De resultaten van natuurmonitoring

In Nederland wordt de natuur goed onderzocht en gevolgd. BIJ12 ondersteunt de provincies bij de uitvoering hiervan. Ook andere organisaties zijn volop bezig met natuurmonitoring. Bekijk op deze pagina waar de resultaten van natuurmonitoring terug te vinden zijn.

Landelijke monitoring van soorten

Losse waarnemingen en verspreiding

Monitoring voor de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL)

In het kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap vindt ook veel monitoring plaats. Deze is vooral bedoeld om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de natuur binnen het Natuurnetwerk Nederland, en inzicht in de effectiviteit van het natuurbeheer.

De resultaten van vegetatiemonitoring worden verwerkt in de Nationale Databank Vegetatie- en Habitatkarteringen (NDVH).

De gegevens van SNL-soortenmonitoring (vogels, dagvlinders, libellen en sprinkhanen) gaan deels mee in de trendberekeningen van het NEM en landen daarnaast in de Nationale Databank Flora & Fauna.

Tegemoetkoming mogelijk voor provincie Noord-Brabant

Wilt u weten of uw in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming in faunaschade? Op deze pagina kunt u verschillende stappen doorlopen om te bepalen of u in aanmerking komt voor een tegemoetkoming en waar u aan moet voldoen. Lees eerst de toelichting per stap en bekijk daarna de tabel om te zien welke situatie op u van toepassing is.

Stap 1: Controleer diersoort

Wilt u weten of u een tegemoetkoming kunt krijgen? Dan begint u met het controleren van de diersoort die de schade heeft veroorzaakt. U kijkt in de tabel hier onder of de diersoort die de schade heeft veroorzaakt in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming. Als de diersoort niet in aanmerking komt dan is er geen tegemoetkoming mogelijk. Komt de diersoort wel in aanmerking dan kunt u door naar stap 2.

Tabel met gecategoriseerde gewassoorten
Gewas Categorie standaardopbrengst gewas
Aardappelen, consumptie midden
Aardappelen, poot midden
Aardappelen, zetmeel midden
Aardbei hoog
Aardperen midden
Andijvie hoog
Appels hoog
Asperges, groen midden
Asperges, wit midden
Bladrammanas, zaadteelt midden
Blauwe bes hoog
Blauwmaanzaad laag
Bloembollen en knollen hoog
Bloemkool hoog
Bloemsierteelt hoog
Boerenkool hoog
Bonen, overig laag
Bonen, tuinboon laag
Boomkwekerij hoog
Bos- en bosaanplant hoog
Broccoli hoog
Brouwgerst laag met kwetsbare periode
Bruine bonen laag met kwetsbare periode
Chinese kool hoog
Cichorei midden
Courgette hoog
Cranberry hoog
Druif hoog
Erwten midden
Fruitbomen hoog
Gerst, winter- laag met kwetsbare periode
Gerst, zomer- laag met kwetsbare periode
GPS (gehele plant Silage) laag
Grasland, blijvend laag
Grasland, nieuw ingezaaid laag met kwetsbare periode 
Graszaad, Engels raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Italiaans raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Rietzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Roodzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Veldbeemd laag met kwetsbare periode
Graszoden midden
Griendje midden
Groenbemester, zaadteeld midden
Haver laag met kwetsbare periode
Hennep laag
Hennep, vezel- laag
Kapucijners laag
Karwijzaad laag
Kers hoog
Kikkererwten midden
Klaver laag
Knoflook midden
Knolselderij, productie midden
Knolvenkel/venkel Hoog
Koolraap midden
Koolrabi hoog
Koolzaad, winter (ook boterzaad) laag
Koolzaad, zomer (ook boterzaad) laag
Krokussen hoog
Kroten/rode bieten, productie midden
Kruiden hoog
Luzerne laag
Mais, corncob mix laag met kwetsbare periode
Mais, korrel- laag met kwetsbare periode
Mais, snij- laag met kwetsbare periode
Mais, suiker- laag met kwetsbare periode
Meloen, productie hoog
Olifantsgras (Miscanthus) laag
Onbeteeld n.v.t.
overig kool hoog
Overige Akkerbouwgewassen midden
Overige kleinfruit hoog
Pastinaak, productie hoog
Peen grove peen / winterwortelen midden
Peen, bospeen midden
Peen, fijne of waspeen midden
Peren hoog
Peulen hoog
Pit- en steenvruchten hoog
Platte witte kool hoog
Pompoen midden
Pot- en containervelden hoog
Prei hoog
Pruimen hoog
Quinoa midden
Rabarber, productie hoog
Radijs, productie hoog
Riet laag met kwetsbare periode
Rode spitskool hoog
Rodekool hoog
Rogge laag met kwetsbare periode
Savooiekool hoog
Schorseneren midden
Selderij, bleek- en groen-, productie hoog
Sierfruit hoog
Sla hoog
Snijrogge laag met kwetsbare periode
Sojabonen laag
Sorghum laag met kwetsbare periode
Spelt laag met kwetsbare periode
Spercieboon / stamslaboon midden
Spinazie laag
Spitskool hoog
Spruitkool hoog
Suikerbiet midden
Tarwe, winter- laag met kwetsbare periode
Tarwe, zomer- laag met kwetsbare periode
Triticale laag met kwetsbare periode
Uien, plant midden
Uien, poot midden
Uien, rode zaai- midden
Uien, zaai midden
Uien, zilver midden
Veldbonen laag
Vlas, winter- midden
Vlas, zomer- midden
voederbiet midden
Wijndruiven hoog
Witlof midden
Witte kool hoog
Zeekraal midden

Stap 2: Omgevingsvergunning aanvragen

Voor ondersteunend afschot van diersoorten is een omgevingsvergunning verplicht. Controleer daarom eerst of er al een vergunning aanwezig is of dat u er een moet aanvragen. Het kan ook zijn dat u de omgevingsvergunning niet hoeft aan te vragen omdat deze niet verleend gaat worden. In dit geval kunt als nog in aanmerking komen voor een vergoeding. Zo voldoet u aan alle voorwaarden. De tabel hieronder laat zien wanneer een vergunning nodig is. Mocht u nog een omgevingsvergunning aan moeten vragen neem contact op met de FBE.

Tabel met gecategoriseerde gewassoorten
Gewas Categorie standaardopbrengst gewas
Aardappelen, consumptie midden
Aardappelen, poot midden
Aardappelen, zetmeel midden
Aardbei hoog
Aardperen midden
Andijvie hoog
Appels hoog
Asperges, groen midden
Asperges, wit midden
Bladrammanas, zaadteelt midden
Blauwe bes hoog
Blauwmaanzaad laag
Bloembollen en knollen hoog
Bloemkool hoog
Bloemsierteelt hoog
Boerenkool hoog
Bonen, overig laag
Bonen, tuinboon laag
Boomkwekerij hoog
Bos- en bosaanplant hoog
Broccoli hoog
Brouwgerst laag met kwetsbare periode
Bruine bonen laag met kwetsbare periode
Chinese kool hoog
Cichorei midden
Courgette hoog
Cranberry hoog
Druif hoog
Erwten midden
Fruitbomen hoog
Gerst, winter- laag met kwetsbare periode
Gerst, zomer- laag met kwetsbare periode
GPS (gehele plant Silage) laag
Grasland, blijvend laag
Grasland, nieuw ingezaaid laag met kwetsbare periode 
Graszaad, Engels raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Italiaans raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Rietzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Roodzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Veldbeemd laag met kwetsbare periode
Graszoden midden
Griendje midden
Groenbemester, zaadteeld midden
Haver laag met kwetsbare periode
Hennep laag
Hennep, vezel- laag
Kapucijners laag
Karwijzaad laag
Kers hoog
Kikkererwten midden
Klaver laag
Knoflook midden
Knolselderij, productie midden
Knolvenkel/venkel Hoog
Koolraap midden
Koolrabi hoog
Koolzaad, winter (ook boterzaad) laag
Koolzaad, zomer (ook boterzaad) laag
Krokussen hoog
Kroten/rode bieten, productie midden
Kruiden hoog
Luzerne laag
Mais, corncob mix laag met kwetsbare periode
Mais, korrel- laag met kwetsbare periode
Mais, snij- laag met kwetsbare periode
Mais, suiker- laag met kwetsbare periode
Meloen, productie hoog
Olifantsgras (Miscanthus) laag
Onbeteeld n.v.t.
overig kool hoog
Overige Akkerbouwgewassen midden
Overige kleinfruit hoog
Pastinaak, productie hoog
Peen grove peen / winterwortelen midden
Peen, bospeen midden
Peen, fijne of waspeen midden
Peren hoog
Peulen hoog
Pit- en steenvruchten hoog
Platte witte kool hoog
Pompoen midden
Pot- en containervelden hoog
Prei hoog
Pruimen hoog
Quinoa midden
Rabarber, productie hoog
Radijs, productie hoog
Riet laag met kwetsbare periode
Rode spitskool hoog
Rodekool hoog
Rogge laag met kwetsbare periode
Savooiekool hoog
Schorseneren midden
Selderij, bleek- en groen-, productie hoog
Sierfruit hoog
Sla hoog
Snijrogge laag met kwetsbare periode
Sojabonen laag
Sorghum laag met kwetsbare periode
Spelt laag met kwetsbare periode
Spercieboon / stamslaboon midden
Spinazie laag
Spitskool hoog
Spruitkool hoog
Suikerbiet midden
Tarwe, winter- laag met kwetsbare periode
Tarwe, zomer- laag met kwetsbare periode
Triticale laag met kwetsbare periode
Uien, plant midden
Uien, poot midden
Uien, rode zaai- midden
Uien, zaai midden
Uien, zilver midden
Veldbonen laag
Vlas, winter- midden
Vlas, zomer- midden
voederbiet midden
Wijndruiven hoog
Witlof midden
Witte kool hoog
Zeekraal midden

 

Stap 3: Welke preventieve maatregelen

Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet u preventieve maatregelen nemen. Om te bepalen welke preventieve maatregelen u moet nemen, kijkt u eerst hoeveel maatregelen verplicht zijn. Dit doet u door in de tabel te zoeken naar uw gewas en de daarbij horende categorie van de standaardopbrengst. Voor de categorieën gelden de volgende hoeveelheid preventieve maatregelen.

  • Bij midden salderende en hoog salderende gewassen moet u minimaal twee effectieve maatregelen nemen.
  • Voor laag salderende gewassen moet u alleen tijdens de kwetsbare periode (bij granen tot de fase van aarvorming, bij mais tot het 5e bladstadium.) minimaal twee effectieve maatregelen nemen.
  • Bij hoog salderende gewassen is een deugdelijk raster verplicht wanneer zoogdieren de schade veroorzaken.

Nadat u de hoeveelheid weet kunt u hier de mogelijke preventieve maatregelenDeze link opent in een nieuw tabblad vinden. Ga hierna door naar stap 4.

Tabel met gecategoriseerde gewassoorten
Gewas Categorie standaardopbrengst gewas
Aardappelen, consumptie midden
Aardappelen, poot midden
Aardappelen, zetmeel midden
Aardbei hoog
Aardperen midden
Andijvie hoog
Appels hoog
Asperges, groen midden
Asperges, wit midden
Bladrammanas, zaadteelt midden
Blauwe bes hoog
Blauwmaanzaad laag
Bloembollen en knollen hoog
Bloemkool hoog
Bloemsierteelt hoog
Boerenkool hoog
Bonen, overig laag
Bonen, tuinboon laag
Boomkwekerij hoog
Bos- en bosaanplant hoog
Broccoli hoog
Brouwgerst laag met kwetsbare periode
Bruine bonen laag met kwetsbare periode
Chinese kool hoog
Cichorei midden
Courgette hoog
Cranberry hoog
Druif hoog
Erwten midden
Fruitbomen hoog
Gerst, winter- laag met kwetsbare periode
Gerst, zomer- laag met kwetsbare periode
GPS (gehele plant Silage) laag
Grasland, blijvend laag
Grasland, nieuw ingezaaid laag met kwetsbare periode 
Graszaad, Engels raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Italiaans raai laag met kwetsbare periode
Graszaad, Rietzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Roodzwenk laag met kwetsbare periode
Graszaad, Veldbeemd laag met kwetsbare periode
Graszoden midden
Griendje midden
Groenbemester, zaadteeld midden
Haver laag met kwetsbare periode
Hennep laag
Hennep, vezel- laag
Kapucijners laag
Karwijzaad laag
Kers hoog
Kikkererwten midden
Klaver laag
Knoflook midden
Knolselderij, productie midden
Knolvenkel/venkel Hoog
Koolraap midden
Koolrabi hoog
Koolzaad, winter (ook boterzaad) laag
Koolzaad, zomer (ook boterzaad) laag
Krokussen hoog
Kroten/rode bieten, productie midden
Kruiden hoog
Luzerne laag
Mais, corncob mix laag met kwetsbare periode
Mais, korrel- laag met kwetsbare periode
Mais, snij- laag met kwetsbare periode
Mais, suiker- laag met kwetsbare periode
Meloen, productie hoog
Olifantsgras (Miscanthus) laag
Onbeteeld n.v.t.
overig kool hoog
Overige Akkerbouwgewassen midden
Overige kleinfruit hoog
Pastinaak, productie hoog
Peen grove peen / winterwortelen midden
Peen, bospeen midden
Peen, fijne of waspeen midden
Peren hoog
Peulen hoog
Pit- en steenvruchten hoog
Platte witte kool hoog
Pompoen midden
Pot- en containervelden hoog
Prei hoog
Pruimen hoog
Quinoa midden
Rabarber, productie hoog
Radijs, productie hoog
Riet laag met kwetsbare periode
Rode spitskool hoog
Rodekool hoog
Rogge laag met kwetsbare periode
Savooiekool hoog
Schorseneren midden
Selderij, bleek- en groen-, productie hoog
Sierfruit hoog
Sla hoog
Snijrogge laag met kwetsbare periode
Sojabonen laag
Sorghum laag met kwetsbare periode
Spelt laag met kwetsbare periode
Spercieboon / stamslaboon midden
Spinazie laag
Spitskool hoog
Spruitkool hoog
Suikerbiet midden
Tarwe, winter- laag met kwetsbare periode
Tarwe, zomer- laag met kwetsbare periode
Triticale laag met kwetsbare periode
Uien, plant midden
Uien, poot midden
Uien, rode zaai- midden
Uien, zaai midden
Uien, zilver midden
Veldbonen laag
Vlas, winter- midden
Vlas, zomer- midden
voederbiet midden
Wijndruiven hoog
Witlof midden
Witte kool hoog
Zeekraal midden

Stap 4: Eigen risico en leges

Eigen risico

In Noord‑Brabant geldt een eigen risico van 5% voor faunaschade, met een minimum van €250. Er geldt geen eigen risico wanneer; de schade plaatsvindt in een ganzenrust- en foerageergebied, én
dit gebeurt in de periode waarin de schadeveroorzakende diersoort niet mag worden verontrust of gedood.

Leges

Voor het indienen van uw aanvraag betaalt u €300 aan leges. U krijgt dit bedrag terug wanneer de schade is veroorzaakt in een ganzenrustgebied in een periode waarin de diersoort niet mag worden verontrust of gedood.

Lees hier de volledige Legesverordening Noord‑Brabant 2026Deze link opent in een nieuw tabblad.

Stap 5: Belangrijke voorwaarden

BIJ12 beoordeelt uw aanvraag op basis van de provinciale beleidsregelsDeze link opent in een nieuw tabblad. Houd bij het indienen van een tegemoetkomingsaanvraag rekening met de volgende voorwaarden:

Speciale regelingen

Let op: mogelijke afwijzingsredenen

Er zijn meer redenen waarom een aanvraag kan worden afgewezen. Bekijk de meest voorkomende redenen voor het afwijzen van een aanvraag.Deze link opent in een nieuw tabblad

Wolven

De ‘Faunaschade PreventieKit’ (FPK) voor wolven laat zien met welke preventieve maatregelen u het risico op schade aan vee kan verkleinen. Bijvoorbeeld met aanbevolen stroomrasters.

1. Inleiding

Sinds 2019 hebben wolven zich weer gevestigd in Nederland. Wolven hebben een beschermde status en komen voornamelijk voor in bosrijke gebieden. Wolven hebben vaste leefgebieden in de provincies DrentheDeze link opent in een nieuw tabblad, FryslânDeze link opent in een nieuw tabblad, GelderlandDeze link opent in een nieuw tabblad en UtrechtDeze link opent in een nieuw tabblad. Maar ook in FlevolandDeze link opent in een nieuw tabblad, GroningenDeze link opent in een nieuw tabblad, LimburgDeze link opent in een nieuw tabblad, Noord-BrabantDeze link opent in een nieuw tabblad, OverijsselDeze link opent in een nieuw tabblad en ZeelandDeze link opent in een nieuw tabblad worden wolven regelmatig gezien. Zwervende wolven die op zoek zijn naar een eigen leefgebied kunnen in een groot deel van Nederland voorkomen. Bekijk de verspreidingskaart voor meer informatie.

2. Faunaschade

Wolven zijn roofdieren en eten vlees en aas. Met name grotere, wilde hoefdieren waarbij ree het belangrijkste aandeel van het dieet vormt. Daarnaast worden zwijnen, edelherten en damherten gegeten, maar ook kleine dieren zoals muizen, ratten en bevers.

Hoefdieren, waaronder landbouwhuisdieren, passen dus goed in het dieet van wolven. Schapen, geiten, pony’s, paarden en rundvee lopen het grootste risico op predatie, genoemd op volgorde van het meest naar het minst risicogevoelig.

Wolven kunnen op verschillende manieren schade toebrengen aan landbouwhuisdieren. In de eerste plaats door het doden of verwonden van landbouwhuisdieren. Daarnaast bestaat het risico dat moederdieren door stress hun jongen verwerpen (miskraam), dat landbouwhuisdieren in paniek uitbreken of elkaar dooddrukken of verwonden. Schade kan worden beperkt door het nemen van preventieve maatregelen. Toepassen van deze maatregelen brengt materiaalkosten en extra werk met zich mee.

3. Overzicht preventieve maatregelen

De maatregelen om faunaschade te voorkomen zijn ingedeeld in vier categorieën:

  1. Rasters met stroom
  2. Ophokken van vee in nachthok/kraal
  3. Kuddebewakingshonden
  4. Fladderlinten
  5. Maatregelen voor runderen en paarden

Per maatregel wordt de effectiviteit van het weren van een wolf, de praktische inzetbaarheid, het effect op overige dieren, de relatieve kosten en waar nodig de wet- en regelgeving besproken. Bij de maatregelen voor runderen en paarden wordt alleen een beknopte uitleg gegeven.

  • De maatregelen in deze preventiekit zijn als effectief beoordeeld op basis van onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van beschikbare studies (wetenschappelijk of praktijk), beoordelingen door experts (expert judgement) en praktijkervaring van dierhouders.

In onderstaande tabel worden alle preventieve maatregelen weergegeven met daarbij scores op drie indicatoren (ecologische effectiviteit, tijdsinspanning en kosten). De scores geven aan hoe de maatregel wordt beoordeeld ten opzichte van andere preventieve maatregelen binnen deze faunaschade preventiekit.

Tabel 1: Overzicht preventieve maatregelen voor wolven

Maatregelen Effectiviteit Tijdsinspanning Kosten
Rasters
Vast gaasraster met stroomdraden Hoog Gemiddeld Hoog
Vast gaasraster met stroomdraden en ingegraven of omgevouwen gaas Hoog Gemiddeld Hoog
Vast raster van stroomdraden Hoog Gemiddeld Hoog
Verplaatsbaar raster met stroomdraden Hoog Gemiddeld Hoog
Verplaatsbaar net met stroom (flexinet) Hoog Gemiddeld Hoog
Nachtelijk ophokken of kralen Hoog Hoog Gemiddeld
Kuddebewakingshonden Hoog Hoog Gemiddeld
Fladderlinten Laag Laag Laag
Aanvullende maatregelen voor runderen en paarden Hoog Gemiddeld Hoog

3.1 Rasters

Rasters kunnen wolven weren en daarmee schade aan landbouwhuisdieren voorkomen of beperken. In deze paragraaf worden de verschillende rasters toegelicht.

