatregelen te treffen.

Het instellen van een calamiteitenregeling gebeurt door de provincie. Een calamiteitenregeling is bedoeld om dierhouders te ondersteunen bij aanvallen door wolven die niet of moeilijk te voorspellen zijn. De provincies hanteren binnen deze gebieden dezelfde technische normering en eenheidsprijzen.

Bevoegdheid provincie:
  • De keuze en de begrenzing van de gebieden te bepalen.
  • De omvang van het budget vast te stellen dat hiervoor beschikbaar wordt gesteld.
  • De duur en de termijnen waarbinnen subsidieregels gelden vast te stellen.
Hoe wordt een wolfwerendraster getoetst?

De taxateur heeft de opdracht van BIJ12 om de afrastering te beoordelen, in het geval van vermeend wolfwerend raster moet het volledige raster worden gecontroleerd. De resultaten hiervan worden opgenomen in het bezoekrapport van het schadedossier. De taxateur gebruikt hiervoor onderstaande checklist:

Wanneer mag er ingegrepen worden?

Veiligheid van mensen staat bovenaan. Wanneer die veiligheid acuut in het geding is, kan op last van de burgemeester altijd worden ingegrepen. In dergelijke situatie is de burgemeester het bevoegd gezag. Een burgemeester kan direct ingrijpen op basis van de Gemeentewet (art 175 en 176). Dat hoeft dus niet te gebeuren op basis van de Wet Natuurbescherming.

Ook provincies kunnen op basis van de Wet Natuurbescherming ingrijpen wanneer openbare orde en veiligheid in het geding is. De daarvoor te hanteren procedures zijn eerst gericht zijn op het voorkomen van onveilige situaties dan op het acuut inspelen daarop. Lees hiervoor de interventierichtlijnen uit het Interprovinciaal wolvenplan .

Wanneer spreken we van een probleemwolf?

Wolven mijden in principe het contact met mensen. Onder normale omstandigheden vormen wolven voor mensen dan ook geen bedreiging. Een ontmoeting met een wolf is altijd een uitzonderlijke gebeurtenis. Het komt echter voor dat wolven op onverwachte plekken worden gezien, zoals in bebouwd gebied of langs wegen. Ook dan is niet altijd sprake van onnatuurlijk gedrag en is in de meeste gevallen niet sprake van een gevaarlijk situatie. Een situatie kan wel gevaarlijk worden wanneer wolven hun schuwheid verliezen, bijvoorbeeld wanneer ze door mensen gevoed worden. In dat geval zal eerst worden geprobeerd de wolf weer “bang” voor mensen te maken. Als dat niet lukt, kan uiteindelijk worden besloten de wolf te doden.

Wat zijn interventierichtlijnen?

Interventierichtlijnen bieden handvatten voor onvoorziene situaties. Op dat moment moet een bevoegd gezag op basis van eigen afwegingen besluiten nemen. De richtlijnen bieden daar ruimte voor. In sommige gevallen zal het nodig zijn hiervoor een expert (bijvoorbeeld het hiervoor genoemde deskundigenteam) te raadplegen. Ook daarvoor bieden de richtlijnen handreikingen.

De richtlijnen zijn opgesteld op basis van wettelijke en beleidsmatige kaders en op basis van huidige ervaringen in binnen- en buitenland. Een aantal van de beschreven situaties hebben zich in Nederland echter nog niet voorgedaan. Daar is nog geen ervaring mee en hierover bestaat nog geen jurisprudentie. Het is denkbaar dat de richtlijnen op basis van toekomstige ontwikkelingen moeten worden bijgesteld. Om dit te kunnen doen is het belangrijk probleemsituaties ook als leermoment te kunnen gebruiken. Om die reden wordt documentatie en analyse van de situatie expliciet als actie benoemd in een aantal situaties. De richtlijnen zullen periodiek tegen het licht worden gehouden en zo nodig aangepast.

Het in deze interventierichtlijnen verwoorde beleid dient te worden verankerd in provinciale regelgeving (beleidsregels, verordeningen e.d.) waaronder bijvoorbeeld de provinciale valwildregeling.

Tot slot de suggestie dat indien men snel wil handelen het goed is voorafgaand bepaalde ontheffingen en vergunningen in algemene zin voorbereid te hebben (‘klaarliggen’). Dan behoeft slechts de situatieafhankelijke invulling nog plaats te vinden.

Hoe zit het met schade door een goudjakhals?

Naast de wolf wordt ook de goudjakhals in Nederland gesignaleerd, een dier nauw verwant aan de wolf. De taxatie en tegemoetkoming in schade aan gehouden dieren door een goudjakhals is hetzelfde als bij een wolf.

Wordt schade aan huisdieren ook vergoed?

Schade aan huisdieren zoals katten en honden komt niet voor een tegemoetkoming in aanmerking. Wel kan BIJ12 opdracht geven tot DNA-afname met als doel om (vermoedelijke) wolvenschade te onderzoeken. In overleg met de dierhouder en BIJ12 kan een provincie besluiten om autopsie en/of sectie uit te laten voeren op grote volwassen hoefdieren. Het doel hiervan is om meer kennis en inzicht te krijgen in (vermoedelijke) wolvenschade, het duidelijk maken van de gezondheidstoestand van de getroffen dieren en hiermee meer ervaring op te doen.

Wat gebeurt er met kapitaalintensieve dieren?

Bij tegemoetkomingsaanvragen voor kapitaalintensieve dieren, bijvoorbeeld waardevolle renpaarden, wordt van de eigenaar een grotere inspanning verwacht om het dier tegen wolvenaanvallen te beschermen. In die specifieke gevallen kan geoordeeld worden dat een eigen risico en/of een maximum vergoedingsbedrag gehanteerd wordt.

