N12.03 Glanshaverhooiland

Bijgewerkt op: 15 juli 2026

Glanshaverhooiland bevat hooilanden met (zeer) bloemrijke vegetaties van het glanshaververbond. Het komt voor op van matig vochtige tot periodiek overstroomde uiterwaarden, op zeekleigronden en en op löss of krijtafzettingen.

Algemene beschrijving

Glanshaverhooiland bevat hooilanden met (zeer) bloemrijke vegetaties van het glanshaververbond. Het komt voor op van matig vochtige tot periodiek overstroomde uiterwaarden, op zeekleigronden en op löss of krijtafzettingen. Dominantie van glanshaver komt vaak voor, maar soms zijn andere hoge grassen, bijvoorbeeld, goudhaver, zachte haver of grote vossenstaart dominant. Grote vossenstaart graslanden, vaak met echte koekoeksbloem of veldgerst, vormen overgangen naar vochtig hooiland en komen onder meer voor in afgestuwde riviertrajecten. Graslanden van een goede kwaliteit kennen een grote kruidenrijkdom. Ten opzichte van andere graslanden zijn opvallend veel schermbloemigen te vinden. Ook de inwendige structuur van deze graslanden is rijk, de hoge grassen vormen een open scherm, de kruiden komen minder hoog en vormen soms zelfs twee onderlagen. De graslanden kunnen structuurrijk zijn met overgangen naar zoomvegetaties (o.a. Marjoleinverbond) of ruigten.

Glanshaverhooiland komt vaak voor in gradiëntrijke gebieden. In reliëfrijke uiterwaarden staat op de hogere delen droog schraalland en komen in de lagere delen vochtig hooiland of overstromingsgrasland voor. In het verleden was het areaal Glanshaverhooiland groter dan tegenwoordig. Door intensiever agrarisch gebruik is veel verloren gegaan. Goede vormen van het beheertype zijn in Nederland zeldzaam geworden.

Glanshaverhooiland is op Europees niveau van waarde. Het is van nationaal belang voor diverse soorten zoals: beemdkroon, beemdooievaarsbek, bochtige klaver, brede ereprijs, graslathyrus, grote centaurie, veldsalie, kluwenklokje, paarse, oosterse en gele morgenster, weidegeelster, ruige leeuwentand, grote en kleine bevernel, ruige weegbree, rapunzelklokje, klavervreter, geelgors, putter, grauwe gors, kneu, paapje, patrijs, en dwergmuis en veldspitsmuis. Glanshaverhooiland is van zeer groot belang als leefgebied voor kwartelkoning. De graslanden worden niet bemest. Alleen als het herstel van een geschikte waterhuishouding (nog) niet mogelijk is, kan bekalking worden toegepast.

Voorbeeldgebieden

Velperwaarden, Rammelwaard, Cortenoever, Amerongse Bovenpolder, uiterwaarden langs de Lek bij Ameide, uiterwaarden langs de Waal bij Zaltbommel en bij Druten, oevers van het Beatrixkanaal nabij Eindhoven en Putberg.

Afbakening

  • Het beheertype Glanshaverhooiland omvat doorgaans hoogopgaande grassen en kruiden gedomineerde graslanden, en bevat de volgende soorten van de glanshaver-associatie: hoge abundantie van glanshaver, eventueel met andere grassen zoals goudhaver, kropaar, timoteegras, grote vossenstaart, zachte haver én tenminste twee andere kenmerkende soorten: margriet, gele morgenster, knolboterbloem, knoopkruid, karwijvarkenskervel, wilde peen, hopklaver, gewone rolklaver, geel walstro of aardaker.
  • Glanshaverhooiland op dijken worden tot het beheertype N12.01 Bloemdijk gerekend.
  • Natte hooilanden: kievitsbloem-, weidekervel- of grote pimpernelhooiland worden tot N10.02 Vochtig hooiland gerekend.
  • Het beheertype wordt jaarlijks gemaaid en het maaisel afgevoerd.
  • Glanshaverhooiland wordt niet bemest.

Standaardkostprijs

De standaardkostprijsbladen gaan uit van de beheermaatregelen die gemiddeld over heel Nederland gezien nodig zijn om dit beheertype in stand te houden. Afhankelijk van regionale omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om het beheer aan te passen voor de instandhouding van het beheertype.

Bekijk het meest recente standaardkostprijsblad N12.03 Standaardkostprijzen NL, beheerjaar 2027Deze link opent in een nieuw tabblad(bijgewerkt op 13-07-2026) voor dit natuurtype.

Bekijk de meeste actuele standaardkostprijzen voor een overzicht van alle standaardkostprijzen per natuurtype.