Algemeen gedrag van wolven

Om de rasters op de juiste manier te ontwerpen, te plaatsen en te onderhouden is het belangrijk om eerst inzicht te hebben in de manier waarop een wolf een raster kan binnendringen. Wolven gaan op zoek gaan naar zwakke plekken van rasters. Het zijn intelligente, snel lerende dieren die kunnen zwemmen, kruipen, graven, klimmen en (leren) springen. Houd daarom rekening met onderstaande punten:

  • Angst voor stroom

Een raster met stroom is effectief omdat wolven gevoelig zijn voor elektriciteit. Wolven die een stroomschok hebben ervaren, benaderen minder snel opnieuw een raster met stroom. Wolven zijn vooral in de nacht actief. Omdat landbouwhuisdieren op dat moment vaak (onbewaakt) in het veld staan, moet de stroom dag en nacht op de draden of rasters staan.

  • Onderdoor kruipen of graven

Een wolf heeft een sterke neiging om ergens onderdoor te kruipen. Als dat niet direct lukt kan hij ook gaan graven.

  • Doorheen gaan

Een opening van 20 centimeter, bijvoorbeeld tussen twee palen of draden, kan voor een wolf groot genoeg zijn om doorheen te gaan.

  • Overheen klimmen

Een wolf is goed in staat om over een hoog hekwerk of object (zonder stroom) te klimmen.

  • Overheen springen

Een wolf is fysiek in staat om over een obstakel (bijvoorbeeld hekwerk) te springen. Een wolf krijgt geen stroom als deze alleen het hek/draad raakt tijdens de sprong.

Algemene eisen rasters

Hieronder beschrijven we vier typen rasters volgens adviesnorm:

  1. Vast gaasraster met stroomdraden (met of zonder ingegraven of teruggevouwen gaas)
  2. Vast raster van stroomdraden
  3. Verplaatsbaar raster met stroomdraden
  4. Een verplaatsbaar net met stroom (flexinet)

De volgende eisen worden aan alle soorten rasters gesteld:

  • De elektrische spanning op de stroomdraden bedraagt minimaal 4,5 kV. Bij rasters van grotere percelen horen krachtige schrikdraadapparaten.
  • Een goede aarding van een raster is belangrijk voor de werking. Een goed geaard elektrisch afrastering zorgt ervoor dat elektrische stroom veilig wordt geleid naar de grond, wat de efficiëntie van het hekwerk bevordert. Slechte aarding zorgt namelijk voor weinig stroom op de afrastering waardoor de afrastering minder goed bescherming kan bieden. Een goed aardingsysteem met een aardpen, aardklem en een grondkabel is een voorwaarde voor een goed werkend raster.
  • De afstand van de onderste stroomdraad tot de grond is maximaal 20 centimeter.
  • De bovenste stroomdraad is vanaf de grond minimaal 120 centimeter hoog.
  • Voor toegangspoorten gelden dezelfde eisen als voor het raster zelf.
  • Het raster moet bij voorkeur minimaal 50 centimeter van de insteek van een sloot of greppel staan.
  • Er is geen opstapmogelijkheid hoger dan 30 centimeter binnen 2 meter van het raster.
  • Houd schrikdraden zoveel mogelijk vrij van begroeiing om spanningsverlies te vermijden. Controleer dit regelmatig.
  • Rasters waarin tijdelijk geen dieren staan, dienen bij voorkeur wel onder stroom gehouden te worden. Zo kan voorkomen worden dat wolven leren deze barrière zonder stroom te nemen. Ook is het duidelijk voor de andere wilde dieren; er staat altijd stroom op het raster.

Subsidies en advies van een wolvenconsulent

Zeven provincies geven financiële steun voor een stroomraster om de kans op schade door wolven te verkleinen. Het gaat om de provincies DrentheDeze link opent in een nieuw tabblad, FryslânDeze link opent in een nieuw tabblad, GelderlandDeze link opent in een nieuw tabblad, LimburgDeze link opent in een nieuw tabblad, Noord-BrabantDeze link opent in een nieuw tabblad, OverijsselDeze link opent in een nieuw tabblad en UtrechtDeze link opent in een nieuw tabblad. De provincies bepalen zelf de hoogte van het subsidiebedrag en de regels die horen bij de subsidie.

Waar kan ik advies krijgen?

In een aantal provincies kunnen dierhouders gratis advies krijgen over stroomrasters door wolvenconsulenten. Je kunt in contact komen met deze adviseurs via telefoon of e-mail, maar je kunt ze ook spreken op locatie. Daarnaast kunnen consulenten helpen bij het aanvragen van subsidie. Ze geven antwoorden op vragen als: Aan welke eisen moet afrastering voldoen? Welke materialen kan je gebruiken? Wat doe je met sloten, greppels en hellingen? Welk onderhoud is nodig? Wat zijn de subsidiemogelijkheden? Hoe werkt het online aanvragen? Bekijk op de site van jouw provincie hoe je contact opneemt met een wolvenconsulent.

Wet- en regelgeving

Een vast (gaas)raster wordt in de omgevingswet gezien als een bouwwerk. Het kan zijn dat er voor het plaatsten van dit raster een omgevingsvergunning nodig is. Hiervoor is het gemeentelijk omgevingsplan leidend. Bij twijfel is het verstandig om uw gemeente om een oordeel te vragen.

3.1.1 Vast gaasraster met stroomdraden

Tabel 2: Score voor een vast gaasraster met stroomdraden op belangrijke indicatoren, in vergelijking met andere preventieve maatregelen.

Vast gaasraster met stroomdraden Score
Effectiviteit Hoog
Tijdsinspanning Gemiddeld
Kosten Hoog
Schematische tekening van een vast gaasraster met stroomdraden voor een afrastering. Het toont houten hoek- en eindpalen cm en tussenpalen met een maximale afstand van 6 meter. Bovenaan zit een schriklint op 120 cm hoogte, met gaas dat tot 120 cm boven het maaiveld reikt. Onder het maaiveld buigt het gaas 90 graden richting wildzijde of steekt het minimaal 100 cm boven de grond aan die kant uit. Twee stroomdraden lopen op 20 cm en 40–60 cm hoogte. Op de achtergrond zijn silhouetten van een paard/pony, een rund en een schaap zichtbaar om te illustreren welke landbouwdieren hiermee beschermd kunnen worden.

Figuur 1: Vast gaasraster met stroomdraden

Effectiviteit

Een vast gaasraster met stroomdraden is bewezen zeer effectief om wolven van een perceel te weren. Omdat wolven eventuele zwakke plekken snel vinden, is het belangrijk dat het raster goed en volledig volgens adviesnorm is geplaatst en de stroom dag en nacht op orde is. Wanneer een wolf bij elke poging stroom voelt, is kans op gewenning laag.

Dit raster kan op grote schaal worden toegepast, zolang het hele gebied wordt omgeven door het raster en een wolf vrij kan verplaatsen rondom het afgerasterde perceel.

Het raster onderscheidt zich doordat het niet mogelijk is om tussen de draden door te springen. Bij een gaasraster met ingegraven of omgevouwen gaas kan een wolf ook niet onder het raster door graven.

Praktische inzetbaarheid

Een gaasraster zonder stroom biedt weinig bescherming voor vee omdat wolven er onderdoor kunnen kruipen of overheen kunnen klimmen. Plaats daarom bij dit raster stroomdraden aan de buitenzijde van het gaas. Dit raster kan geplaatst worden met of zonder ingegraven of op de grond gevouwen gaas.

Gebruik eventueel een schriklint op 120 centimeter hoogte om springpogingen te ontmoedigen. Wolven schrikken niet af door de kleur rood. Gebruik een andere kleur, bijvoorbeeld blauw omdat deze kleur het best zichtbaar is voor hondachtigen.

Gebruik voor het plaatsen van gaas de onderstaande constructies:

  • Verzinkt gaas met mazen niet groter dan 300 vierkante centimeter (komt overeen met gaas van 17,5 x 17,5 centimeter). Vlechtwerk van minstens 160 centimeter hoog.
  • Tussen de rasterpalen maximaal 6 meter afstand.
  • Hoek en schoorpalen

Ingegraven en/of op de grond gevouwen gaas om onderdoor graven te voorkomen

Plaats bij ingegraven gaas het gaas +- 40 centimeter in de grond. Plaats bij op de grond gevouwen gaas het gaas 100 centimeter plat naar buiten. Zorg ervoor dat dat het raster minimaal 120 centimeter hoog wordt en gebruik gaas waar een wolf niet door heen kan. Hoe kleiner de mazen hoe beter. De mazen mogen maximaal 300 vierkante centimeter zijn. Houdt bij losse stroomdraden de aanbevolen hoogtes aan zoals omschreven is bij ‘samenvatting eisen gaasraster met ingegraven gaas’.

Schematische tekening van een vast gaasraster met stroomdraden voor een afrastering. Het toont houten hoek- en eindpalen en tussenpalen met een maximale afstand van 6 meter. Bovenaan zit een schriklint op 120 cm hoogte, met gaas dat tot 120 cm boven het maaiveld reikt. Onder het maaiveld buigt het gaas 90 graden richting wildzijde of steekt het minimaal 100 cm boven de grond aan die kant uit. Twee stroomdraden lopen op 20 cm en 40–60 cm hoogte. Dit gaasraster is voorzien van ingegraven (+- 40 centimeter in de grond) en/of terug gevouwen gaas (100 centimeter plat naar buiten richting de wildzijde). Op de achtergrond zijn silhouetten van een paard/pony, een rund en een schaap zichtbaar om te illustreren welke landbouwdieren hiermee beschermd kunnen worden.

Figuur 2: Vast gaasraster met stroomdraden en ingegraven of terug gevouwen gaas

Arbeid

Het plaatsen van een gaasraster met stroomdraden is arbeidsintensief en is van de aanbevolen rasters het moeilijkst om te onderhouden. Het eventueel ingegraven of op de grond gevouwen gaas vraagt de grootste inspanning bij aanleg maar de minste inspanning bij onderhoud.

Begroeiing in het gaas kan lastig te verwijderen zijn. Het verwijderen is belangrijk om het weglekken van stroom te voorkomen. Een oplossing is het gaas niet op de grond aan te laten sluiten. Zorg dan wel voor een stroomdraad op maximaal 20 centimeter boven de grond Om de werking te garanderen is een wekelijkse controle nodig.

De benodigde tijd voor onderhoud is afhankelijk van de omvang en eventuele schade aan het raster. Soms is een controleronde voldoende, maar als het gaas moet worden hersteld kan dit meer tijd kosten. Bestrijdt roest en verwijder vuil, bladeren en begroeiing om het raster zo goed mogelijk te laten werken.

De installatie van het gaasraster en bijhorende stroomdraden vergt veel kennis en zal in veel gevallen door een extern bedrijf moeten worden geïnstalleerd. De schrikdraadapparaten en accu’s zijn bovendien diefstalgevoelig wanneer deze onbeheerd op het land staan. Het is daarom aan te raden om een tracking device aan het apparaat te bevestigen zodat het bij diefstal kan worden opgespoord. Een andere maatregel tegen diefstal is om een stroomdraad rond het apparaat te plaatsen in een kast die alleen met een sleutel kan worden verwijderd.

Materiaalkosten

De materiaalkosten van gaas (dat niet is ingegraven) met stroomdraden zijn over het algemeen laag. Maar de totale kosten worden relatief hoog bij de aanleg van ingegraven of teruggevouwen gaas relatief hoog. Daarom past deze maatregel het beste op kleinere en vaste percelen.

Samenvatting eisen gaasraster met ingegraven en/of omgevouwen gaas

  • Stroomdraden aan de buitenkant van het raster
  • Palen mogen maximaal 6 meter uit elkaar staan.
  • Het gaas moet stevig en strakgespannen zijn. De mazen van het gaas mogen niet groter zijn dan 300 vierkante centimeter.
  • Bij gaas van 120 centimeter of hoger.
    • Eerste stroomdraad op 50 centimeter.
    • Tweede stroomdraad op 80 centimeter.
    • De stroomdraad aan de bovenkant van het gaas moet op minimaal 120 centimeter van de grond en op maximaal 15 centimeter afstand tot het gaas.
  • Is het gaas lager dan 120 centimeter, dan moet vanaf de bovenkant van het gaas tot 120 centimeter stroomdraden geplaatst worden. De eerste stroomdraad boven het gaas op maximaal 15 centimeter. Als het raster nu nog geen 60 centimeter hoog is, moet de tweede stroomdraad 20 centimeter boven de eerste. De draden boven de 60 centimeter mogen 30 centimeter uit elkaar, tot een hoogte van minimaal 120 centimeter bereikt is.
  • De afstanden van de stroomdraden tussen de eerste en laatste draad mogen maximaal 5 centimeter speling hebben.

Samenvatting eisen gaasraster zonder ingegraven gaas:

  • Stroomdraden aan de buitenkant van het raster
  • Palen mogen maximaal 6 meter uit elkaar staan.
  • Het gaas moet stevig en strakgespannen zijn. De mazen van het gaas mogen niet groter zijn dan 300 vierkante centimeter.
  • Het raster is minimaal 120 centimeter hoog.
  • De bovenste stroomdraad op minimaal 120 centimeter.
  • Stroomdraad op 20 centimeter, op 60 tot 70 centimeter en 120 centimeter.
  • Bij gaas lager dan 60 centimeter op elke 20 centimeter (maximaal) een stroomdraad.
  • Bij gaas boven de 60 centimeter op elke 30 centimeter een stroomdraad.
  • Bij gaas hoger dan 90 centimeter op elke 30 centimeter (maximaal) een stroomdraad.
  • De afstanden van de stroomdraden tussen de eerste en laatste draad mogen maximaal 5 centimeter speling hebben.

Is het gaas lager dan 120 centimeter, dan moet er aan de bovenkant van het gaas een stroomdraad, en vervolgens elke 20 centimeter een stroomdraad tot dat het raster een hoogte heeft van 120 centimeter, vanaf een hoogte van 60 centimeter mag de draad 30 centimeter uit elkaar.

Wordt het raster hoger dan 120 centimeter, dan mag de laatste stroomdraad op maximaal 120 centimeter zijn. Uiteraard mogen er meer stroomdraden boven de 120 centimeter geplaatst worden.

Effect op andere dieren

Een gaasraster met stroomdraden kan negatieve gevolgen hebben voor andere dieren zoals dassen, vossen en wilde zwijnen. Dat is onder andere afhankelijk van de hoogte van het gaasraster. Herten en reeën zijn bij 120 centimeter hoogte vaak in staat over een raster heen te springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen deze dieren geen stroomtik. Voor egels, hazen, konijnen en marterachtigen kan dit raster een grotere belemmering zijn. Welke andere diersoorten er van het perceel worden geweerd, is afhankelijk van de maaswijdte van het gaas.

Dassentunnel bij gaasrasters

Om belemmeringen door het gaasraster voor dassen en andere kleine zoogdieren te beperken is het leggen van een buis in de dassenwissel een oplossing. Deze buis moet groot genoeg is voor dassen, egels, hazen, konijnen en marterachtigen maar te klein voor een wolf. Lees in hoofdstuk 6.1 meer over wolfwerende dassentunnels.

3.1.2 Vast raster van stroomdraden

Tabel 3: Score voor een vast raster van stroomdraden op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep

Vast raster van stroomdraden Score
Effectiviteit Hoog, maar lager dan een gaasraster
Tijdsinspanning Gemiddeld
Kosten Hoog, maar lager dan een gaasraster
Schematische tekening van een vast raster met stroomdraden voor een afrastering. Twee houten palen staan maximaal tien meter uit elkaar met vijf horizontale stroomdraden op hoogtes van 20, 40, 60, 90 en 120 centimeter boven het maaiveld. Aan de rechterzijde is een elektrisch apparaat getekend, aangeduid als accu- of lichtnetapparaat met minimaal 4,5 kilovolt, dat via een kabel verbonden is met een aardpen. Op de achtergrond zijn silhouetten van een paard/pony, een rund en een schaap zichtbaar om te illustreren welke landbouwdieren hiermee beschermd kunnen worden.

Figuur 3: Vast raster van stroomdraden.

Effectiviteit

Een vast raster van stroomdraden op verschillende hoogtes is zeer effectief om wolven van een perceel te weren. Hier is veel bewijs voor omdat dit type raster in heel Europa wordt gebruikt. Omdat wolven eventuele zwakke plekken van het raster snel vinden, is het belangrijk dat het raster goed is geplaatst en aan de adviesnorm voldoet. Wanneer een wolf bij elke poging stroom voelt, is kans op gewenning laag.

Rasters van stroomdraden kunnen op zeer grote percelen worden toegepast, zolang het gehele gebied wordt omgeven door het raster en er doorgangen rondom het perceel zijn gecreëerd waardoor een wolf vrij kan verplaatsen.

Praktische inzetbaarheid

Een vaste raster van stroomdraden is eenvoudiger te plaatsen ten opzichte van een gaasraster met stroomdraden. Dit raster bestaat uit een constructie van:

  • Tenminste vijf stroomdraden geplaatst aan de buitenzijde van de palen. De onderste draad moet op maximaal 20 centimeter boven de grond worden geplaatst. De eerste, tweede en derde draad moeten een onderlinge afstand van 20 centimeter hebben. De derde, vierde en vijfde draad een onderlinge afstand van 30 centimeter. De marges tussen de stroomdraden mag maximaal 5 centimeter naar boven of beneden afwijken.
  • Gebruik eventueel een schriklint op 120 centimeter hoogte om springpogingen te ontmoedigen. Wolven schrikken niet af door de kleur rood. Gebruik een andere kleur, bijvoorbeeld blauw omdat deze kleur het best zichtbaar is voor hondachtigen.
  • Rasterpalen mogen maximaal 10 meter uit elkaar staan. De draden moeten strak en stevig op de palen vastgemaakt te zijn.
  • Stevige hoek- en schoorpalen.

Gebruik bij bochten en hoeken steunpalen om de stroomdraden strak te houden. Bij grotere percelen is een krachtiger schrikdraadapparaat nodig, zodat op alle draden 4,5Kv staat.

Arbeid

Het plaatsen van dit raster is arbeidsintensief. Er is een wekelijkse controle nodig om de effectieve werking van de stroomdraden te garanderen. Er is regelmatig onderhoud zoals maaien en snoeien nodig om stroomdraden vrij van begroeiing te houden.

Materiaalkosten

De kosten voor dit type raster zijn wat lager dan bij de combinatie van ingegraven/omgevouwen gaas met stroomdraden.

De kosten voor de materialen van dit raster zijn ongeveer €6 per meter en dus ongeveer €2.400 per hectare. De kosten voor de installatie zijn ongeveer €5 per meter en ongeveer €2.000 per hectare. Het raster kan tenminste tien jaar blijven staan. De jaarlijkse kosten komen daardoor neer op €440 per hectare. De bijkomende kosten voor een schrikdraadapparaat zijn afhankelijk van de omtrek van het af te rasteren perceel. De kosten liggen gemiddeld tussen de €100 en €500. De kosten voor een accu liggen tussen de €80 en €250. Voor afgelegen percelen zonder toegang tot het stroomnet zijn er schrikdraadapparaten beschikbaar die werken op zonnepanelen. De zonnepanelen zijn in verschillende maten verkrijgbaar. De zonnepanelen zijn in verschillende maten verkrijgbaar. De benodigde afmeting hangt sterk af van de omtrek van het perceel. De kosten voor de meest gangbare apparaten liggen tussen de €500 tot €700, maar er zijn ook duurdere varianten beschikbaar. Let op: dit zijn de kosten van 2024. 

