Over de aquatische typen is overleg gaande met de waterbeheerders. De uiteindelijke maatlat zal meer gestoeld zijn op de Kaderrichtlijn Water. Het onderstaande concept is niet bedoeld voor de huidige monitoring.
Structuur
Kenmerkend voor een zee- en wadlandschap is de aanwezigheid van natuurlijke landschapsvormende processen zoal erosie en sedimentatie; de daaruit voortkomende veranderlijke landschapsvormen en de daarop aangepaste variatie aan levensgemeenschappen en de turnover in deze levensgemeenschappen. De in dit landschap aanwezige zandbanken (beschreven als habitattypen 1), inclusief de tussenliggende laagten, geulen, kreken en prielen, kunnen als de kenmerkende onderdelen van de structuur worden gezien. In dit geheel komen ook biotische structuren voor, gevormd door planten of dieren. Hetzelfde systeem kan ook gebruikt worden voor estuaria, maar dan aangevuld met schorren of kwelders.
N01.01 Zee en wad – Structuur
| Structuurelement | Habitattype | Min. % | Max. % |
| permanent overstroomde zandbanken | H1110_A;H1110_B | | |
| slik- en zandplaten | H1140_A;H1140_B | | |
| schelpdierbanken, schelpkokerwormbanken | | | |
| zeegras- en ruppiavelden | | | |
| Bij estuaria ook: | | | |
| schorren of kwelders | H1310; H1320 | | |
| Slijkgrasvelden, en buitendijkse schorren en zoute graslanden | H1330_A | | |
De hier genoemde structuurelementen zijn de genummerde beheertypen zoals deze gedefinieerd staan in de index.
Kwaliteitsbepaling
- “Hoog”: indien minimaal 3 kwalificerende structuurelementen aanwezig zijn of in geval van een estuarium 4.
- “Midden”: indien 2 tot 3 van de kwalificerende structuurelementen aanwezig is of 2 tot 4 in het geval van een estuarium.
- “Laag”: indien niet aan de criteria van de klassen “Hoog” of “Midden” voldaan wordt.
Flora en fauna
Biotische kwaliteit wordt uitgedrukt in het voorkomen van karakteristiek geachte en kwalificerende flora- en faunasoorten (typische soorten met de aanduiding E of K uit de betreffende habitattypen[2]). De typische soorten met een aanduiding C indiceren een goede biotische structuur of abiotiek en indiceren daarmee de aanwezigheid van natuurlijke processen. Soortgroepen die overwegend natuurlijke processen in grootschalige natuur indiceren (de weekdieren, borstelwormen en vaatplanten) worden al gewaardeerd via de structuurelementen. Deze groepen hoeven dus niet onder flora en fauna opnieuw gewaardeerd worden.
[1] De cursief opgegeven structuurelementen corresponderen met de in de tweede kolom opgegeven Natura 2000 habitattypen.
[2] Dit betreft de volgende habittattypen: H1110_A: permanent overstroomde zandbanken getijdengebied; H1110_B permanent overstroomde zandbanken Noordzee-kustzone; H1130 estuaria; H1140_A: slik- en zandplaten getijdengebied; H1140_B: slik- en zandplaten Noordzee-kustzone)
N01.01 Zee en wad – Flora en Fauna
| Soortgroep | Soorten |
| Zeezoogdieren: | bruinvis, gewone zeehond |
| Vissen: | adderzeenaald, botervis, diklipharder, grote pieterman, kleine pieterman, stekelrog, tong, vijfdradige meun, zeestekelbaars |
| Kreeftachtigen: | kniksprietkreeft; langspriet, Haustorius arenarius, Megaluropus agilis, Urothoe brevicornis |
Kwaliteitsbepaling
- “Hoog”: indien minimaal 8 kwalificerende soorten voorkomen uit minstens twee soortgroepen.
- “Midden”: indien 4-7 kwalificerende soorten voorkomen
- “Laag”: indien niet aan de criteria van de klassen “Hoog” of “Midden” voldaan wordt.
Milieu- en watercondities
Bij dit beheertype spelen natuurlijke erosie- en sedimentatieprocessen een rol bij de abiotische kwaliteitsbepaling. De sturende factoren zijn getijdenwerking en toevoer van zoet water uit de rivieren. In totaal zijn een viertal dynamische factoren van belang:
- Getijdendynamiek: verticale waterstandsverschillen als gevolg van getij en getijstroming;
- Rivierdynamiek: de zoetwatertoevoer;
- Zoutdynamiek: ruimtelijke en temporele schommelingen in de zoet – zout gradiënt als gevolg van rivierdynamiek en getijdynamiek;
- Morfodynamiek: sedimentatie- en erosieprocessen, zand- en slibtransport, lokale samenstelling van de bodem.
Kwalificerende sleutelsoorten van grootschalig, natuurlijk landschap:
PM
Kwaliteitsbepaling
PM
Kwaliteitsbepaling
- “Hoog”: indien drie factoren aanwezig zijn
- “Midden”: indien twee factoren aanwezig zijn
- “Laag”: indien niet aan de criteria van de klassen “Hoog” of “Midden” voldaan wordt.
Ruimtelijke condities
Dit beheertype betreft altijd grootschalige systemen, die bovendien vrijwel onveranderlijk in contact staan met andere grootschalige beheertypen. De ruimtelijke condities zullen daarom altijd goed zijn en hoeven niet afzonderlijk te worden bepaald.
N01.01 Zee en wad – Monitoring
Parameter | Methode | Frequentie |
| Structuurelementen | Bepaling bedekking | 6 jaar |
| Fauna | Inventarisatie kwalificerende soorten | 6 jaar |
| Milieu- en watercondities | Bepaling dynamiek | 6 jaar |