Zijn er subsidieregelingen voor preventieve maatregelen beschikbaar in de provincie?

Primair is de dierhouder zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van wolvenaanvallen op zijn of haar dieren. In diverse provincies zijn commissies opgericht om met direct belanghebbenden te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn en hoe de provincie hierbij kan ondersteunen. Ook zijn verschillende provincies een subsidieregeling gestart voor de aanschaf van wolfwerende rasters. Het is de bevoegdheid van de provincies om subsidie te verlenen, de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen en de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidie te bepalen. Hoe dit per provincie is geregeld is hierboven te lezen.

Waarom hanteren provincies verschillend beleid voor subsidies van rasters?

Een aantal jaar geleden is het natuurbeleid waaronder het faunabeleid gedecentraliseerd, dus provincies zijn verantwoordelijk voor het faunabeleid. De 12 provincies – vertegenwoordigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO) – hebben in 2019 samen het Interprovinciaal wolvenplan vastgesteld. Daarnaast wordt er ook samengewerkt tussen provincies als een aangewezen wolvengebied grensoverschrijdend is. Lees ook:

Wie is er in Nederland verantwoordelijk voor het wolvenbeleid?

Provincies hebben de taak om de wolf te beschermen, net als andere beschermde diersoorten. Hoe de provincies daar in Nederland mee omgaan, staat in het Interprovinciaal wolvenplan . Lees ook:

Van wie is de wolf?

De wolf ‘is’ van niemand. In het wild levende dieren noemt men juridisch ‘res nullius’-dieren. Dit zijn dieren zonder eigenaar. Hiertoe behoort ook de wolf.

Wanneer mag een wolf toch geschoten worden?

Het afschieten van de wolf kan alleen worden toegestaan met inachtneming van de betreffende regels onder het Verdrag van Bern en de Habitatrichtlijn. Hierbij moet aan drie cumulatieve criteria voldaan worden:

  1. er moet sprake zijn van een in het Verdrag van Bern c.q. de Habitatrichtlijn genoemd doel (bijvoorbeeld onderzoek, openbare veiligheid of het voorkomen van ernstige schade aan vee);
  2. bevredigende alternatieven voor het beoogde ingrijpen ontbreken;
  3. en het ingrijpen staat niet in de weg aan het bereiken van een goede staat van instandhouding.

Vooral deze laatste twee eisen maken afschot van een gezonde wolf al snel problematisch. Het is regelmatig voorgekomen dat lidstaten in dit verband op de vingers getikt zijn door de Europese Commissie voor afschot van wolven of andere grote roofdieren dat niet in overeenstemming was met de internationale regels.

Wat zijn ontheffingsbesluiten waarmee toch een wolf geschoten mag worden?

Ontheffingsbesluiten moeten duidelijk en precies aangeven welk doel daarmee is gediend, en gebaseerd zijn op wetenschappelijke gegevens, zegt het hof. Alleen wijzen op mogelijke problemen die de wolven kunnen veroorzaken is onvoldoende. Het voorzorgsprincipe in de richtlijn schrijft verder voor dat voordat toestemming wordt gegeven, eerst duidelijk moet zijn hoe het staat met de populatie en de gevolgen die het doden van exemplaren heeft. Als hier onzekerheid over is, mag geen ontheffing worden gegeven. Hiervan mag alleen worden afgeweken in geval van acute veiligheidsrisico’s voor mensen.

Wie is het bevoegd gezag?

De colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies zijn bevoegd gezag om maatregelen toe te staan of te laten nemen. Zij kunnen op grond van de Wet natuurbescherming, artikel 3.8 lid 5 b3 beslissen om het vangen of doden van een wolf toe te staan wanneer de volksgezondheid of de openbare veiligheid in het geding is.

Voor er dergelijke maatregelen genomen kunnen worden dienen andere oplossingen te worden afgewogen. Indien die niet voorhanden zijn, dan is ingrijpen mogelijk. Dat kan bijvoorbeeld door een wolf te vangen. Het is daarbij een optie om het dier te voorzien van een zender waardoor bij noodzaak de wolf snel opgespoord kan worden. Voor het vangen en zenderen wordt de wolf in principe verdoofd.

Wat is het beleid van andere Europese landen met betrekking tot de wolf?

Binnen Europa wordt verschillend invulling gegeven aan de bescherming van wolven. Dit hangt vooral af van de per land of regio verschillende status in de habitatrichtlijn (bijlage IV of bijlage V soort). In een aantal Europese landen of regio’s mag de wolf beheerd worden. Dat wil zeggen dat het doden van de wolf plaatsvindt binnen een set aan beheersmaatregelen, die verenigbaar zijn met een gunstige staat van instandhouding.

In een aantal landen kunnen derogaties worden aangevraagd op de algemene beschermingsstatus om onder meer schade aan veehouderij tegen te gaan, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Sinds een aantal jaren wordt in Frankrijk afschot van een aantal wolven toegelaten.

Worden dierhouders ondersteund bij het beschermen van hun vee?

Primair is de dierhouder zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van wolvenaanvallen op zijn of haar dieren. In diverse provincies zijn commissies opgericht om met direct belanghebbenden te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn en hoe de provincie hierbij kan ondersteunen. Ook zijn verschillende provincies een subsidieregeling gestart voor de aanschaf van wolfwerende rasters. Het is de bevoegdheid van de provincies om subsidie te verlenen, de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen en de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidie te bepalen.

Het nemen van maatregelen is verplicht om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade voor veel diersoorten. Op dit moment is dit bij het verstrekken van tegemoetkomingen in de schade door wolven nog niet het geval. Genomen maatregelen worden wel in kaart gebracht en getoetst door de taxateur.