De installatie van het draadraster is complex en zal in sommige gevallen mogelijk door een extern bedrijf moeten worden uitgevoerd. De schrikdraadapparaten en accu’s zijn bovendien diefstalgevoelig wanneer ze onbeheerd in het land staan. Het is daarom aan te raden om een tracking device aan het apparaat te bevestigen zodat het bij diefstal kan worden opgespoord. Een andere maatregel tegen diefstal is om een stroomdraad om het apparaat te plaatsen in een afsluitbare kast die alleen met een sleutel kan worden verwijderd.

Samenvatting eisen stroomdraden vast:

  • Het raster is minimaal 120 centimeter hoog met minimaal 5 stroomdraden.
  • Een goede aarding is belangrijk voor een efficiënt raster. Wanneer het goed geaard is en de stroom veilig naar de grond wordt geleid. Slechte aarding zorgt namelijk voor weinig stroom op de afrastering. Een goed aardingsysteem met een aardpen, aardklem en een grondkabel is een voorwaarde voor een goed werkend raster.
  • De draden moeten strak staan.
  • Palen mogen maximaal 10 meter uit elkaar staan.
  • De onderste draad mag maximaal 20 centimeter boven de grond zijn. De draden daarboven mogen maximaal 20 centimeter tussenruimte hebben. De draden boven de 60 centimeter mogen maximaal 30 centimeter tussenruimte hebben.
  • De afstanden tussen de draden mogen daarbij maximaal 5 centimeter afwijken.

Effect op andere dieren

Dit type raster heeft minder ongewenste effecten op andere diersoorten dan een gaasraster met stroomdraden of een net. Met dit raster kunnen andere diersoorten zoals dassen, egels, hazen, konijnen en marterachtigen vaak nog steeds het perceel in. Afhankelijk van de hoogte van het raster geldt dit ook voor herten en reeën; zij zijn vaak in staat over een raster heen te springen. Reeën zijn ook in staat tussen de stroomdraden door te springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen deze dieren geen stroomtik. Wilde zwijnen worden door dit raster wél van het perceel geweerd.

Het Duitse informatiecentrum voor natuurbehoud NABUDeze link opent in een nieuw tabblad onderzocht in Nedersaksen de aanwezigheid van wilde dieren binnen weilanden met een vast raster van stroomdraden. Hieruit blijkt onder meer dat kleine zoogdieren, edelherten en reeën bijna net zo vaak worden waargenomen in weilanden met een raster als in weilanden zonder raster. In dit overzicht: ‘Wolf-deterrent fences: wildlife permeability’Deze link opent in een nieuw tabblad (.pdf) staan de belangrijkste bevindingen die met  verschillende video’sDeze link opent in een nieuw tabblad  zijn onderbouwd.

3.1.3 Verplaatsbaar (flexibel) raster met stroom

Tabel 4: Score voor een verplaatsbaar raster met stroomdraden op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep

Verplaatsbaar raster met stroom Score
Effectiviteit Hoog
Tijdsinspanning Gemiddeld
Kosten Hoog
Schematische tekening van een flexibel raster met stroomdraden voor een afrastering. Twee blauwe palen staan maximaal tien meter uit elkaar met vijf horizontale stroomdraden op hoogtes van 20, 40, 60, 90 en 120 centimeter boven het maaiveld. Naast de palen staat een symbool dat aangeeft dat de spanning minimaal 4,5 kilovolt moet zijn. Het maaiveld is aangeduid met een rode lijn en een groene ondergrond. Op de achtergrond zijn silhouetten van een paard/pony, een rund en een schaap zichtbaar om te laten zien welke landbouwdieren hiermee beschermd kunnen worden.

Figuur 4: Verplaatsbaar raster met stroomdraden.

Effectiviteit

Een verplaatsbaar raster met stroomdraden is zeer effectief om wolven van een perceel te weren. Hier is veel bewijs voor omdat dit type rasters in heel Europa worden gebruikt. Omdat wolven eventuele zwakke plekken van het raster snel vinden, is het belangrijk dat het raster goed is geplaatst en aan de adviesnorm voldoet. Wanneer een wolf bij elke poging stroom voelt, is kans op gewenning laag.
Verplaatsbare rasters kunnen op zeer grote percelen worden toegepast, zolang het gehele gebied wordt omgeven door het raster en er doorgangen rondom het perceel zijn gecreëerd waardoor een wolf vrij kan verplaatsen. Dit raster kan in principe worden gebruikt voor de bescherming van zowel grote als kleine percelen.

Praktische inzetbaarheid

Een verplaatsbaar raster met stroomdraden is nuttig voor dieren die op verschillende locaties grazen. Het raster kan relatief makkelijk worden opgezet en worden afgebroken. Er bestaan twee soorten rasters: verplaatsbaar raster met stroomdraden en een flexibel net (flexinet).

 Samenvatting eisen verplaatsbaar raster met stroomdraden:

  • Het raster is minimaal 120 centimeter hoog en heeft minimaal 5 stroomdraden. De bovenkant van het raster bestaat uit een stroomdraad.
  • Tenminste vijf stroomdraden die op een hoogte van 20, 40, 60, 90 en 120 centimeter boven de grond worden geplaatst. De onderste draad moet maximaal op 20 centimeter boven de grond worden geplaatst. De afstanden tussen de draden mogen maximaal 5 centimeter afwijken.
  • Gebruik eventueel een schriklint op 120 centimeter hoogte om springpogingen te ontmoedigen. Wolven schrikken niet af door de kleur rood. Gebruik een andere kleur, bijvoorbeeld blauw omdat deze kleur het best zichtbaar is voor hondachtigen.
  • De draden boven de 60 centimeter mogen maximaal 30 centimeter tussenruimte hebben.
  • De draden moeten strakgespannen zijn.
    Een hoekpaal waaraan de haspels zitten. De stroomdraden worden vervolgens stevig en strak aan de palen bevestigd.
  • Palen mogen maximaal 10 meter uit elkaar staan.
  • Een schrikdraadapparaat (met minimaal 4,5Kv levering) dat werkt op een accu of op zonnepanelen.

Aardedraad

Als de grond droog is, is het mogelijk dat de stroom slecht contact maakt. Je kunt ervoor kiezen om een draad als ‘aardedraad’ te gebruiken. Mocht een wolf door het raster met een aardedraad gaan, is de kans heel groot dat een wolf beide draden raakt en daardoor stroom krijgt. Een goede aardpen werkt ook.

Mocht ervan voor een +/- systeem gaan dan zijn 5 draden te weinig, omdat er dan maar over 4 ‘+’ draden beschikt. Het is dan beter over te gaan naar een 6 draden systeem. Dan moet de derde of vierde draad de aardedraad worden. En alle draden dan maximaal 20 centimeter uit elkaar, waarbij de onderste draad maximaal 20 centimeter van de grond is.

Een andere optie om de aardedraad op de grond onder het raster te leggen. Als een wolf graaft, of onder de draad van 20 centimeter heen wil, raakt een wolf de draad én de stroomdraad en krijgt het dier stroom. Het gebruik van aardpennen en een dergelijke aardedraad gaat goed samen.

Draden

De draden moeten strakgespannen staan, ook nadat het raster is verplaatst. Bij hoger gras kan het helpen om vooraf de strook, waarop het raster komt te staan, te maaien. Of trek een spoor met de auto, trekker of quad zodat het raster gespannen kan worden op het platgereden of gemaaide gras. Er is dan voldoende ruimte om het raster te plaatsen en te voorkomen dat de draden contact maken met begroeiing.

Effect op andere dieren

Dit type raster heeft minder ongewenste effecten op andere diersoorten dan een gaasraster of een net. Bij een verplaatsbaar raster met stroomdraden kunnen andere diersoorten zoals dassen, egels, hazen, konijnen en marterachtigen vaak nog steeds het perceel in. Afhankelijk van de hoogte van het raster geldt dit ook voor herten en reeën; zij zijn vaak in staat over een raster heen te springen. Reeën zijn ook in staat tussen de stroomdraden door te springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen deze dieren geen stroomtik. Wilde zwijnen worden door dit raster wél van het perceel geweerd.

Het Duitse informatiecentrum voor natuurbehoud NABUDeze link opent in een nieuw tabblad onderzocht in Nedersaksen de aanwezigheid van wilde dieren binnen weilanden met een vast raster van stroomdraden. Hieruit blijkt onder meer dat kleine zoogdieren, edelherten en reeën bijna net zo vaak worden waargenomen in weilanden met een raster als in weilanden zonder raster. In dit overzicht: ‘Wolf-deterrent fences: wildlife permeability’Deze link opent in een nieuw tabblad (.pdf) staan de belangrijkste bevindingen die met  verschillende video’sDeze link opent in een nieuw tabblad  zijn onderbouwd.

3.1.4 Flexinet/wolvennet

Tabel 5. Score voor een flexinet/ wolvennet op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Verplaatsbaar raster met stroom Score
Effectiviteit Hoog
Tijdsinspanning Gemiddeld
Kosten Hoog

Het andere type verplaatsbaar raster met stroom is een wolvennet, soms ook wel flexibel net of flexinet genoemd. Omdat een flexinet opgerold kan worden en ingebouwde palen heeft met een pen is dit raster relatief makkelijk te plaatsen. Het net heeft draden op verschillende hoogtes en vormt daarmee een gevlochten structuur.

Schematische tekening van een flexinet, een flexibel net met stroomdraden voor afrastering. Twee blauwe palen staan maximaal vier meter uit elkaar, met een elektrisch net van 120 centimeter hoog. De horizontale draden staan maximaal 30 centimeter uit elkaar en zijn verbonden met verticale oranje draden die het net vormgeven. Naast het net staat een symbool dat aangeeft dat de spanning minimaal 4,5 kilovolt moet zijn. Het maaiveld is aangeduid met een rode lijn en een groene ondergrond. Op de achtergrond zijn silhouetten van een paard/pony, een rund en een schaap zichtbaar om te tonen welke landbouwdieren hiermee beschermd kunnen worden.

Figuur 5: Verplaatsbaar raster met stroom (flexinet/wolvennet).

Samenvatting eisen flexinet/ wolvennet:

  • Het raster is minimaal 120 centimeter hoog. Dat betekent dat een net van 100 centimeter met een stroomdraad op 120 centimeter ook voldoet.
  • Het net moet tenminste vijf stroomdraden hebben. Het belangrijkste is dat de onderste draad niet hoger dan 20 centimeter boven de grond hangt. Tot 60 centimeter hoogte mag er maximaal 20 centimeter tussen de draden zijn. Boven de 60 centimeter mogen de draden maximaal 30 centimeter uit elkaar bevestigd zijn. Flexinetten bestaan vaak uit meer dan vijf stroomdraden waardoor doorkruipen van een wolf vrijwel onmogelijk wordt.
  • Flexinetten hebben soms stroomdraden die om en om aangesloten zijn op de plus- en minpool van het schrikdraadapparaat. Wanneer een wolf in contact komt met twee van deze draden, krijgt het dier een stroomschok.
  • De onderste draad moet de aardedraad zijn. Dit draad is vaak verstevigd om doorbijten te voorkomen.
  • Het is belangrijk dat het net stevig en strak gespannen wordt. Hoeken kunnen, wanneer nodig, geschoord (gestut) zijn.
  • De rasterpalen moeten maximaal 4 meter uit elkaar staan.

Effectiviteit

Een flexinet is vooral geschikt als nachtkraal om schaapskuddes te beschermen die op wisselende locaties grazen. Dit raster is minder geschikt voor gebruik op grote percelen.

Praktische inzetbaarheid

Het afzetten van een onregelmatig terrein met een flexinet kost veel tijd. Afhankelijk van fysieke gesteldheid en fitheid kan het plaatsen van acht flexinetten van 50 meter tussen de 3 tot 5 uur duren. Het op- en afbouwen van een verplaatsbaar raster is arbeidsintensiever vanwege de complexere installatie.

Schrikdraadapparaten en accu’s zijn diefstalgevoelig wanneer deze onbeheerd in het land staan. Het is daarom aan te raden om een tracking device aan het apparaat te bevestigen zodat het bij diefstal kan worden opgespoord. Een andere maatregel tegen diefstal is om een stroomdraad rondom het apparaat te plaatsen in een afsluitbare kast die alleen met een sleutel kan worden verwijderd.

Effect op andere wilde dieren

Een flexinet of wolvennet kan negatieve gevolgen hebben voor andere dieren zoals dassen, vossen en wilde zwijnen. Ook voor egels, hazen, konijnen en marterachtigen kan dit raster een belemmering zijn. Herten en reeën zijn vaak in staat over een raster heen te springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen deze dieren geen stroomtik. Hoeveel andere diersoorten er van het perceel kunnen worden geweerd, is afhankelijk van de maaswijdte van het gaas.

Video van een flexinet uit de provincie Drenthe

Bron en disclaimer

Bron: provincie Drenthe

Disclaimer: BIJ12 is geen eigenaar van deze video en niet betrokken geweest bij de productie van de video. BIJ12 is daarom niet verantwoordelijk voor de inhoud van de video.

3.1.5 ’s Nachts ophokken of het vee in een kraal plaatsen

‘s Nachts ophokken is alleen mogelijk als u een geschikte stal met voldoende ruimte voor de dieren heeft. De inzet van nachtkralen is ook alleen mogelijk bij de aanwezigheid van een (verplaatsbaar) raster met stroom of een flexinet.

Tabel 5: Score voor nachtelijk ophokken of kralen op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep

Nachtelijk ophokken of kralen Score
Effectiviteit Hoog
Tijdsinspanning Hoog
Kosten Gemiddeld

Effectiviteit

Wolven zijn meestal ’s nachts actief. Door vee ’s nachts op te hokken, staan de dieren beschermd tegen aanvallen van wolven. Dit is een zeer efficiënte methode om schade van wolven te beperken. In een Sloveense studie is deze maatregel als de meest efficiënte methode bevonden. Het ’s nachts ophokken heeft geen ongewenste effecten op andere diersoorten. Tegelijkertijd kan het zeldzame aanvallen van een vos of goudjakhals kunnen voorkomen. Het is belangrijk dat er in de schuur of kraal voldoende ruimte is voor alle dieren.

Praktische inzetbaarheid

Het nachtelijk ophokken van vee is vooral geschikt voor zeer grote percelen die niet volledig af te rasteren zijn en/of voor kleinere schapenhouders en hobbyhouders met een klein aantal schapen of geiten dichtbij huis.
Het ophokken kan bijvoorbeeld in een zogenaamde schuilstal, soms ook wel een schaapskooi genoemd. Grote schaapskuddes verspreid over een groot perceel kunnen beter met behulp van nachtkralen of (mobiele) schaapskooien worden samengebracht. Deze kraal moet dan wel voorzien zijn van een raster met stroom (zie paragraaf 3.1.3).

Samenvatting eisen nachtelijk ophokken:

  • Ophokken in stallen waar wolven niet in kunnen komen.
  • Onderdoor graven moet onmogelijk zijn. Bijvoorbeeld door een vloer met gaas, beton of een ander ondoordringbaar materiaal. Het is ook mogelijk om buiten op 20 centimeter een stroomdraad te plaatsen of gaas dat minimaal 40 centimeter ingegraven of 100 centimeter op de grond uitgevouwen is en aansluit op de wanden aan de buitenkant.
  • De wanden moeten ondoordringbaar zijn.
  • Een open bovendeur is wenselijk voor de ventilatie. Betongaas kan een wolf buiten houden.
  • Tussen de muur en het dak mag een eventuele ruimte niet groter zijn dan 20 centimeter.
  • De nachtkraal moet voldoen aan de eisen voor een raster met stroom, zie paragraaf 3.1.3 en 3.1.4.

3.2 Kuddebewakingshonden

Getrainde en speciaal gefokte honden die wolven afschrikken worden ook wel kuddebewakingshonden genoemd. Kuddebewakingshonden is een veelgebruikte maatregel om vee te beschermen tegen grote roofdieren zoals wolven.

Tabel 6: Score voor kuddebewakingshonden op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep.

Kuddebewakingshonden Score
Effectiviteit Hoog
Tijdsinspanning Hoog
Kosten

Gemiddeld

De inzet van kuddebewakingshonden in combinatie met stroomrasters volgens adviesnorm biedt in principe de beste bescherming van vee.

Kuddebewakingshonden worden zowel in Europa als in Noord-Amerika ingezet tegen wolven. Voor een wolf is een schaap een relatief makkelijke prooi, met slechts een klein risico om gewond te raken tijdens de aanval. Die kans neemt echter behoorlijk toe wanneer de schapen worden bewaakt door kuddebeschermingshonden. Een wolf betreedt liever niet het territorium van een andere hondachtige omdat hij weet dat de kans dan groter wordt om gewond te raken. Omdat het risico voor een wolf meestal te groot is, laat het dier schapen vaker met rust. Het is belangrijk om minimaal twee honden te gebruiken. De mate van bescherming hangt af van hoe goed de honden zijn getraind en van welk ras de dieren zijn. Rassen die vaak gebruikt worden als kuddebewakingshonden zijn de Pyrenese Berghond, de Turkse Akbash en Hongaarse Kuvasz. Efficiënt werken is van groter belang dan het aantal.

Door gebruik te maken van deze honden is het vee gedurende aanwezigheid van de honden goed beschermd tegen wolvenaanvallen. Kuddebewakingshonden worden in veel landen ingezet vanwege het overweldigende bewijs dat deze maatregel effectief is tegen wolvenaanvallen.

Kuddebewakingshonden kunnen op vrij grote kuddes worden toegepast, zolang er voldoende honden aanwezig zijn om al het vee te beschermen. Groepen groter dan 250 schapen zijn moeilijk tot 1 kudde te houden waardoor kuddebewakingshonden vaak niet goed meer kunnen werken. Wanneer er te weinig honden worden gebruikt, kan een wolf de mogelijkheid zien om een schaap te isoleren van de kudde en te doden.

Pilots en evaluaties

Effect op andere dieren

Kuddebewakingshonden kunnen ongewenste effecten hebben op andere diersoorten in de omgeving. Honden kunnen vogels en andere zoogdieren verstoren, verjagen en soms ook verwonden. Het weren van vossen, zwijnen of andere honden kan soms ook een positief bijkomend effect zijn.

Potentiële risico’s voor mens en huisdier

Het gebruik van kuddebewakingshonden heeft ook potentiële risico’s voor de veiligheid van mens en huisdieren. Met name in drukbevolkte en drukbezochte gebieden kunnen de kuddebewakingshonden te nauw in contact komen met recreanten. De honden kunnen agressief reageren op mensen of huisdieren (voornamelijk honden) omdat zij worden gezien als bedreiging. Er is voorlichting aan recreanten en passanten nodig om risico’s zo veel mogelijk te beperken. Wanneer voorbijgangers zich aan de regels uit de voorlichting houden, is er in principe geen risico. Kuddebeschermingshonden kunnen daarnaast geluidsoverlast veroorzaken door te blaffen (zowel overdag als ’s nachts).

Nederland is een intensief benut land. Op openbare terreinen is het belangrijk om recreanten en omwonenden voor te lichten over hoe zij moeten omgaan met kuddebeschermingshonden. Daarnaast hebben deze honden specifieke trainingen nodig waar professionele begeleiding wordt aanbevolen.

Praktische inzetbaarheid

Het houden van kuddebewakingshonden is zeer arbeidsintensief. Uit een pilot van BIJ12 blijkt dat de inzet van kuddebewakingshonden gemiddeld 5,4 uur per week kost. Sommige herders besteden daarom een deel uit aan derden. De werkzaamheden bestaan uit het voeren, verplaatsen van honden uit de kudde naar de aanhanger en vice versa (twee keer per dag), schoonmaken kennels, verzorging van de honden, uitlaten (twee keer per dag), trainen en aandacht geven.

De kosten voor de aanschaf van kuddebewakingshonden beginnen vanaf €500 voor een pup tot aan zo’n €4.000 voor een volwassen getrainde hond. De leeftijdsverwachting van veelvoorkomende rassen ligt tussen de 10 en 12 jaar oud.