Subsidie

Subsidieverplichtingen

De beheerder dient het beheertype in stand te houden. De wijze waarop hij deze instandhoudingsverplichting invult, is aan de beheerder zelf.

Subsidietarief

Bekijk de meest actuele subsidietarieven voor de jaarvergoeding voor het Natuurbeheertype N12.03 Glanshaverhooiland.

De vergoeding kan jaarlijks wijzigen en bedraagt 84% van de standaardkostprijs.

Beheeradvies

Download de pdf voor een toelichting op de beheermaatregelen, herstelmaatregelen en overige aandachtspunten.

Monitoring en natuurkwaliteit

Structuur

Hoog ontwikkelde glanshaverhooilanden zijn zeer bloemrijk, hetgeen van belang is voor faunasoorten zoals dagvlinders, kleine zoogdieren en broedvogels. Het belang voor deze soorten is nog groter wanneer er een gevarieerde vegetatiestructuur aanwezig is, bijvoorbeeld door het voorkomen van zowel hoge als lage vegetatie, open plekken en lokaal struweel of een enkele boom.

Flora en fauna

Biotische kwaliteit wordt uitgedrukt in het voorkomen van kwalificerende flora- en faunasoorten uit de volgende soortgroepen:

N12.03 Glanshaverhooiland – Flora en fauna

SoortgroepSoorten
Planten:aardaker, akkerdoornzaad, beemdkroon, beemdooievaarsbek, bevertjes, bochtige klaver, borstelkrans, brede ereprijs s.s., dichte bermzegge, duifkruid, geel walstro, gele morgenster, gewone vogelmelk, goudhaver, grasklokje, graslathyrus, groot streepzaad, grote bevernel, grote centaurie, grote leeuwenklauw, karwij, karwijvarkenskervel, kattendoorn, klavervreter, kleinbloemige salie, kleine ratelaar, kluwenklokje, knolboterbloem, knolsteenbreek, liggende ereprijs, moeslook, oosterse morgenster, rapunzelklokje, ruige anjer, ruige weegbree, slanke sleutelbloem, spits havikskruid, stinkende ballote, tengere distel, veldsalie, weideklokje, wilde marjolein
Dagvlinders:argusvlinder, bont dikkopje, hooibeestje, koevinkje, zwartsprietdikkopje

Tot de kwalificerende soorten kunnen ook 2 extra (bedreigd, ernstig bedreigde of verdwenen uit Nederland) Rode lijst soorten gerekend worden. Enkel van de volgende soortgroepen: vissen, reptielen, amfibieën, mossen, kranswieren, vaatplanten, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, krekels en vogels. Deze soorten tellen alleen mee voor het aantal soorten, maar niet voor het criterium van verspreiding en soortgroepen.

Kwaliteitsbepaling

  • “Hoog”: indien 7 of meer kwalificerende soorten voorkomen, waarvan ten minste 4 op >15% van de oppervlakte van het beheertype voorkomen en beide soortgroepen vertegenwoordigd zijn.
  • “Midden”: indien 4-6 kwalificerende soorten voorkomen of indien meer soorten voorkomen, maar niet aan de eisen van klasse “Hoog” voldaan wordt.
  • “Laag”: indien niet aan de klasse “Midden” of “Hoog” voldaan is.

Milieu- en watercondities

Voor dit type is vooralsnog besloten om standplaatsfactoren niet bij de beoordeling te betrekken. De afbakening van het type en de structuurbeschrijving is naar verwachting voldoende. Wanneer in het gebruik blijkt dat dit niet afdoende is dan wordt dit later aangepast.

Ruimtelijke condities

N12.03 Glanshaverhooiland – Ruimtelijke condities

Oppervlakte beheertype / Ruimtelijke samenhang>30 ha3 – 30 ha1-3 ha< 1 ha
Verbonden (binnen 30 meter) met ondersteunende beheertypen*HoogHoogHoogMidden
In nabijheid (binnen 1 km) van ondersteunende beheertypen*HoogHoogMiddenLaag
GeïsoleerdHoogMiddenLaagLaag

* Dit betreft naast glanshaverhooiland: N11.01 Droogschraalland, N12.01 Bloemdijk

Monitoring

N12.03 Glanshaverhooiland – Monitoring

ParameterMethodeFrequentie
PlantenInventarisatie kwalificerende soorten6 jaar
DagvlindersInventarisatie kwalificerende soorten6 jaar
VegetatieVegetatiekartering12 jaar
Ruimtelijke conditiesGIS-analyse en veldwaarneming6 jaar