Daarnaast komt er per hond jaarlijks €500 tot €750 aan additionele kosten (o.a. dierenarts, voeding) bij. In verband met inentingen zijn de kosten in het eerste jaar hoger dan de daaropvolgende jaren. Jaarlijks bezoek aan de dierenarts is in de meeste gevallen niet nodig, maar er moet wel rekening worden gehouden met reguliere vaccinatiekosten. Normaal gesproken worden er drie honden per kudde ingezet. Voor meer informatie over honden kan contact opgenomen worden met Canine EfficiencyDeze link opent in een nieuw tabblad.

Wet- en regelgeving

De inzet van kuddebewakingshonden in Nederland kan leiden tot conflicten met recreanten of passanten. De inzet van kuddewaakhonden kan daarom botsen met belangen als wonen, recreatie en toerisme. Voorlichting aan omwonenden, recreanten en passanten is van groot belang om risico’s zo veel mogelijk te beperken. Ook voor de bezitters van kuddebewakingshonden geldt dat zij in principe aansprakelijk zijn voor door het dier ‘uit eigen energie’ toegebrachte schade aan (dieren van) derden (risicoaansprakelijkheid art. 6:179 BW).

3.3 Fladderlinten

Fladderlinten kunnen worden gebruikt om wolven tijdelijk te weren. Het lint is gemaakt van lange stroken textiel die aan een (stroom)draad hangen. Fladderlinten zijn goed in te zetten als er snel moet worden gereageerd op de aanwezigheid van een zwervende wolf.

Tabel 7: Score voor fladderlinten op belangrijke indicatoren, in vergelijking tot andere preventieve maatregelen binnen deze diergroep

Fladderlinten Score
Effectiviteit Laag
Tijdsinspanning Laag
Kosten Laag
Schematische tekening van fladderlinten die boven een raster worden geplaatst. Drie houten palen staan in een lijn, met een draad ertussen op een hoogte van 100 tot 120 centimeter boven het maaiveld. Aan de draad hangen verticale fladderlinten van 10 bij 50 centimeter, met maximaal 50 centimeter afstand tussen de linten. De afstand van de linten tot het raster is 90 tot 150 centimeter. Het maaiveld is weergegeven met een rode lijn en een groene ondergrond.

Figuur 6: Fladderlinten.

Effectiviteit

Het plaatsen van fladderlinten is een tijdelijke maatregel. Pas fladderlinten alleen toe in een overbruggingsperiode naar een efficiëntere maatregel, zoals één van de aanbevolen stroomrasters. Wolven schrikken niet af door de kleur rood. Gebruik een andere kleur, bijvoorbeeld blauw omdat deze kleur het best zichtbaar is voor hondachtigen. De maatregel zou een (zwervende) wolf voor enkele weken tot maximaal twee maanden van het perceel kunnen weren.

De effectiviteit van fladderlinten op het weren van wolven wordt hoog ingeschat, waardoor de kans op schade aan vee afneemt. Wolven zijn intelligent dus is de kans op gewenning groot. In een studie naar fladderlinten werd er geen vee gedood door wolven, terwijl dat na het verwijderen van de fladderlinten wel gebeurde. Het onderzoek werd uitgevoerd met aas op een ander perceel. Dit perceel werd gedurende zestig dagen niet door wolven bezocht nadat er fladderlinten waren geplaatst.

Fladderlinten kunnen op grote percelen worden gebruikt, zolang die op het hele perceel zichtbaar zijn en er ruimte is voor wolven om rondom het perceel te verplaatsen. In eerder onderzoek werden percelen van een grootte van 25 hectare gebruikt.

Praktische inzetbaarheid

Fladderlinten zijn eenvoudig te maken door (blauwe) lappen stof of canvas te bevestigen aan draad dat tussen palen is gespannen. De linten moeten maximaal 50 centimeter uit elkaar hangen en op een hoogte van 100 tot 120 centimeter van de grond. Daarnaast moeten de linten vrij van de grond hangen zodat die door de wind kunnen bewegen. De linten zijn ongeveer 10 centimeter breed en 50 centimeter lang. De linten kunnen het best 90 tot 150 centimeter buiten de hekken worden geplaatst.

Het installeren van fladderlinten kost tijd en energie. Denk aan het plaatsen van de blauwe linten aan het draad, het uitrijden van het draad en de plaatsing van de palen. De benodigde tijd voor het plaatsen van fladderlinten is sterk afhankelijk van de grootte van het perceel
Door de wind kunnen de linten opkrullen, waardoor er gaten kunnen ontstaan in de lintenrij. Een dagelijkse tot wekelijkse controle is nodig om fladderlinten zo effectief mogelijk te maken.

Buiten de visuele afwijking in het landschap, zijn er geen ongewenste effecten op de mens. Het installeren van fladderlinten zonder stroom is relatief gemakkelijk zelf uit te voeren. Bij het kiezen van fladderlinten met stroom is kennis over schrikdraden nodig.

Samenvatting eisen fladderlint:

  • Aan een horizontale draad hangende linten van minstens 30 centimeter die vrij kunnen wapperen. De hangende linten mogen maximaal 50 centimeter tussenafstand hebben. Ze mogen niet vastraken in raster.
  • Toepassen in combinatie met één van de aanbevolen stroomrasters. Niet langer dan ongeveer een maand om gewenning door wolven te voorkomen.
  • Door de wind kunnen de linten opkrullen, waardoor er gaten kunnen ontstaan in de lintenrij. Om een maximale effectiviteit te waarborgen zal het daarom nodig zijn om wekelijkse controles uit te voeren.

4. Bijzondere situaties

Er zijn omstandigheden waar een raster op de erfgrens niet mogelijk of niet effectief is. Hieronder een toelichting op de aandachtspunten voor een schutting, heg of slootkant.

4.1 Schutting

Bij een schutting kan een wolf proberen te graven om aan de andere kant te komen. Een stroomdraad op 20 centimeter hoogte van de grond aan de buitenkant van de schutting kan dit voorkomen. Als stroomdraden aan de buitenkant niet mogelijk zijn, moet het raster aan de binnenkant worden geplaatst. Het raster moet op minimaal dezelfde afstand staan als de hoogte van de schutting – of net zover als de omheining hoog is. Dit is ook belangrijk als er sprake is van een lage schutting of gaasraster omdat de kans groter dat een wolf daar overheen springt of klimt.

4.2 Heg

Wolven zijn gewend om tussen struiken door te lopen. Een opening van 20 centimeter is voor een wolf al genoeg om doorheen te gaan. De kans is het grootst dat een wolf onder de heg door graaft. Stevige wortels bijt een wolf makkelijk door en is nauwelijks een belemmering. Bij voorkeur moet een stroomraster ook hier aan de buitenkant geplaatst worden. Als dit niet kan, moet het raster aan de binnenkant één meter van de heg staan of net zover als de heg hoog is.

4.3 Slootkant

Veel rasters worden op of erg dicht bij het talud van een watergang of greppel geplaatst. Wolven kunnen zwemmen, een watergang is dus niet wolfwerend. Slootkanten vormen voor een wolf een halve onderdoorgang. De helft van het gat is er al. Het advies is om een raster minimaal 50 centimeter van de slootkant af te zetten.

5. Maatregelen voor paarden en runderen

De bovengenoemde preventieve maatregelen zoals rasters, ’s nachts ophokken en kuddebeschermingshonden zijn ook efficiënt om paarden en runderen te beschermen. Aanvullend is ook de samenstelling van de kudde en het verwijderen van nageboorten belangrijk.

5.1 Samenstelling van de kudde

De samenstelling van een kudde paarden of runderen kan bescherming bieden. Het combineren van verschillende leeftijdsklassen, een gelijke geslachtsverhouding en het bij elkaar houden van zowel runderen als paarden kan de weerbaarheid van de kudde tegen wolven verhogen. Dit draagt bij aan de wolfwerendheid van de situatie.

5.2 Verwijderen van nageboorten

Verwijder nageboorten uit de wei zo snel mogelijk om te voorkomen dat wolven wennen aan het eten van runderen. Wolven die geleerd hebben dat kalveren een gemakkelijke prooi zijn kunnen opnieuw op zoek gaan. Dit kan beginnen met nageboortes die door wolven op het land gevonden en gegeten worden. Een volgende stap is veelal het doden van uit een omheining ontsnapte kalveren die niet meer bij hun moeder staan.

Runderen en paarden die ingezet worden voor natuurbegrazing eten in veel gevallen zelf de nageboorte op. Bij melkveebedrijven gebeurt dat minder en kan de nageboorte ook op de mesthoop belanden. Het advies is om melkvee tijdens de laatste fase van de dracht op stal te houden. Zo zijn ze beter in de gaten te houden en kunnen nageboortes niet of minder in het weiland terechtkomen.

De geadviseerde maatregelen zijn voor dierhouders soms lastig uit te voeren vanwege hoge kosten en arbeidsintensieve onderhoudswerkzaamheden.

5.3 Wolvenschade aan paarden en runderen

Van de bij BIJ12 bekende wolvenschade op vee in de periode 2015-2024 ging het in 4% om runderen en 2% om paarden en pony’s. Lees ook meer op de pagina faunaschadecijfers. In Duitsland en België zijn de verhoudingen vergelijkbaar.

Runderen in Drenthe

In Drenthe, waar vrijwel alleen reeën in het wild voorkomen, voeden wolven zich naast reeën (aangetoond in 63% van de uitwerpselen) ook met natuurrunderen (43%) die ingezet worden voor natuurbeheer. Dit laat een onderzoek van de Universiteit Leiden naar het voedingspatroon van wolven in NederlandDeze link opent in een nieuw tabblad zien.

Het onderzoek wijst erop dat veel van de gegeten runderen afkomstig zijn uit kuddes die worden ingezet voor natuurbeheer, zoals Galloway- en Sayaguesa-runderen, die vrij in natuurgebieden grazen. Deze dieren hebben lange tijd zonder wilde roofdieren geleefd. Hierdoor zijn de dieren, en vooral hun kalveren, kwetsbaar. Uit de wolvenontlasting is niet af te lezen of de wolven deze dieren zelf doden of zich voeden met karkassen van natuurlijk gestorven dieren.

Normaal gedrag maar toenemende zorg

Aanvallen op runderen en paarden is niet afwijkend wolvengedrag. Naar verwachting stijgt met de groei van de wolvenpopulatie in Nederland ook het aantal aanvallen op – vooral onbeschermde – runderen en paarden. De laatste jaren neemt het aantal gewonde en gedode paarden en runderen relatief sterker toe ten opzichte van schapen. Een wolf zal eerder een klein dier aanvallen om het risico op verwonding te verkleinen. Maar als een wolf eenmaal heeft geleerd dat een rund of paard een geschikte prooi is, kan hij deze dieren vaker aanvallen.

Risico’s en weerbaarheid

Jonge, zeer oude, zwakke, hoogdrachtige en solitair of in kleine groepen gehouden paarden of runderen lopen het meest risico. Bepaalde runderrassen die het meest op de oervorm lijken, zoals de Schotse Hooglander, Galloway en Limousin, kunnen zich beter weren tegen wolven. Pony’s lopen meer risico op een wolvenaanval dan paarden; hoe kleiner het paard, hoe groter het risico. Zo wordt een ras als Shetlander vaker slachtoffer. Daarnaast speelt ook de wilddichtheid een rol; hoe meer wilde hoefdieren er in een gebied beschikbaar zijn, hoe kleiner het risico dat wolven vee aanvallen.

Meer informatie

Bovenstaande informatie komt uit het onderzoek dat Van Bommel Faunawerk in opdracht van BIJ12 deed naar wolvenaanvallen op runderen en paarden. Zie voor meer informatie het rapport en de factsheet:

6. Effect van rasters op andere wilde dieren

Het effect van rasters op andere wilde dieren is per aanbevolen raster te lezen. Afhankelijk van het type raster een weide minder toegankelijk maken voor andere wilde dieren. Op voorhand vormen flexinetten een groter risico voor overige wilde dieren dan vast raster van stroomdraden omdat een dier in een net verstrikt kan raken.

Wanneer bij een raster (anders dan gaas en een flexinnet) met stroomdraden de onderste draad op 20 cm blijft, kunnen kleine wilde dieren zoals dassen, egels, hazen, konijnen en marterachtigen hier vaak onderdoor en nog steeds het perceel in. Maar bijvoorbeeld een wild zwijn of hond niet. Herten en reeën zijn in staat over een raster heen te springen. Reeën zijn ook in staat tussen de stroomdraden door te springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen hertachtige(n) geen stroom.

Het Duitse informatiecentrum voor natuurbehoud NABUDeze link opent in een nieuw tabblad Nedersaksen de aanwezigheid van wilde dieren binnen weilanden met een vaste afrastering met stroomdraden. Hieruit blijkt onder meer dat kleine zoogdieren, edelherten en reeën bijna net zo vaak worden waargenomen in weilanden met een raster als in weilanden zonder raster. In dit overzicht: ‘Wolf-deterrent fences: wildlife permeability’Deze link opent in een nieuw tabblad (.pdf)  staan de belangrijkste bevindingen die met  verschillende video’sDeze link opent in een nieuw tabblad  zijn onderbouwd.

6.1 Dassentunnel

Voor dassentunnels bij gaasrasters met stroomdraden op percelen met vee wordt een buis met een maximale doorsnede van 25 centimeter en één of twee bochten van 45 graden aangeraden. Die is groot genoeg voor een das en andere kleine zoogdieren zoals egels, hazen, konijnen en marterachtigen, maar te klein voor een wolf. Door de bocht(en) heeft een wolf hier fysiek veel moeite mee.

  • 25 centimeter doorsnede – met minimaal 1 bocht van 45 graden; een tweede bocht is een goede en soms noodzakelijke aanvulling.
  • schuin afgesneden naar onderen toe om inregenen te voorkomen;
  • enkele ruime gaten om ingelopen water te laten wegsijpelen;
  • afgezet met betongaas om langsgraven te voorkomen;
  • op de bodem bedekt met een dun laagje zand of bladeren om doorkruisen aantrekkelijk te maken;
  • isolatie van de stroomdraad erboven met bijvoorbeeld een elektrabuisje bij gebruik van beton of staal. Bij een pvc-buis is dit niet nodig omdat het geen stroom geleidt.
Schematische tekening van een wolfwerende dassentunnel bij een gaasraster. Dit is een buis met een maximale doorsnede van 25 centimeter en één of twee bochten van 45 graden met een maximale lengte van 40 centimeter aangeraden. Op de achtergrond zijn silhouetten van een paard/pony en een schaap zichtbaar om te illustreren welke landbouwdieren hiermee beschermd kunnen worden.

Figuur 7: Dassentunnel

Downloads

Flyer voor dierhouders na wolvenschade aan vee

Laatst bijgewerkt op: 09-01-2025
Download bestand Flyer voor dierhouders na wolvenschade aan vee

Kuddebewakingshonden Hondenrassenwijzer (Canine Efficiency)

Download bestand Kuddebewakingshonden Hondenrassenwijzer (Canine Efficiency)

Pilot Kuddewaakhonden in de Nederlandse Schapenhouderij (2019)

Download bestand Pilot Kuddewaakhonden in de Nederlandse Schapenhouderij (2019)

Richtlijn taxatie wolvenschade

Laatst bijgewerkt op: 23-02-2026
Download bestand Richtlijn taxatie wolvenschade

Checklist vast gaasraster met ingegraven – omgevouwen gaas

Download bestand Checklist vast gaasraster met ingegraven – omgevouwen gaas

Checklist vast gaasraster zonder ingegraven – omgevouwen gaas

Download bestand Checklist vast gaasraster zonder ingegraven – omgevouwen gaas

Checklist vast raster met stroomdraden

Download bestand Checklist vast raster met stroomdraden

Checklist verplaatsbaar raster met stroomdraden

Download bestand Checklist verplaatsbaar raster met stroomdraden

Wolvenplan 2025

Laatst bijgewerkt op: 18-04-2025
Download bestand Wolvenplan 2025

Instructie DNA-afname door dierenartsen

Download bestand Instructie DNA-afname door dierenartsen

Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in Nederland

Download bestand Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in Nederland

Veelgestelde vragen

Waarom doodt een wolf soms meer schapen dan hij eet?

Wolven doden soms meer landbouwhuisdieren dan ze opeten. Dit heet surplus-killing, of kippenrensyndroom. Het komt voor in situaties waarin landbouwhuisdieren hun natuurlijke vluchtgedrag niet (kunnen) vertonen. Roofdieren, zoals beren, kat- en hondachtigen, gebruiken zulke situaties om meerdere prooien te doden. Dat komt door hun jachtinstinct. In de natuur zou er goed van die prooien gegeten worden. Maar in een wei is dat moeilijker door omheiningen en verstoring door mensen.

In Nederland komt surplus-killing door wolven vooral voor bij schapen en geiten. Deze dieren staan vaak achter een afrastering en in relatief grote groepen op kleine percelen. Daardoor kunnen ze niet vluchten. Schapen zijn vaak gefokt om tammer te zijn. Dat heeft tot gevolg dat ze minder effectief reageren op roofdieren. Sommige dieren leven in een onnatuurlijk gebied, waardoor ze hun natuurlijke gedrag niet kunnen uitoefenen. Zo kunnen berggeiten, die normaal op een rotsklif wegrennen voor een roofdier, dit niet doen in het vlakke Nederland. Andere dieren kennen geen roofdieren in hun natuurlijke leefgebied. Het risico op surplus-killing hangt ook af van de groepssamenstelling, het gebied, tijdstip en seizoen.

Een uitgebreide toelichting staat in hoofdstuk 6.3 van de factfinding study over wolven uit 2021.

Kunnen ezels wolvenschade voorkomen of beperken?

Ezels kunnen andere landbouwhuisdieren beschermen tegen wolvenaanvallen. Ezels reageren agressief op gevaar en maken daarbij veel geluid. Dat kan wolven afschrikken. Maar de inzet van ezels tegen wolvenschade is niet bewezen effectief. Daarom wordt dit niet geadviseerd in de FaunaschadePreventiekit Wolven.

Zie voor meer informatie over de inzet van ezels als preventieve maatregel de literatuurstudie Wolvenpredatie op rund en paard (pagina 31-32). Dit onderzoek is in 2024 uitgevoerd door Van Bommel Faunawerk in opdracht van BIJ12.

Wat is een calamiteitenregeling?

In acute situaties kunnen provincies met onmiddellijke ingang een tijdelijke calamiteitenregeling of urgentieregeling in werking stellen. Veehouders kunnen dan direct gesubsidieerde wolfwerende maatregelen treffen, ook al is dit niet in een vastgesteld wolvenleefgebied. Dit zal vooral aan de orde zijn in gebieden waar een wolf doorheen trekt op zoek naar een nieuw territorium en schade aanricht.

De calamiteitenregeling treedt in werking wanneer binnen een week, in dezelfde of aangrenzende gemeenten, twee of meer aanvallen hebben plaatsgevonden. Veehouders binnen die gemeente(n) kunnen tijdelijk (2 tot 4 weken) voor een subsidie in aanmerking komen om preventieve maatregelen te treffen.

Het instellen van een calamiteitenregeling gebeurt door de provincie. Een calamiteitenregeling is bedoeld om dierhouders te ondersteunen bij aanvallen door wolven die niet of moeilijk te voorspellen zijn. De provincies hanteren binnen deze gebieden dezelfde technische normering en eenheidsprijzen.

Bevoegdheid provincie:

  • De keuze en de begrenzing van de gebieden te bepalen.
  • De omvang van het budget vast te stellen dat hiervoor beschikbaar wordt gesteld.
  • De duur en de termijnen waarbinnen subsidieregels gelden vast te stellen.
Hoe wordt een raster volgens adviesnorm getoetst?

De taxateur inventariseert aanwezige preventieve maatregelen waaronder een raster. Bij een raster volgens adviesnorm (Faunaschade Preventiekit) wordt gelet op de geadviseerde basisprincipes; bij dergelijke afrasteringen zijn gebreken (De meest gemaakte fouten bij rasters (provincie Gelderland)Deze link opent in een nieuw tabblad(bijgewerkt op 06-03-2026)) nog steeds mogelijk. In sommige provincies zoals Gelderland en Drenthe brengt ook een provinciaal toezichthouder het raster in kaart.

Zijn er subsidies voor rasters beschikbaar in de provincie?

Primair is de dierhouder zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van wolvenaanvallen op zijn of haar dieren. In diverse provincies zijn commissies opgericht om met direct belanghebbenden te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn en hoe de provincie hierbij kan ondersteunen. Ook zijn verschillende provincies een subsidieregeling gestart voor de aanschaf van rasters volgens adviesnorm. Het is de bevoegdheid van de provincies om subsidie te verlenen, de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen en de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidie te bepalen. Hoe dit in de provincies is geregeld lees je op de pagina ‘beleid en organisatie‘.

Waarom hanteren provincies verschillend beleid voor subsidies van rasters?

Een aantal jaar geleden is het natuurbeleid waaronder het faunabeleid gedecentraliseerd, dus provincies zijn verantwoordelijk voor het faunabeleid. De 12 provincies – vertegenwoordigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO) – hebben in 2019 samen het Wolvenplan 2025Deze link opent in een nieuw tabblad(bijgewerkt op 18-04-2025) vastgesteld. Daarnaast wordt er ook samengewerkt tussen provincies als een aangewezen wolvengebied grensoverschrijdend is. Lees ook:

Wat is het effect van rasters op andere wilde dieren?

Het effect van rasters op andere wilde dieren is per aanbevolen stroomraster te lezen in de Faunaschade Preventiekit. Afhankelijk van het type raster kan een weide minder toegankelijk zijn voor andere wilde dieren. Op voorhand vormen flexinetten een groter risico voor overige wilde dieren dan vast raster van stroomdraden omdat een dier in een net verstrikt kan raken.

Wanneer bij een raster (anders dan gaas en een flexinnet) met stroomdraden de onderste draad op 20 cm blijft, kunnen kleine wilde dieren zoals dassen, egels, hazen, konijnen en marterachtigen hier vaak onderdoor en nog steeds het perceel in. Maar bijvoorbeeld een wild zwijn of hond niet. Herten en reeën zijn in staat over een raster heen te springen. Reeën zijn ook in staat tussen de stroomdraden door te springen. Als alle vier de poten van de grond zijn, krijgen hertachtige(n) geen stroom.

Duits onderzoek

Het Duitse informatiecentrum voor natuurbehoud NABUDeze link opent in een nieuw tabblad Nedersaksen onderzocht de aanwezigheid van wilde dieren binnen weilanden met een vaste afrastering met stroomdraden. Hieruit blijkt onder meer dat kleine zoogdieren, edelherten en reeën bijna net zo vaak worden waargenomen in weilanden met een raster als in weilanden zonder raster. In dit overzicht: ‘Wolf-deterrent fences: wildlife permeability’Deze link opent in een nieuw tabblad (.pdf) staan de belangrijkste bevindingen die met  verschillende video’sDeze link opent in een nieuw tabblad  zijn onderbouwd.

Dassentunnel

Voor dassentunnels bij gaasrasters met stroomdraden op percelen met vee wordt een buis met een maximale doorsnede van 25 centimeter en één of twee bochten van 45 graden aangeraden. Die is groot genoeg voor een das en andere kleine zoogdieren zoals egels, hazen, konijnen en marterachtigen, maar te klein voor een wolf. Door de bocht(en) heeft een wolf hier fysiek veel moeite mee.

  • 25 centimeter doorsnede – met minimaal 1 bocht van 45 graden; een tweede bocht is een goede en soms noodzakelijke aanvulling.
  • schuin afgesneden naar onderen toe om inregenen te voorkomen;
  • enkele ruime gaten om ingelopen water te laten wegsijpelen;
  • afgezet met betongaas om langsgraven te voorkomen;
  • op de bodem bedekt met een dun laagje zand of bladeren om doorkruisen aantrekkelijk te maken;
  • isolatie van de stroomdraad erboven met bijvoorbeeld een elektrabuisje bij gebruik van beton of staal. Bij een pvc-buis is dit niet nodig omdat het geen stroom geleidt.

Bron: Das en BoomDeze link opent in een nieuw tabblad in samenwerking met Fauna-in-Balans. Natuurmonumenten, Zoogdiervereniging en de Wolvencommissie Gelderland schreven hier een artikelDeze link opent in een nieuw tabblad over.

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij afrasteringen?

Het is mogelijk om je schapenweide afdoende te beschermen tegen een wolf. Het helpt als je daarbij je afrastering bekijkt door de ogen van de wolf. Op deze manier zie je beter wat de zwakke plekken zijn. De Wolvencommissie Gelderland maakte daarom onderstaande factsheet.

Zo zal een wolf meestal proberen om onder de afrastering door te kruipen. Je moet dus bij je controle extra aandacht hebben voor de onderste draad: niet hoger dan 20 centimeter. Is de draad vrij van begroeiing, zodat er geen spanningsverlies ontstaat?

Een ander belangrijk punt is dat de wolf na één flinke stroomstoot niet snel opnieuw zal proberen om aan te vallen. De keerzijde daarvan: als hij wél een toegang vindt tot makkelijk te grijpen prooien – zoals schapen in tegenstelling tot wild – dan zal hij blijven proberen. Het is dus beter om het in één keer goed te doen!

Hoe effectief zijn grote honden voor het beschermen van vee?

Kuddebewakingshonden zijn een veelgebruikte maatregel om aanvallen van grote predatoren tegen te gaan, waaronder de wolf. Meer hierover lees je in de Faunaschade Preventiekit.

Er zijn hondenrassen die speciaal gefokt zijn als kuddebeschermingshond. Let wel heel goed op dat je ook echt een ras neemt die ook dit werk goed uit kan voeren en bij de bedrijfsvoering past. Deze honden zijn gefokt om zelfstandig en eigenwijs te zijn. Er is een bedrijf dat hierbij kan helpen: Canine EfficiencyDeze link opent in een nieuw tabblad.

Waarom is paarden houden in een kudde veiliger?

Een kudde – dieren die elkaar kennen – beschermt elkaar. Een wolf is een opportunist en een verwonding is voor hem een groot risico, dus dat vermijdt hij als het even kan. Bij meerdere paarden zal een wolf dus niet snel geneigd zijn om een kans te wagen. Doet hij dat wel, dan maakt hij weinig kans tegen een kudde gezonde paarden. Veulens, pony’s, zieke of zwakke dieren kunnen wel gevaar lopen.

In opdracht van BIJ12 deed Van Bommel Faunawerk onderzoek naar wolvenaanvallen op runderen en paarden. Lees meer op de pagina Onderzoek.

Bekijk ook onderstaande video waar paarden een wolf uit de wei verjagen in de provincie Limburg (Wolvenmeldpunt, 2022):

Lees het transcript van deze video

Op de video is te zien hoe een wolf wegrent. De wolf rent op een weiland en wordt achterna gezeten door drie paarden. De kudde paarden verdrijft de wolf uit het weiland. De wolf vlucht het maisveld in.

Zijn wolven gevaarlijk voor paarden?

De kans dat wolven paarden aanvallen is erg klein. Een van de redenen is dat paarden als extreem defensief worden beschouwd, vooral merries als verdedigers van hun veulens. Veulens, pony’s, zieke of zwakke dieren kunnen wel gevaar lopen.

Er is wel een risico dat paarden in paniek raken en daarbij door de omheining gaan of op een andere manier gewond raken. Het is ook afhankelijk van de andere mogelijke prooidieren in het gebied. De wolf kiest altijd voor de makkelijkste prooi.

We zullen als maatschappij weer gaan ontdekken hoe we onze landbouwhuisdieren veilig kunnen houden. ‘s Nachts ophokken, rasters en eventueel kuddebeschermingshonden zijn daarbij belangrijke opties, maar ook natuurlijke kuddesamenstelling van grootvee vergroot de weerbaarheid van koeien en paarden tegen wolven.

In opdracht van BIJ12 deed Van Bommel Faunawerk onderzoek naar wolvenaanvallen op runderen en paarden. Lees meer op de pagina Onderzoek.

Bekijk ook onderstaande video waar paarden een wolf uit de wei verjagen in de provincie Limburg (Wolvenmeldpunt, 2022).

Lees het transcript van deze video

Op de video is te zien hoe een wolf wegrent. De wolf rent op een weiland en wordt achterna gezeten door drie paarden. De kudde paarden verdrijft de wolf uit het weiland. De wolf vlucht het maisveld in.

Programma Natuur Fase 2 (11e VRN)

In de tweede fase (2024–2032) van Programma Natuur worden projecten uitgevoerd op basis van een geactualiseerd Provinciaal Uitvoeringsprogramma. Op deze pagina vindt u de overzichten per provincie.

Tabellen Programma Natuur fase 2 per provincie

Eind 2024 zijn de beschikkingen aan de provincies verleend voor het uitvoeren van de maatregelen. In de tabellen staan de opgave voor het percentage vermindering drukfactoren per natuurgebied per provincie, zoals de provincies in de afgesproken voortgangsrapportage hierover aan het minis­terie van LVVN hebben gerapporteerd. De cijfers zijn nog niet com­pleet.

De tabellen laten zien dat de maatregelen voor de vermindering van de drukfactoren zullen worden gerealiseerd op bijna 200.000 hectare, waarvan circa 186.600 hectare in Natura 2000-gebieden. De opgave voor boscompensatie bedraagt voorlopig 943 hectare (Drenthe nog PM).

De provincies zijn in het najaar 2024 gestart met de uitvoering van de opgave, waardoor over 2024 nog geen voortgang te melden is.

De Natura 2000-gebieden in rood zijn provinciegrensoverschrijdend.

Provincie Groningen

Omdat de provincie Groningen van diverse natuurgebieden nog essentiële informatie mist, kan zij de opgave nog niet nader definiëren. Na het uitvoeren van diverse Landschappelijke Ecologische Systeemanalyses (LESA) verwacht deze provincie in de volgende VRN’s hierover wel te kunnen rapporteren.

Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Lieftinghsbroek 20 PM 100
Drentsche Aa
831 PM PM PM PM
Zuidlaardermeergebied
2.087 PM PM PM
Leekstermeer
357 PM PM PM
Lauwersmeer
254 PM PM PM
Totaal provincie 3.549 0 0 0 0 0
Overig natuurgebied
NNN Westerwolde 2.787 PM PM PM PM PM
NNN Gorecht / Hunzedal 342 PM PM PM PM PM
NNN Duurswold 2.052 PM PM PM PM PM
NNN Zuidelijk Westerkwartier 2.811 PM PM PM PM PM
NNN en overige natuur rond de kust 66 PM
Totaal provincie 8.058 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 11.607 0 0 0 0 0
Boscompensatie niet van toepassing
Provincie Fryslân
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Duinen Vlieland 88 9 1
Duinen Terschelling 646 10 10
Duinen Ameland 99 7
Duinen Schiermonnikoog 333 34 23
Alde Feanen 288 23 76 1
Rottige Meenthe 410 25 50 25
Van Oordt's Mersken 136 30 70
Wijnjeterper Schar 71 30 70
Bakkeveense duinen 5 42
Drents Friese Wold (Schaopedobbe) 32 50 50
Fochteloërveen (Fries deel) 1.920 10
Totaal provincie 4.028 0 0 0 0 0
Overig Natuurgebied
NNN moerasgebieden 655 15 60
NNN heide en graslandgebieden 384 PM
Totaal provincie 1.039 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 5.067 0 0 0 0 0
Boscompensatie Niet van toepassing
Provincie Drenthe
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Bargerveen 285 0 0 0 20 0 10 0 30 0 0 0
Drents-Friese Wold & Leggelderveld 87 0 0,1 0,1 1 0 10 0 5 5 0 0
Drentsche Aa 744 0 0,1 0,1 0 0 0 0 5 0 0 0
Drouwenerzand 1 0 1 80 1 0 0 0 0 0 0 0
Dwingelderveld 1.427 0 0,1 0 0 0 20 0 5 5 0 0
Elperstroom 123 0 0 5 0 0 0 0 20 0 0 0
Fochteloërveen 0 0 0 10 5 0 0 0 20 0 0 0
Holtingerveld 269 0 0,1 0,1 1 0 10 0 5 0 0 1
Mantingerbos 29 0 5 5 0 0 0 0 0 0 0 0
Mantingerzand 40 0 1 50 10 0 25 0 0 0 0 10
Norgerholt 9 0 0 0 0 0 0 0 15 0 0 0
Witterveld 100 0 5 5 0 0 0 0 10 0 0 0
Totaal provincie 3.113 0 0 0 0 0
Overig Natuurgebied
NNN-gebieden 7 0 20 10 20
Totaal provincie 7 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 3.120 0 0 0 0 0
Boscompensatie PM
Provincie Overijssel
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Aamsveen 154 9 100 100 50
Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek 324 178 40-60 100 100
Bergvennen Brecklenkampseveld 135 139 40-60 80 100
Buurzerzand-Haaksbergen 1.249 445 60-80 100 50
Dinkelland 532 910 80 100
De Wieden en Weeribben 12.343 910 30 0-30 25 100
Engebertsdijkvenen 1.005 671 100 100
IJsseluiterwaarden 578 192 50 100 100
Lemselermaten 55 100 60-80 100 80-100 100
Lonnekermeer 105 11 100 100 0-20
Landgoederen Oldenzaal 578 185 20-25 80-100 100
Springendal & Dal van de Mosbeek 1.225 217 100 70-90 100
Vecht-Beneden Regge 4.105 305 100 50
Wierdense Veld 419 292 50 100
Witte Veen 290 22 10 100 100
Totaal provincie 23.097 0 0 4.586 0 0
Overig Natuurgebied
Geen
Totaal provincie 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 23.097 0 0 4.586 0 0
Boscompensatie 72
Provincie Flevoland
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Naardermeer - Ecozone Pampus 9 0 0 2 0 0
Veluwe - Strandgaperbeek 400 0 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0
Rijktakken - Roggebotveld 1 0 0
Buurzerzand-Haaksbergen 400 0 0 9 0 0
Totaal provincie
Overig Natuurgebied 535 0 0 50 0 0
Hoge Dwarsvaart Harderbos 524 0 0 25 0 0
Karekietweg, Harderbos en Kievitslanden 314 0 0 1 0 0
Voorsterweg Voorsterbos 421 0 0 1 0 0
Hydrozone Schokland 32 0 0 1 0 0 1 0 0
Toppad 1.000 0 0 10 0 0
Agrarische maatreglen VHR doelsoorten 1.826 0 0 1.000 0 0
Totaal provincie 2.226 0 0 1.009 0 0
Eindtotaal provincie 23.097 0 0 4.586 0 0
Boscompensatie niet van toepassing
Provincie Gelderland
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Natura 2000 Veluwe 13.800 2.185 PM PM PM PM PM PM PM PM PM
Natura 2000 Landgoederen Brummen 80 48 50 50 99 50 20
Natura 2000 Binnenveld PM 40 80 30 40 30
Natura 2000 Arkemheen 0 0
Natura 2000 Bekendelle PM 192 50 50 90 PM 50 70
Natura 2000 Korenburgerveen 15 96 25 80 PM 100
Natura 2000 Stelkampsveld PM 56 75 90 80 100
Natura 2000 Willinks Weust PM 64 75 75 50 PM PM 75 100
Natura 2000 Wooldse Veen PM 24 100 PM 75 20 75 100 50
Natura 2000 Bruuk 25 3 50 10
Natura 2000 Rijntakken PM 80 40 40 50 40 25
Natura 2000 Lingegebied en Diefdijk Zuid
20 0 50 50 80 50
Natura 2000 Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem
33 0 80
Totaal provincie 13.973 0 0 2.788 0 0
Overig Natuurgebied
Geen
Totaal provincie 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 13.973 0 0 2.788 0 0
Boscompensatie 275 0
Provincie Utrecht
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Oostelijke Vechtplassen - Noorderpark 1.854 0 0 PM 0 0 0 50 70 10 10 90 10
Botshol 218 0 0 PM 0 0 0 20 80 10 0 85 10
Nieuwkoopse Plassen - Schraallanden langs de Meije 24 PM 0 100
Lingegebied Diefdijk zuid 233 PM 0 10 80 0 0 70 0
Uiterwaarden Lek 148 PM PM PM 25 75 75 80 50
Zouweboezem 257 PM 5 25 75 25 75 90
Rijntakken 974 PM 0 90 50 0 100
Kolland & Overlangbroek 107 PM 70 80 80 50 90
Binnenveld 63 PM 10 80 30 0 30 90
Totaal provincie 3.878 0 0 0 0 0
Overig Natuurgebied
Utrechtse Heuvelrug 400 0 10 10 10
Beekdalen 40 0 10 10 10 10
Totaal provincie 440 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 4.318 0 0 0 0 0
Boscompensatie 22
Provincie Noord-Holland
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Duinen en Lage Land Texel 135 15 50
Duinen Den Helder - Callantsoog 92 50
Zwanenwater en Pettemerduinen 175 50 70 50
Schoorlse Duinen 284 50 60 80
Noordhollands Duinreservaat 470 30 80
Kennermerland-Zuid
1.078 80 80
Eilandspolder 2 15 15
Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder 16 15 15
Polder Westzaan 40 20 15
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske 31 20 20
Oostelijke Vechtplassen
311 30 15 15
Naardermeer 87 40 10 10
Totaal provincie 2.721 0 0 0 0 0
Overig Natuurgebied
Nog te verdelen 365
Totaal provincie 365 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 3.086 0 0 0 0 0
Boscompensatie 72
Provincie Zuid-Holland
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Kennermerland-Zuid
335 matig groot matig groot groot
Coepelduynen 23 groot groot groot groot
Meijendel-Berkheide 1.041 groot groot groot groot groot
Westduinpark & Wapendal 55 groot groot groot matig groot matig
Solleveld & Kapittelduinen 147 matig matig matig groot groot groot
Voornes Duin 22 43 43 groot matig groot groot groot groot groot
Duinen Goeree & Kwade Hoek 16 104 7 104 groot groot matig matig groot
Lingegebied & Diefdijk Zuid 41 klein matig
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
617 groot groot groot groot matig groot matig
Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein 4 matig
Donkse Laagten 5 groot groot afwezig
Haringvliet 10 matig groot
Biesbosch
7 groot groot matig groot
Krammer Volkerak
38 groot matig matig
Grevelingen
16 groot groot matig matig
Totaal provincie 2.377 0 0 147 7 147
Overig Natuurgebied
Totaal provincie 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 2.377 0 0 147 7 147
Boscompensatie 11
Provincie Zeeland
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Canisvliet 141 20 75 20
Grevelingen
13.753 50 5
Groote gat 70 20 20 75 50
Kop van Schouwen 2.242 2 2 40 20 15 15 75 10 30
Manteling van Walcheren 735 2 2 40 20 15 15 75 10 30
Oosterschelde 36.976 2 10 75 5 30
Vogelkreek 97 10 75 50
Westerschelde & Saeftinghe 44.052 5 10 15 75 5 30
Zwin en Kievittepolder 121 1 40 25 15 75 5 20
Totaal provincie 98.187 0 0 0 0 0
Overig Natuurgebied
Totaal provincie 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal provincie 98.187 0 0 0 0 0
Boscompensatie 4
Provincie Noord-Brabant
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Brabantse Wal 4.874 PM 25 25 25 25 25 25 25 25 25
Biesbosch
4.500 PM 25 25 25
Ulvenhoutse Bos 112 PM 25 25 25 25 25 25
Langstraat 506 PM 25 25 25 25 25 25
Loonse- en Drunense Duinen & Leemkuilen 3.975 PM 25 25 25 25 25 25 25 25 25
Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek 897 PM 25 25 25 25 25 25
Kampina en Oisterwijkse Vennen 2.278 PM 25 25 25 25 25 25 25 25
Regte Heide en Riels Laag 538 PM 25 25 25 25 25 25
Kempenland West 1.882 PM 25 25 25 25 25 25 25
Leenderbos, Groote Heide en de Plateaux 4.390 PM 25 25 25 25 25 25 25 25 25
Strabrechtse Heide & Beuven 1.843 PM 25 25 25 25 25 25
Deurnsche Peel & Maria Peel
1.750 PM 25 25 25 25 25 25
Groote Peel
750 PM 25 25 25 25 25 25
Oeffelter Meent 101 PM 25 25 25 25
Krammer Volkerak
500 PM 25 25 25 25
Weerter en Budelerbergen en Ringselven
250 PM 25 25 25 25
Boschhuizerbergen
10 PM 25
Totaal provincie 29.156 0 0 0 0 0
Overig Natuurgebied
Totaal provincie 0
Eindtotaal provincie 29.156 0 0 0 0 0
Boscompensatie 412
Provincie Limburg
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Bemelerberg Schiepersberg 13 0 0 18 0 0 30 50 15 15 20 50 25
Boschhuizerbergen
65 0 0 6 0 0 15 10 10 15 50
Brunssummerheide 48 0 0 6 0 0 33 20 100 20 10 50 25
Bunder- en Elsloërbos 17 0 0 88 0 0 10 15 20 20 15 50 25
Deurnsche Peel en Mariapeel
105 0 0 106 0 0 10 10 10 10 50 25
Geleenbeekdal 30 0 0 90 0 0 40 20 30 30 20 50
Geuldal 165 0 0 140 0 0 15 20 20 20 10 50 25
Groote Peel
93 0 0 100 0 0 15 15 10 10 50 25
Kunderberg 4 0 0 22 0 0 40 25 25 10 50
Leudal 59 0 0 23 0 0 60 60 60 20 10 50 25
Maasduinen 659 0 0 92 0 0 25 10 15 15 20 10 50
Meinweg 255 0 0 14 0 0 15 10 10 20 50
Noorbeemden en Hoogbos 6 1 0 34 0 0 10 50 25 25 15 50
Roerdal 42 0 0 52 0 0 15 20 15 15 20 20 50
Sarsven en de Banen 6 0 0 79 0 0 25 15 15 10 20 50
Savelsbos 27 0 0 32 0 0 15 50 25 25 10 50
Sint Jansberg 19 0 0 17 0 0 15 30 5 5 15 50
Sint Pietersberg en Jekerdal 17 0 0 13 0 0 50 5 15 15 20 50
Swalmdal 12 0 0 9 0 0 15 10 10 15 50
Weerter en Budelerbergen en Ringselven
485 0 0 77 0 0 15 30 15 15 15 30 50
Zeldersche Driessen 17 0 0 14 0 0 10 10 10 25 50
Totaal provincie 2.144 1 0 1.032 0 0
Overig Natuurgebied
Peelrestanten 40 0 0 8 0 0 10 10 30 30 10
Blankwater en Meerlebroek 6 0 0 4 0 0 25 25 15 30
Maasmeanders, Schuitwater, Kaldenbroek 14 0 0 8 0 0 20 25 25 20 20
Beegderheide e.o. 72 0 0 6 0 0 40 15 20 20 20 15
Natuurgebieden Echt - Montfort 23 15 15 20 10 10 20 20
Totaal provincie 155 0 0 41 0 0
Eindtotaal provincie 2.299 1 0 1.073 0 0
Boscompensatie 75
Eindtotaal landelijk
Oppervlakte natuurgebied Oppervlakte overgangsgebied Verzuring Vermesting Invasieve exoten Verstoring Natuur- en landschapsbeheer Versnippering Verdroging Kennislacunes Verontsysteming Overige drukfactoren
Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (ha) Afgerond (ha) In uitvoering (ha) Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering Opgave (%) Afgerond In uitvoering
Eindtotaal landelijk 198.512 0 0 9.603
Boscompensatie 943

Programma Natuur Fase 1 (11e VRN)

In de eerste fase (2021-2026) van Programma Natuur voeren de provincies voornamelijk die projecten uit waarvan de uitvoering op korte termijn kan starten. Op deze pagina vindt u de overzichten per provincie.

Tabellen Programma Natuur fase 1 per provincie

De Natura 2000-gebieden in rood zijn provinciegrensoverschrijdend.

Provincie Drenthe
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Drentsche Aa 86 63 23 1.656 1.060 596 1.019 0 1.019
Hunze (Zuidlaardermeer) 198 150 48 844 540 304 864 0 864
Noordwest Drenthe (Fochteloërveen, Norgerholt, Leekstermeer) 292 219 73 1.956 1.271 685 422 0 422
Bargerveen 288 218 70 2.818 1.804 1.014 310 0 310
Oude Diep (Mantingerbos, Mantingerzand) 150 113 27 1.810 1.158 652 446 0 446
Zuidwest Drenthe (Dwingelderveld, Drents-Friese wold, Holtingerveld) 347 347 0 3.204 2.083 1.121 511 0 511
Totaal Drenthe 1.361 1.110 241 12.288 7.916 4.372
0 0 0 3.572
0 3.572
0 0 0 100 0 100
Overig natuurgebied
Nieuw Drostendiep 77 58 19 1.822 1.421 401 231 0 231 350 350
Reest 302 235 67 42 27 15 120 0 120
Totaal Drenthe 379 293 86 1.864 1.448 416 0 0 0 351 0 351 0 0 0 350 350 0
Eindtotaal Drenthe 1.740 1.403 327 14.152 9.364 4.788 0 0 0 3.923 0 3.923 0 0 0 350 350 0
Boscompensatie 39 16 23

Provincie Flevoland
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Lepelaarsplassen 108 108 0
Totaal Flevoland 108 108 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overig natuurgebied
Greppelveld 115 5 110
Gruttoveld 58 58 0
Ecozone pampus 90 0 90
Nulderbroek 4 0 4
Bossen Oostrand 436 436 0
Laakse Slenk 130 130 0
Reve-Abbert 250 0 250
Harderbroek 150 0 150
Harderbos 480 480 0
Groene Poorten Flevoland 17 0 17
Totaal Flevoland 937 916 21 703 193 510 0 0 0 90 0 90 750 0 0 0 0 0
Eindtotaal Flevoland 1.045 1.024 21 703 193 510 0 0 0 90 0 90 750 0 0 0 0 0
Boscompensatie niet van toepassing

Provincie Fryslân
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Schiermonnikoog 796 250 0 1.024 1.024
Ameland 20 10
Terschelling 550 550 45 100 100
Vlieland 25 25 0
Alde Feanen 60 60 60 60
Wijnjeterperschar 30 30
Van Oordt's Mersken 110 110
Rottige Meenthe & Brandemeer 80 80
Fochteloërveen
280 200 1.500 1.000 500
Merengebied 50 50 135 5
Deelen 3 3
Groote Wielen 50 50 0
Totaal Fryslân 1.924 275 1.013 2.894 1.050 1.669 0 0 0 0 0 0 0 0 0 100 0 100
Overig natuurgebied
Slotplaats 190 10 180 10 10 0
Haulerpolder 24 0 24
Oudemirdumerklif 1 1
Lycklamabos 75 75 33 33
Lindevallei 200 200
Koningsdiep 500 200 300
Surhuizurmermeer 170 170
Drogehamstermieden 18 0 0
Buitenpostermieden 15
Houtwiel 20 20
ZO Fryslân gescheperde kudde 230 230
Haulerbos 8 8 2 2
Brandemeer Noord (N2000) 7 7
Rotstergaast 8 8
Duurswouderheide 89 9
Zwagermieden 13 13
Wiebes poel 't Zwin 3 3
Noorderwoldermeenthe 7 7
Barten (Linde) 7 7
Prikkedam Tjonger 2 2
Kiekeberg 2 2
Blesdijkerheide 1
Brandemeer Noord (NNN) 25 25
Bûtenfjild Lodde Hel 15 15
Dellebuursterheide & Catspoele 16 16
Oksekop 18 0 18
Teroelsterypen 5 5
Oever Houtfeart 5 5
Over de Wymerts 5 -5
Ouwers 5 -5
Kapellepôle 10 10
Unlân van Jelsma 5 5
Easterskar 25 -25
Hegewarren 161 60
De Mieden 18 22
Reahel 20
Bakkeveense Duinen 2
Wijnjeterper Schar 16
Nog niet toegerekend aan natuurgebieden (aankoop 3 landbouwbedrijven) 360 45
Divers - vitaliseren bossen 150 99 51
Divers - terugzetten bosopslag en plaggen 20 20
Divers - onderzoek bodemkwaliteit 230 230
Totaal Fryslân 1.100 410 539 1.036 227 776 197 102 0 0 0 0 360 0 45 33 33 0
Eindtotaal Fryslân 3.023 685 1.552 3.930 1.277 2.445 197 102 0 0 0 0 360 0 45 133 33 100
Boscompensatie niet van toepassing

Provincie Gelderland
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Veluwe 6.772 3.822 2.950 33 53 270
Binnenveld (Utrecht)
Landgoederen Brummen 307 175 132
Wooldse Veen
Korenburgerveen 47 41 6 450 0
Willinks Weust 13 12 1 4
Bekendelle 35 35 7
Stelkampsveld 78 70 8 8 3
Linge gebied / Diefdijk zuid 20 20 8 0
Loevenstein 5 3 2
Rijntakken 78 6 72 25 6 16 4
Sint Jansberg (Limburg)
Bruuk 23 23
Eindtotaal Gelderland 7.378 4.152 3.226 1.610 33 490 0 0 0 0 0 0 2.650 6 2.015 358 77 281
Boscompensatie 120 43 51

Provincie Groningen
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Lieftinghsbroek 62 62
Lauwersmeer 321 321 788 788
Drentse Aa, Leekstermeer en Zuidlaardermeer 190 10 84 29
Totaal Groningen 511 0 331 146 0 91 0 0 0 0 0 0 0 0 0 788 0 788
Overig natuurgebied
NNN Midden Groningen 60 60 10 10 525 525
NNN Oost Groningen - Westerwolde 646 11 530 6 6 60 60
NNN Zuidelijk Westerkwartier 45 44 1 6 6 16 16
Totaal Groningen 751 55 591 22 0 22 0 0 0 0 0 0 16 16 0 585 525 60
Eindtotaal Groningen 1.262 55 922 168 0 113 0 0 0 0 0 0 16 16 0 1.373 525 848
Boscompensatie Niet van toepassing

Provincie Limburg
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Bemelerberg en Schiepersberg 1 1 0
Boschhuizerbergen
208 131 77
Brunssummerheide 4 2 2 0 0 0
Bunder- en Elsloërbos 15 8 8
Geleenbeekdal 2 2 0 3 3 0
Geuldal 118 91 28 2 2 1
Groote Peel
0 0 0 90 80 10
Kunderberg 96 75 21
Leudal 70 66 4
Maasduinen 1.037 813 210 33 33 0
Mariapeel
98 10 89 14 4 9
Meinweg 863 804 59
Noorbeemden 10 10 0 1 1 0
Roerdal 90 61 29
Sarsven en De Banen 38 8 31
Savelsebos 9 2 6
Sint Pietersberg en Jekerdal 3 3 0
Swalmdal 38 1 37
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
23 21 1 9 9 1
Zeldersche Driessen 6 6 0
Nog niet naar natuurgebieden toegerekende oppervlakte 220 46 174 60 30 30 2.644 1.865 779
Totaal Limburg (inclusief nog niet toegerekende ha's) 2.947 2.159 775 173 123 50 0 0 0 0 0 0 6 5 0 2.679 1.900 780
Overig natuurgebied
IJzerenbos 0 0 0
Totaal Limburg 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal Limburg 2.948 2.159 775 173 123 50 0 0 0 0 0 0 6 5 0 2.679 1.900 780
Boscompensatie 29 0 29

Provincie Noord-Brabant
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Biesbosch
43 32 32 50 50
Bosschuizerbergen
10
Brabantse Wal 2.063 635 480 660 360 220 75 6 6 35 280 100 180
Deurnsche Peel & Mariapeel 1.000 550 350 900 415 285 50 30 145 145
Groote Peel 600 350 250 500 40
Kampina & Oisterwijkse Vennen 1.055 155 695 2.300 55 2.245 5 206 550 150 100 50
Kempenland-West 2.265 160 155 1.650 275 200 50 25 25 200 125 40
Krammer-Volkerak
15 5 10 50 45 44 1
Langstraat 95 90 5 5 5 5 157 1 1 1
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux 2.248 1.450 650 187 55 20 65 65 564 65 504 30 5 25
Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem
77 70
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen 960 160 800 6.380 5.720 545 10 10 30 10 20 1.300 115 65 50
Oeffelter Meent 42 34 8 5 28
Regte Heide & Riels Laag 200 182 600 540
Strabrechtse Heide & Beuven 2.000 1.370 130 700 60 110 250 262 16 10
Ulvenhoutse Bos 210 210 0 300 235 0 25 25 3 3 0
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek 590 550 40 1.245 1.225 20 25 68 100 100 0 400 20 380
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
375 75 55 24 24 23 23 40
Nog niet naar natuurgebieden toegerekende oppervlakte 1.675 8.843
Eindtotaal Noord-Brabant 13.838 5.794 3.810 17.182 8.400 4.190 589 0 99 1.496 16 165 11.398 100 10 1.459 608 777
Boscompensatie 811 87 29

Provincie Noord-Holland
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Duinen & Lage land Texel 750 750 150 150 1 1
Noord-Hollands Duinreservaat 55 55 47 39 8 47 39 8
Eilandspolder 11 1 10 40 40
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske 192 28 164 38 38
Westzaan 30 30
Kennemerland-Zuid
40 40 25 25 25
Oostelijke Vechtplassen
116 116 414 104 310
Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder 12 12 30 30
Totaal Noord-Holland 972 846 126 793 282 486 85 77 8 72 64 8 100 100 0 1 1 0
Overig natuurgebied
't Gooi 345 345 2 2
Diemerbos, Purmerbos, Spaarnwoude en Geestmerambacht 314 14 165
Totaal Noord-Holland 345 0 345 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 316 16 165
Eindtotaal Noord-Holland 1.317 846 471 793 282 486 85 77 8 72 64 8 100 100 0 317 17 165
Boscompensatie 31 19 12

Provincie Overijssel
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Aamsveen 154 32 122
Achter de Voort, Agelerbroek, Voltherbroek 324 324 502 502
Bergvennen, Breckelenkampse veld 274 150 124
Buurserzand/Haaksbergerveen 1.249 625 624 1.624 1.624
Enbertsdijkvenen 1.417 1.417
Landgoederen Oldenzaal 578 578 763 763
Lemselermaten 155 155
Punthuizen/Stroothuizen 429 130 299
Springendal/Dal van de Mosbeek 1.342 267 1.074
Vecht Beneden Regge 4.410 3.300 1.110
Wieden/Weerribben 13.506 5.200 8.306
Wierdense Veld 419 419 784 784
Witte Veen 312 312
Eindtotaal Overijssel 20.952 10.466 10.486 7.290 1.310 5.979 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Boscompensatie 170 132 217

Provincie Utrecht
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Botshol 40 40 196
Kolland 23 23
Oostelijke Vechtplassen - Molenpolder
155 155 155 155
Oostelijke Vechtplassen - Tienhoven
85 85
Uiterwaarden Lek 5
Zouweboezem 18 18 20 20
Nieuwkoopse Plassen/Meije
57 57 35 35
Oostelijke Vechtplassen - Maarsseveense zodden
110
Rijntakken
7
Eindtotaal Utrecht 326 23 298 390 0 77 0 0 0 0 0 0 35 0 35 155 0 155
Boscompensatie 7 0 7

Provincie Zeeland
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Kop van Schouwen 623 0 615 789 789 0 25 0 0 25 0 0 200 0 0 1.862 1.066 796
Manteling van Walcheren 18 0 0 735 0 0 15 0 0 15 0 0 567 0 65 1.235 596 500
Yerseke en Kapelse Moer 0 0 0 437 50 0 0 0 0 10 0 0 400 50 0 24 24 0
Oosterschelde 100 100 0 0 0 0 6 0 0 0 0 0 0 0 0 1.010 0 4
Westerschelde & Saeftinghe 10 10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grevelingen 10 0 0 10 10 0 2 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal Zeeland 761 110 615 1.971 849 0 48 0 0 52 0 0 1.167 50 65 4.131 1.686 1.300
Boscompensatie 659 114 413 90 25 65 166 8 0 166 0 0 60 0 0 291 0 0 4 0 0

Provincie Zuid-Holland
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering Opgave Afgerond In uitvoering
Natura2000-gebied
Duinen Goeree & Kwade Hoek 103 81 8 8
Voornes duin 11 110 25 65
Solleveld & Kapittelduinen 162
Westduinpark & Wapendal 60
Meijendel & Berkheide
Coepelduynen
Kennemerland-Zuid
Totaal Zuid-Holland Kuststreek 659 114 413 90 25 65 166 8 0 166 0 0 60 0 0 291 0 0
Haringvliet
Krammer-Volkerak 23 160
Grevelingen 268 120
Hollands Diep
Biesbosch 76
Oude Maas
Voordelta
Totaal Zuid-Holland Delta 460 291 356 67 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2
De Wilck
Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein 117
Boezems Kinderdijk
Donkse Laagten 15
Oudeland van Strijen
Totaal Zuid-Holland Veenweiden/-plassen 134 0 134 905 0 0 200 0 0 200 0 0 47 0 0 27 0 0
Totaal Zuid-Holland 1.253 404 903 1.062 25 65 366 8 0 366 0 0 107 0 0 318 0 0
Overig natuurgebied
Bonnenpolder 30 30 30
Totaal Zuid-Holland 0 0 0 0 0 0 30 30 0 30 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindtotaal Zuid-Holland 1.253 404 903 1.062 25 65 396 38 0 396 0 0 107 0 0 318 0 0
Boscompensatie 2 0 0

Totaal
Verbetering kwaliteit (ha) Hydrologische verbetering in (ha) Versnelling verwerving in (ha) Optimaliseren inrichting in (ha) Overgangzones in (ha) Overige kwaliteit in (ha) Boscompensatie in (ha)
Verwijderen opslag, plaggen, begrazing, verschralen, bekalken, kleinschalige aanleg en inrichting Hydrologisch onderzoek, moerasontwikkeling, waterpeil verhogen, vernatten, onderhoud aan sloten, water vasthouden, verontdiepen Sleutelhectares NNN Additionele inrichting voor natuurherstel op sleutelhectares Natuurinclusieve landbouw, ecologische verbindingen, additionele verwerving voor natuur Zonering recreatie, bestrijding invasieve exoten Aanleg van bos (bij voorkeur buiten het NNN)
TOTAAL NATURA2000-GEBIED 52.330 25.447 21.823 45.799 19.988 17.469 1.088 85 107 5.558 80 3.745 15.463 261 2.125 9.989 4.271 4.180
TOTAAL OVERIG NATUURGEBIED 3.512 1.674 1.582 3.625 1.868 1.724 227 132 0 471 0 441 1.126 16 45 1.284 924 225
EINDTOTAAL 55.842 27.121 23.405 49.424 21.856 19.193 1.315 217 107 6.029 80 4.186 16.589 277 2.170 11.273 5.195 4.405
TOTAAL BOSCOMPENSATIE 1.213 297 368

Samenvattend overzicht Programma Natuur fase 1 (11e VRN)

Samenvatting van de opgave en voortgang per categorie maatregelen uit Programma Natuur fase 1 (uitvoeringstermijn 2021-2026).

Rapportage 1 mei 2025 (over 2024)

Verbetering kwaliteit (ha)Hydrologische verbetering in (ha)Versnelling verwerving in (ha)Optimaliseren inrichting in (ha)Overgangzones in (ha)Overige kwaliteit in (ha)Boscompensatie in (ha)
OpgaveAfgerondIn uitvoeringOpgaveAfgerondIn uitvoeringOpgaveAfgerondIn uitvoeringOpgaveAfgerondIn uitvoeringOpgaveAfgerondIn uitvoeringOpgaveAfgerondIn uitvoeringOpgaveAfgerondIn uitvoering
Groningen1.262559221680113000000161601.373525848niet van toepassing
Fryslân3.0236851.5523.9301.2772.445197102000036004513333100niet van toepassing
Drenthe1.7401.40332714.1529.3644.7880003.92303.9230003503500391623
Overijssel20.95210.46610.4867.2901.3105.979000000000000170132217
Flevoland1.0451.024217031935100009009075000000niet van toepassing
Gelderland7.3784.1523.2261.610334900000002.65062.015358772811204351
Utrecht32623298390077000000350351550155707
Noord-Holland1.3178464717932824868577872648100100031717165311912
Zuid-Holland1.2534049031.0622565396380396001070031800200
Zeeland7611106151.9718490480052001.16750654.1311.6861.300400
Noord-Brabant13.8385.7943.81017.1828.4004.1905890991.4961616511.398100101.4596087778118729
Limburg2.9482.159775173123500000006502.6791.90078029029
Eindtotaal55.84227.12123.40549.42421.85619.1931.3152171076.029804.18616.5892772.17011.2735.1954.4051.213297368

Tabellen Programma Natuur 11e VRN

Het Programma Natuur is gericht op de realisatie van de benodigde condities voor een landelijk gunstige staat van instandhouding van VHR-soorten en habitattypen in Natura 2000-gebieden en leefgebieden met een te hoge stikstofdepositie. Het Programma Natuur kent twee fases: fase 1 met uitvoeringstermijn 2021-2026 en fase 2 met uitvoeringstermijn 2024-2032.

Overzicht provinciale contactpersonen natuurbeheer SNL

Provincie Provinciale contactpersonen
Groningen Team Natuurbeheer
Tel: 050-3164329
E-mail: teambelnat@provinciegroningen.nl
Friesland Haryt Dijkman
Tel: 058-2925102
E-mail: h.dijkman@fryslan.frl
Drenthe Auke Postma
Tel: 0592-365214
E-mail: a.postma@drenthe.nl
Particulier natuurbeheer:
Hein Alkema
Tel: 0592-365801
E-mail: h.alkema@drenthe.nl
Overijssel Emy Visser
Tel: 038-4998354
E-mail: EC.Visser@overijssel.nl
Particulier natuurbeheer:
Hans Kreuwel
Tel: 038-4997357
E-mail: j.kreuwel@overijssel.nl
Gelderland Contactpagina (gelderland.nl)
Tel: 026-3599999
E-mail: provincieloket@gelderland.nl
Flevoland Jasper Buijs
Tel: 06-50005270
E-mail: jasper.buijs@flevoland.nl
Utrecht Steunpunt natuur
Tel: 030-2589096
E-mail: steunpuntnatuur@provincie-utrecht.nl
Noord-Holland Jan de Jong
Tel: 06-27026719
E-mail: jan.de.jong@noord-holland.nl
Voor functiewijziging/afwaardering/inrichting
Peter Storm
Tel: 06-48137286
E-mail: SKNLsubsidies@noord-holland.nl
Zuid-Holland Erik Buijserd
Tel: 070-4416956
E-mail: e.buijserd@pzh.nl
Zeeland Tijl Frijns
Tel: 06-55484455
E-mail: to.frijns@zeeland.nl
Noord-Brabant Voor SNL beheer subsidie
Tel: 073-6812812
E-mail: snl@brabant.nl
Voor functiewijziging/afwaardering/inrichting
Tel: 06-18303065
E-mail: werkeenheidnatuurnetwerk@brabant.nl
Limburg Simone Lassauw
+31 6 46 21 74 88
smt.lassauw@prvlimburg.nl

Informatieproducten: applicaties van provincies

BIJ12 beheert landelijke informatieproducten (ook wel applicaties genoemd) van de 12 provincies. De applicaties die door BIJ12 worden beheerd zijn vaak met maatwerk specifiek voor provincies ontwikkeld. Ze geven allemaal invulling aan een wettelijke taak of ondersteunen het primaire proces van provincies.

De rol van BIJ12

BIJ12 heeft ook een adviserende rol voor provincies en andere overheden bij vraagstukken op het gebied van informatievoorziening en datamanagement.

Buiten de provincies worden de applicaties ook door sommige gemeenten gebruikt. Voor sommige applicaties leveren gemeenten gegevens aan of voeren deze in zodat inwoners deze kunnen raadplegen. Denk bijvoorbeeld aan het Zwemwaterportaal en -register Zwemwater.nl, dat over de hygiëne en veiligheid van buitenzwemplekken informeert. Maar ook de Risicokaart, een keteninformatiesysteem waar risico’s voor de eigen leefomgeving worden bijgehouden en getoond.

Namens de 12 provincies beheert BIJ12 de onderstaande applicaties:

ArcheoDepot

ArcheoDepot is een gemeenschappelijke Data Service Archeologie van en voor overheden die eigenaar zijn van roerende archeologische monumenten. Roerende archeologische monumenten zijn archeologische monumenten die niet ter plekke in de bodem behouden konden blijven. De monumenten worden – na opgraving – digitaal bewaard en ontsloten via ArcheoDepot.nl.

ArcheoDepot is het aanleveringsloket om opgegraven archeologische monumenten digitaal duurzaam te bewaren en te ontsluiten voor tentoonstellingen en toekomstig wetenschappelijk onderzoek.

Archeologische bedrijven kunnen via deze website digitale onderzoeksdocumentatie aan archeologische depots aanbieden. Er is een publieke zoekservice voor vondsten en projecten in ArcheoDepot. Toegang tot de collecties via Open Data is nog in ontwikkeling.

Ga naar de website van ArcheoDepot Link opent in nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

In ons land leven beschermde plant- en diersoorten. Op het moment dat er werkzaamheden plaatsvinden, mogen die niet ten koste gaan van deze soorten. Dit noemen we de zorgplicht en dit is vastgelegd in de Omgevingswet. De Beschermde SoortenIndicator is hierbij een belangrijk hulpmiddel.

Lees meer over Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Centrale Data en Services (CDS)

Om de uitwisseling van milieu-informatie in Europa te verbeteren en het EU-milieubeleid te baseren op feiten in plaats van op vermoedens, is in 2007 de Europese INSPIRE-richtlijnDeze link opent in een nieuw tabblad opgesteld. In 2019 is hier de verplichting van de High Value Datasets (HVDs) bijgekomen. Verder verzorgt het CDS ook de leveringen voor de Warmte Koude Opslag (WKO) Tool richting RVO.

De CDS-omgeving van de provincies draagt bij aan de Nationale Basisvoorziening voor Geo-informatie, die ruimtelijke informatie beschikbaar stelt aan alle overheden, burgers en bedrijven. De INSPIRE-richtlijn regelt de uitwisseling van locatiegegevens binnen de Europese lidstaten rond 34 thema’s.

De provincies zijn bronhouder van een aantal datasets die onder 7 thema’s vallen. Voor 3 van de 7 thema’s (“Beschermde gebieden”, “Gebiedsbeheer” en “Menselijke gezondheid en veiligheid”) leveren de provincies zelf data aan, voor de andere 4 thema’s (“Gebieden met natuurrisico’s”, “Habitats en biotopen”, “Milieubewakingsvoorzieningen” en “Faciliteiten voor productie en industrie”) wordt de aanlevering via een aantal landelijke registers gedaan.

De CDS-omgeving biedt de mogelijkheid om bronbestanden te registreren, middels ETL-tooling (in dit geval FME) de conversie naar de INSPIRE, HVD en WKO Tool-services te definiëren en uit te laten voeren, te laten valideren en tot slot te exporteren. Uiteindelijk wordt de data middels WMS-, WFS- en ATOM-services gepubliceerd richting de eindgebruiker via het Nationaal Georegister (NGR)Deze link opent in een nieuw tabblad.

In het GegevensLeveringsProtocol (GLP) is in detail beschreven welke datasets de data aanbieders aan moeten leveren, en op wat voor manier. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aanleveringen voor INSPIRE en de HVDs enerzijds, en de WKO Tool anderzijds. Aanleveringen voor INSPIRE en de HVDs zijn op provincie -of landelijk niveau, voor de WKO Tool kan dit ook door gemeentes en omgevingsdiensten worden gedaan. Beide GLPs zijn hieronder te vinden.

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Bekijk het GegevensLeveringsProtocol WKO-Tool – vastgesteld (.pdf) Link opent in nieuw tabblad

Bekijk het GLP Provinciale aanlevering INSPIRE & High Value Data (.pdf) Link opent in nieuw tabblad

HVD Stiltegebieden XSD

Formdesk

FormDesk is een formulierensysteem, het wordt gebruikt om online formulieren te ontwerpen en te beheren. In FormDesk is het mogelijk om intelligente formulieren te maken. Hiermee wordt bedoeld dat het geen klassiek invulformulier is, maar een formulier waar verschillende functies aan kunnen worden toegevoegd. Een voorbeeld hiervan is een beveiligd formulier, het formulier kan geopend worden met behulp van e-Herkenning of door het invoeren van een wachtwoord. Ook heeft de invuller de mogelijkheid om het formulier tussentijds op te slaan: de invuller kan het opgeslagen formulier later verder invullen aan de hand van een unieke code. Een intelligent formulier wordt ook gezien als een ‘dialoog’ tussen de invuller en ontvanger, omdat er een ‘reactie’ gegeven kan worden op het formulier.

FormDesk is een web-based applicatie, ook wel Software as a Service (SaaS) genoemd. Dit betekent dat er geen applicatie geïnstalleerd hoeft te worden, om er gebruik van te kunnen maken. FormDesk wordt gebruikt om digitale formulieren te ontwerpen en in te richten naar de wensen en behoeften van de invuller en ontvanger.

Voorbeelden van dergelijke online formulieren zijn:

  • Aanvraagformulieren
  • Registratieformulieren
  • Bestelformulieren
  • Enquêteformulieren

e-Herkenning / Ondertekendienst

Inloggen met e-Herkenning kan geactiveerd worden voor FormDesk formulieren voordat ze verstuurd kunnen worden – net zoals dat voor digitaal ondertekenen het geval is. BIJ12 is contracthouder van FormDesk namens de provincies en daarom ook het eerste aanspreekpunt bij vragen en/of storingen. Voor formulier inhoudelijke vragen kunt u mailen naar formdesk@bij12.nl. Alleen wanneer BIJ12 het formulier in beheer heeft, kunnen wij mogelijk inhoudelijke wijzigingen ook zelf doorvoeren.

Wanneer er vragen en/of storingen zijn omtrent het inloggen met e-Herkenning of met het digitaal ondertekenen van formulieren kunt u mailen naar e-id@bij12.nl. Voor spoedzaken adviseren wij u telefonisch contact op te nemen via telefoonnummer 085 486 2222.

InformatieKaart Natuur (IKN)

Voor het nemen van de juiste beslissingen en het uitvoeren van de provinciale taken op het gebied van natuur is het essentieel dat er landelijke, uniforme en betrouwbare natuurinformatie beschikbaar is. Daarom ontwikkelen de provincies de InformatieKaart Natuur (IKN), een tool die in één oogopslag actuele en betrouwbare informatie biedt over (beschermde) natuurgebieden per provincie. De verschillen in het provinciale natuurbeleid, die zijn ontstaan door de decentralisatie, worden daarbij gerespecteerd. Om volledig(er) te kunnen zijn wordt in de IKN ook natuurinformatie opgenomen van andere overheden en ketenpartners.

Lees meer over InformatieKaart Natuur (IKN)

Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS)

Het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) is de omgeving voor het beheren en het publiceren van alle actuele en historische gegevens van alle bedrijventerreinen in Nederland.

Provincies en gemeenten vullen de database voor eigen gebruik, maar ook voor een groot aantal andere gebruikers.

  • (Hogere) overheden gebruiken IBIS om beleid te maken, de uitgifte van terreinen te monitoren ten opzichte van de prognoses (Bedrijfslocatiemonitor).
  • Gemeenten en regio’s gebruiken IBIS om de regionale markt te monitoren, gemeentelijk of regionaal beleid te maken en de ontwikkeling van nieuwe terreinen invulling te geven.
  • Bedrijven (eindgebruikers) kunnen vaststellen waar nog terreinen beschikbaar zijn voor vestiging.
  • Vastgoedmarktpartijen kunnen de schaarste in regio’s vaststellen en kijken wat voor aanbod in een bepaalde regio kan worden verwacht.

Het doel van de IBIS-inventarisatie is tweeledig: inventariseren van en informeren over alle uitgiftes op nieuwe bedrijvenlocaties in Nederland. IBIS geeft tevens informatie over de planning van nieuwe werklocaties.

Ga naar de website van IBIS-bedrijventerreinen Link opent in nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Landelijk Grondwater Register (LGR)

Het Landelijk Grondwater Register (LGR) is een registratiesysteem waarin grondwaterinstallaties en bodemenergiesystemen worden vastgelegd. Provincies, waterschappen, gemeenten en Rijkswaterstaat maken gebruik van het LGR om de processen rondom vergunningverlening, handhaving en heffingen met betrekking tot grondwatergebruik en energieopslag in de bodem te ondersteunen.

De gegevens die in het LGR worden geregistreerd, worden doorgegeven aan de Basis Registratie Ondergrond (BRO). Hierdoor helpt het LGR de bevoegde gezagen bij het vervullen van hun wettelijke verplichting om deze basisregistratie van gegevens te voorzien.

Toegang tot het LGR is voorbehouden aan vertegenwoordigers van het bevoegde gezag. Aanvragen van derden worden niet in behandeling genomen.

Lees meer over het Landelijk Grondwater Register (LGR)

Ga naar de website van het LGR Link opent in nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Landelijk Informatie Systeem Arbeidsplaatsen (LISA)

LISA is een databestand met gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht. De koppeling van kerngegevens met een ruimtelijke component (adresgegevens) en een sociaaleconomische component (werkgelegenheid en economische activiteit) maakt LISA uniek in Nederland.

Door de beschikbaarheid van dit type beschrijvende gegevens voor heel Nederland is het vestigingenregister van LISA hét basisbestand voor sociaal-economisch en ruimtelijk onderzoek. Er is geen andere bron die daarin kan voorzien. Van elk willekeurig geografisch niveau en van elke activiteit kan bijvoorbeeld de werkgelegenheids(ontwikkeling) in beeld worden gebracht.

De gezamenlijke provincies zijn onder de regie van de stichting LISA een traject gestart waarbij het LISA register meer landelijk uniform beheerd en uitgevoerd wordt. Vanaf 1 januari 2025 is het beheer van en de dienstverlening rondom het register bij BIJ12 belegd. Een kernteam vanuit de provincies en BIJ12 staat aan de lat voor LISA 2025 en verder.

Ga naar de website van LISA Link opent in nieuw tabblad

Ga naar het vestigingsregister (account vereist) Link opent in nieuw tabblad

Landelijke Databank Overstromingsinformatie (LDO)

Overstromingsrisicokaarten en -gevarenkaarten worden gemaakt om het publiek en (lokaal) bestuur inzicht te bieden in de aard en omvang van de risico’s op overstromingen. De kaarten zijn het uitgangspunt voor de aanpak van het beheersen van die risico’s.

De EU Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) verplicht alle Europese landen om deze kaarten te maken. Waterbeheerders en provincies zijn daarvoor verantwoordelijk en leveren de basisgegevens voor de gevarenkaarten. De gegevens worden opgeslagen in de landelijke database overstromingsgegevens Lizard Flooding die door GBO-provincies wordt beheerd.

Lees meer over de Risicokaart (natuurlijke omgeving > overstromingen)

Lees meer over Landelijke Databank Overstromingsinformatie (LDO)

Ga naar de website van de LDO-applicatieDeze link opent in een nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders via beheerldo@bij12.nlDeze link opent in een nieuw tabblad.

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)

De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van plant- en diersoorten.

Lees meer over Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)

Nationale Databank Vegetatie- en Habitatkarteringen (NDVH)

In Nederland zijn het Rijk, de provincies en terreinbeherende organisaties verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeleid en – monitoring. Een belangrijk onderdeel bij monitoring zijn de habitattypekaarten en vegetatiekarteringen. Deze worden gebruikt om de kwaliteit van de natuur te bepalen. In de Nationale Databank Vegetatie- en Habitatkarteringen (NDVH) zullen straks alle actuele habitattypekaarten, vegetatiekarteringen en leefgebiedkaarten van alle provincies in Nederland worden opgeslagen.

Lees meer over Nationale Databank Vegetatie- en Habitatkarteringen (NDVH)

Natuurvriendelijk isoleren (NVI)

BIJ12 is de beheerder van de app Natuurvriendelijk Isoleren (NVI). Isolatiebedrijven die natuurvriendelijk isoleren kunnen voor deze app een account aanvragen. En in de app melden waar en welke gebouwen ze natuurvriendelijk isoleren.

Gebruik de NVI app voor isolatiebedrijven Link opent in nieuw tabblad

Over natuurvriendelijk isoleren

Om een huis te isoleren waar mogelijk vogels of vleermuizen wonen, heb je een omgevingsvergunning nodig. Zelf een vergunning aanvragen kan, maar het ecologisch onderzoek dat daarbij hoort kost veel tijd en geld. Daarom vragen steeds meer gemeenten een omgevingsvergunning aan voor een heel gebied. Eigenaren van particuliere grondgebonden woningen kunnen van de NVI vergunning gebruik maken, zolang ze een isolatiebedrijf inhuren dat natuurvriendelijk isoleert.

Ga naar de website over natuurvriendelijk isoleren

Provisa

Het maken van keuzes, welke archiefdocumenten voor vernietiging in aanmerking komen en welke voor blijvende bewaring, heet selecteren en gebeurt op basis van selectielijsten. Dit zijn door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastgestelde overzichten met categorieën Archiefdocumenten en hun wettelijke bewaartermijnen.

De huidige selectielijst, die in 2005 is vastgesteld, is tot stand gekomen in de Interprovinciale Werkgroep Selectielijst die belast is met het onderhoud van deze selectielijst. De huidige selectielijst is al jarenlang gebaseerd op dezelfde systematiek en is nauwelijks nog bruikbaar in een toekomstige digitale werkomgeving. Het is daarom dat de Interprovinciale overleggroep Documentaire Informatievoorziening (IOG-DIV) en de Interprovinciale Werkgroep Selectielijst (IWS) de kennis en vaardigheden hebben gebundeld en hebben samengewerkt om te komen tot nieuwe toekomst vaste selectielijsten voor alle provinciale organen en voor de Commissaris van de Koning als rijksorgaan, voor alle provincies in Nederland. Deze selectielijsten zijn opgenomen in de database Provisa.

Medio 2013 is de IWS overgegaan in de Mandaatgroep Provisa en medio 2015 in het SIO (Strategisch Informatie Overleg) Provisa.​​​

Bekijk de pagina over Provisa Link opent in nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Risicokaart

De aanleiding voor het ontstaan van de Risicokaart.nl was de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000. De meeste omwonenden wisten niet dat er midden in hun woonwijk een grote vuurwerkopslag stond. De commissie Oosting die onderzoek deed naar de ramp, adviseerde het kabinet dat er een instrument moest komen dat burgers én professionals inzicht geeft in risicosituaties in de leefomgeving. Door met goede informatievoorziening over risicosituaties:

  • te zorgen voor meer bewustwording bij burgers, én
  • te helpen bij het voorkomen, bestrijden en de gevolgen beperken van rampen en zware ongevallen. Op de Risicokaart kunt u checken of uw buurt mogelijke risicosituaties kent, die kunnen leiden tot rampen en ongevallen.

U vindt er meer informatie over soorten risico’s. Op de Risicokaart staan ook plekken en gebouwen waar veel mensen aanwezig kunnen zijn, die hulp nodig hebben bij een incident. Denk aan ziekenhuizen, scholen, verzorgingshuizen en kinderdagverblijven. De Risicokaart biedt u een visueel overzicht van de risicosituaties en maakt u daarmee bewuster van de veiligheid in uw omgeving.

Ga naar de website van de Risicokaart Link opent in nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Zwemwaterportaal / Landelijk Zwemwater Register (LZR)

Provincies hebben de wettelijke taak om zwemwaterlocaties aan te wijzen en, indien nodig, af te voeren. Dit doen ze op grond van de Europese Zwemwaterrichtlijn 2006/7/EC, die is opgenomen in de Nederlandse wetgeving (Wet en het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz en Bhvbz)). Deze richtlijn heeft onder andere als doel om de gezondheid van de mens te beschermen door microbiologische gezondheidsrisico’s te bepalen. Daarbij moet aandacht zijn voor brede publieksparticipatie. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat rapporteert deze gegevens voor Nederland aan de Europese Commissie (EC), die de naleving van de richtlijn controleert. De EC geeft elk jaar per lidstaat een overzicht uit van de zwemwaterkwaliteit. ​​​​​​​Om aan de Europese richtlijn te voldoen is in Nederland het Landelijk Zwemwaterregister (LZR) ontwikkeld.

Het is de taak van de provincie om het publiek te voorzien van algemene en actuele informatie over zwemwater. Dit houdt in: voorlichting over de provinciale zwemwaterlocaties én relevante informatie op de locatie zelf. Tijdens het zwemseizoen, van 1 mei tot 1 oktober, controleren de waterschappen en Rijkswaterstaat de zwemwaterkwaliteit op officiële zwemwaterlocaties. Dit zijn zwemplekken die zijn aangewezen en onderzocht door de provincies, omgevingsdiensten, waterschappen en Rijkswaterstaat. De provincie kan op grond van deze, in het LZR vastgelegde, informatie besluiten over de status van een zwemwaterlocatie. Dit betekent dat de provincie besluit of er wel of niet gezwommen mag worden. Het publiek wordt hierover geïnformeerd via het de openbare website zwemwater.nl. Mede gelet op de grote publieke functie van het LZR in relatie tot gezondheidsrisico’s, is het van belang dat de informatie in het LZR actueel en betrouwbaar is.​​​​​​​

Gebruikers

Het LZR heeft zo’n 500 gebruikers. Dit zijn medewerkers van Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies, regionale uitvoeringsdiensten, maar ook laboratoria die meetresultaten invoeren en enkele hogescholen en universiteiten die de data gebruiken voor onderzoek. Ook de publieksfunctie voorziet in een grote behoefte. Afhankelijk van het weer kunnen bezoekersaantallen in de zomer oplopen tot boven de 150.000 bezoekers per maand. Naast de website is er sinds een aantal jaar ook de zwemwaterapp die gebruik maakt van de informatie van LZR.

Ga naar de website van het Zwemwaterportaal Link opent in nieuw tabblad

Neem contact op met de beheerders (via e-mail) Link opent in nieuw tabblad

Verspreidingskaart

Bijgewerkt op: 29 juli 2025

Hieronder vindt u een overzicht van de verspreiding van wolven in Nederland. De kaart is gemaakt op basis van de bij BIJ12 bevestigde wolvenwaarnemingen en wolvenschade in Nederland. De gevestigde wolvenroedels en zwervende worven zijn in onderstaande kaarten weergegeven. Dit kaarten worden 3 tot 4 keer per jaar geactualiseerd.

Wolvenroedels

Overzicht wolvenindividuen per territoria

01. OVERZICHT Wolfindividuen per territoria over de jaren heen v02.07.2025

Wolvenroedels en zwervende wolven

Gecombineerde verspreidingskaart


Op de kaart zijn niet alle wolvenwaarnemingen binnen de bekende territoria van de wolven weergegeven. Deze wolvenwaarnemingen zijn, binnen de betreffende gebieden, samengevat in één gekleurd wolvenicoon.

Toelichting en leeswijzer kaart

Op de kaart ‘Wolvenmonitoring’ zijn drie typen iconen aangegeven: een gekleurd gebied met wolf, een grijze wolf, een auto en een doorgestreepte pootafdruk.

Degekleurde gebieden met wolf-icoon laten zien waar wolven gevestigd zijn volgens de criteria uit het Interprovinciaal Wolvenplan. Ook duiden deze gebieden aan waar zich een wolvenpaar heeft gevormd en waar in de afgelopen periode DNA-sporen van wolven zijn aangetroffen. De volgende gevestigde wolven zijn in de periode van medio oktober 2024 tot eind februari 2025 via DNA vastgesteld:

  • GW2397m in de Drents-Friese regio;
  • GW3011f en GW3250m in Midden-Drenthe;
  • GW998f op de Noord-Veluwe;
  • GW2666f en GW1428m op de Noordoost-Veluwe;
  • GW2668f en GW2664m op de Noordwest-Veluwe;
  • GW2540f en GW3238m op de Midden-Veluwe;
  • GW2363f op de Zuidoost-Veluwe;
  • GW2435m op de Zuidwest-Veluwe;
  • GW3816f in het noordelijk deel van de Gelderse Vallei;
  • GW4076f en GW3237m op de Utrechtse Heuvelrug.

Verder is in het zuidwesten van de provincie Noord-Brabant ook deze periode het DNA aangetoond van GW3449f. Het territorium van deze wolvin bevindt zich voornamelijk in Vlaanderen maar overschrijdt de grens met Nederland.

Zwervende wolven zijn op de kaart aangegeven met een grijze wolf-icoon. Deze wolven hebben nog geen vast leefgebied gevonden en/of er is nog niet via DNA aangetoond dat deze wolven langer dan zes maanden in Nederland zijn. Het betreffen de zwervende wolven GW2592m, GW3541m, GW3661m (†), GW3691f, GW3692m, GW3833m, GW3874m, GW4008m (†), GW4240m, GW4242m, GW4243f, GW4318m, GW4401f (†), GW4501m, GW4602m, GW4607m, GW4611m (†), GW4680f, GW4684f, GW4686f, GW4687m en GW4696f. Voor zwervende wolven die langere afstanden hebben afgelegd, is op de kaart een stippellijn getrokken tussen de eerste en de laatste locatie waar de wolf via DNA is vastgesteld. Ook zijn eventuele tussenliggende plekken aangegeven waar het dier via DNA is vastgesteld. Het gaat om de wolf GW3689m en wolvin GW3691f. Daarbij moet nadrukkelijk worden opgemerkt dat de lijn op de kaart níét de werkelijke route aangeeft die de wolf heeft afgelegd.

Een auto-icoon geeft aan waar een wolf is omgekomen in het verkeer. In de afgelopen periode zijn in Nederland dertien wolven in het verkeer omgekomen: GW3661m, GW4008m, GW4401f, GW4412m, GW4477m, GW4608f, GW4610m, GW4611m, GW4612m, GW4613m, GW4614f, GW4703f, GW4704m.

Een doorgestreepte pootafdruk-icoon geeft aan waar een wolf vermoedelijk gedood is door een soortgenoot (GW4609f).

Lees meer informatie in de meest recente voortgangsrapportageDeze link opent in een nieuw tabblad

Internationale verspreidingskaart

De wolf is een soort die niet aan landsgrenzen gebonden is. De wolven in Nederland maken naar het oosten deel uit van de Centraal-Europese wolvenpopulatie en naar het zuiden van de Alpiene wolvenpopulatie. Samenwerking tussen de Benelux en Duitsland heeft ertoe geleid dat er een grensoverstijgende kaart van de wolventerritoria is gemaakt. Zo werken overheden samen om wolvenpopulatie in beeld te brengen. Deze kaart kan in de toekomst worden uitgebreid met data uit andere landen.

Ontwikkeling van wolventerritoria

Op de kaart onderaan deze pagina is in beeld gebracht waar wolven in de Benelux en Duitsland de afgelopen jaren zijn waargenomen en hoe zich dat in de tijd heeft ontwikkeld. Op de kaart met wolventerritoria staat aangegeven of het gaat om een individu, een paar of een roedel. Deze kaart geeft een goed beeld van de ontwikkeling in de verspreiding en voortplanting van wolven in de Benelux en Duitsland door de jaren heen. De kaart geeft informatie per wolvenjaar. Een ‘wolvenjaar’ start in mei en loopt tot en met april van het jaar daarop. Hierbij wordt rekening gehouden met de biologie en voortplantingscyclus van de wolf. De afspeelfunctie (het driehoekje rechts van het wolvenjaar 2020/21) geeft een goed beeld van de ontwikkeling van de wolven door de jaren heen.

Bekijk direct de interactieve kaart op volledige grootteDeze link opent in een nieuw tabblad

Samenwerking

De terugkeer van de wolf in de Benelux maakt internationale samenwerking noodzakelijk. Enerzijds voor uitwisseling van informatie, kennis en data en anderzijds voor het maken van onderlinge afspraken over schade, beleid en monitoring. De kaart is ontstaan uit deze samenwerking. Diverse organisaties uit de Benelux en Duitsland hebben hiervoor informatie uitgewisseld.

Wolven in Europa

De kaarten kunnen in de toekomst worden uitgebreid met data uit andere landen. Zodat deze kaart in volgende jaren mogelijk van steeds meer landen de informatie weergeeft. Wolven uit landen als Denemarken, Polen, Frankrijk en de Alpenlanden kunnen immers ook naar de Benelux migreren.

Statische gridcel kaart

Naast de territoriumkaart met een overzicht van gevestigde wolven, zijn ook onderstaande gridcel kaarten gemaakt. Hierop is te zien waar bevestigde wolvenwaarnemingen in de Benelux zijn geregistreerd. Het gaat om zowel gevestigde wolven als wolven die op doortocht zijn, de zogenoemde zwervende wolven. De rasters hebben een schaal van 10 bij 10 kilometer.

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2014 - 2015

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2014 – 2015

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2015 - 2016

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2015 – 2016

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2016 - 2017

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2016 – 2017

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2017 - 2018

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2017 – 2018

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2018 - 2019

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2018 – 2019

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2019 - 2020

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2019 – 2020

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux in de jaren 2020 - 2021

Illustratie van de verspreiding van de wolf in de Benelux 2020 – 2021

 

Gevestigde wolven

Wolvenroedel Wolvenindividu Voor het eerst via DNA vastgesteld in Nederland
Drents-Friese regio GW2090f  April 2021 
Drents-Friese regio GW2397m  September 2021 
Drents-Friese regio GW3689m Oktober 2023 
Drents-Friese regio GW3815f  November 2023 
Drents-Friese regio GW4009m December 2023 
Drents-Friese regio GW4606m December 2023 
Drents-Friese regio GW4612m † November 2024
Drents-Friese regio GW4692m Januari 2025
Midden-Drenthe GW3011f   September 2022 
Midden-Drenthe GW3250m  April 2023 
Midden-Drenthe GW4502m September 2024
Midden-Drenthe GW4503m Oktober 2024
Midden-Drenthe GW4506f Augustus 2024
Midden-Drenthe GW4697f Januari 2025
Midden-Drenthe GW998f  Mei 2018 
Noord-Veluwe  GW893m  Januari 2019 
Noord-Veluwe GW3694f Oktober 2023 
Noord-Veluwe GW3878m November 2023 
Noord-Veluwe GW4007f Februari 2024
Noord-Veluwe GW4613m † Oktober 2024
Noord-Veluwe GW4691f Fenbruari 2025
Noord-Veluwe GW4703f † Januari 2025
Noordoost-Veluwe GW2666f December 2021   
Noordoost-Veluwe GW1428m December 2019
Noordoost-Veluwe GW4681m December 2024
Noordoost-Veluwe GW4682m December 2024
Noordoost-Veluwe GW4683f December 2024
Noordoost-Veluwe GW4704m † Februari 2025
Noordoost-Veluwe GW4685m Februari 2025
Noordwest-Veluwe GW2668f   Maart 2022 
Noordwest-Veluwe GW2664m  Maart 2022 
Noordwest-Veluwe GW4003m Januari 2024
Noordwest-Veluwe GW4505f September 2024
Noordwest-Veluwe GW4603f November 2024
Noordwest-Veluwe GW4604f November 2024
Noordwest-Veluwe GW4702f Januari 2025
Noordwest-Veluwe GW2540f  April 2022 
Noordwest-Veluwe GW3238m    Februari 2023 
Noordwest-Veluwe GW4610m † November 2024
Noordwest-Veluwe GW4694f (nakomeling MVR) Januari 2025
Noordwest-Veluwe GW4698f November 2024
Midden-Veluwe  GW4699f November 2024
Midden-Veluwe GW4700m Oktober 2024
Midden-Veluwe GW4701f Januari 2025
Zuidoost-Veluwe GW2363f  Mei 2021 
Zuidoost-Veluwe GW1889m September 2020 
Zuidoost-Veluwe GW4507f Augustus 2024
Hoge Veluwe e.o.  Status onbekend
Zuidwest-Veluwe GW2435m November 2022 
Zuidwest-Veluwe GW3876f December 2023 
Zuidwest-Veluwe GW4605m November 2024
Zuidwest-Veluwe GW4608f † December 2024
Zuidwest-Veluwe GW4609f † November 2024
Zuidwest-Veluwe GW4614f † November 2024
Zuidwest-Veluwe GW4690m Febuari 2025
Zuidwest-Veluwe GW4693m Januari 2025
Gelderse Vallei-Noord GW3816f  November 2023 
Gelderse Vallei-Noord GW4688m December 2024
Gelderse Vallei-Noord GW4689m Januari 2025
Utrechtse Heuvelrug  GW4076f  Januari 2024
Utrechtse Heuvelrug GW3237m   April 2023 
Utrechtse Heuvelrug GW4412m † Augustus 2024
Utrechtse Heuvelrug GW4413m Augustus 2024
Utrechtse Heuvelrug GW4415m Juli 2024
Utrechtse Heuvelrug GW4477m † Oktober 2024
Utrechtse Heuvelrug GW4504f Augustus 2024
Zuidwest-Brabant GW3449f April 2024

Veelgestelde vragen

Wordt het DNA van wolven altijd op individu onderzocht?

De individubepaling (welke wolf) gebeurt bij alle schade binnen een raster dat voldoet aan de adviesnorm en bij alle schade buiten bekend wolvengebied.

Bij schade in bekend wolvengebied en binnen een raster dat niet voldoet aan de adviesnorm, wordt het DNA alleen op individu onderzocht als er informatie over gevestigde wolven in dat gebied ontbreekt.

Waarom wordt er pas in september gecommuniceerd over welpen?

Wolvenwelpen worden geboren in het voorjaar. Er wordt bewust pas verslag gedaan over welpen in de voortgangsrapportage van september.

Wolvenwelpen zijn van nature niet schuw. Pas naarmate ze ouder worden, leren ze dit gedrag van hun ouders. In de eerste maanden zijn wolvenwelpen daardoor erg verstoringsgevoelig. Berichtgeving over welpen veroorzaakt extra aandacht en kan tot gevolg hebben dat mensen op zoek gaan naar de welpen. De aanwezigheid van (meer) mensen in de buurt van de welpen, verhoogt de kans dat de ouderdieren de welpen niet durven te benaderen of te verplaatsen. Dit kan er vervolgens voor zorgen dat de welpen onderkoeld raken, worden aangevallen door een vos en/of dat jonge wolven wennen aan de aanwezigheid van mensen. Daarom is het, op basis van de Omgevingswet, belangrijk om dergelijke verstoring zoveel mogelijk te beperken.

Aan het einde van de zomer zijn de welpen groter en sterker. Bovendien verplaatsen de welpen zich dan in een groter gebied. Er is dan dus minder kans op de verstoring van welpen.

  • De basisregels over wat te doen bij het tegenkomen van een wolf zijn van toepassing in alle wolvenleefgebieden.
  • In de jaarlijkse voortgangsrapportage van september wordt verslag gedaan over de aanwezigheid van welpen. De welpen zijn dan groter en sterker en verplaatsen zich door een groter gebied.
Hoe zijn wolven in Nederland terecht gekomen?

Wolvenpopulaties breiden zich op natuurlijke wijze uit. De laatste decennia is een Centraal-Europese populatie ontstaan met een origine in Noordoost-Polen. Deze populatie breidt zich via Duitsland verder uit in westelijke richting, waarbij wolven uit deze populatie zich recentelijk ook achtereenvolgens in Denemarken, Nederland en België hebben gevestigd. Genetisch onderzoek toont aan dat veruit de meeste van de waargenomen wolven in Nederland afkomstig zijn uit de Centraal-Europese populatie. Er zijn in Nederland enkele individuen waargenomen die afkomstig waren uit een andere wolvenpopulatie: de Alpiene wolvenpopulatie uit de regio Italië, Zwitserland en Frankrijk.

Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in NederlandDeze link opent in een nieuw tabblad

Lees bij wet- en regelgeving meer over de illegaliteit en de straf voor het uitzetten van wolven.

Is van alle wolven het DNA bekend?

Nee, DNA-profielen worden gemaakt op basis van DNA-onderzoek na een aanval op vee of bij monitoring, zoals bijvoorbeeld DNA-onderzoek van gevonden drollen. Niet iedere wolf valt vee aan en niet van alle wolven worden drollen gevonden. Ook worden er ieder jaar weer welpen geboren waarvan het soms enkele jaren duurt voordat daar DNA-gegevens van worden aangetroffen.

Hoeveel dode wolven zijn er in Nederland aangetroffen?

Een overzicht van aangereden en/of dode wolven in Nederland is te vinden op de pagina dode wolven.

Waar hebben wolven zich in Nederland gevestigd?

De eerste wolf vestigde zich in 2018 op de Noord-Veluwe. Begin 2019 voegde zich hier een tweede wolf bij. Dit paartje kreeg sinds 2019 ieder jaar jongen. De afgelopen jaren ontstonden er meer wolvenroedels- en paren. In ons land leven op dit moment elf wolvenroedels. Dit zijn wolvenparen die jongen hebben gehad.

Zeven roedels hebben hun territoria op de Veluwe: in het gebied van de Noordwest-Veluwe, Noord-Veluwe, Noordoost-Veluwe, Midden-Veluwe, Park de Hoge Veluwe, Zuidwest-Veluwe en Zuidoost-Veluwe. Vier andere roedels leven in het grensgebied Fryslân-Drenthe-Overijssel, in Midden-Drenthe, in het noordelijk deel van de Gelderse Vallei en op de Utrechtse Heuvelrug. In het grensgebied tussen Noord-Brabant en Limburg leefde afgelopen jaren ook een solitaire wolf. Vlak over de grens met Duitsland en België bevinden zich ook diverse wolventerritoria. Zoals de Vlaamse Hechtel-Eksel roedel en het leefgebied van een solitaire wolf op de grens tussen Vlaanderen en Zuidwest-Brabant.

Zwervende wolven die op zoek zijn naar een eigen leefgebied kunnen in een groot deel van Nederland voorkomen.

De meest actuele informatie over het gevestigde wolven leest u de verspreidingskaart of de voortgangsrapportage die BIJ12 een paar keer per jaar uitbrengt.

Zijn wolven in Nederland uitgezet?

Er is tot nu geen enkele aanwijzing dat er wolven in Nederland uitgezet zijn. Dankzij genetisch onderzoek zijn de meeste waargenomen wolven in Nederland te herleiden naar hun oorspronkelijke roedel. Van de wolven waarvoor dat niet mogelijk was, kan met genetisch onderzoek wel worden aangetoond uit welke wolvenpopulaties zij afkomstig zijn.

Wat is het verschil tussen gevestigde en zwervende wolven?

We maken onderscheid tussen gevestigde en zwervende wolven. Van een gevestigde wolf is sprake als deze minimaal 6 maanden in dezelfde regio of hetzelfde gebied via DNA aantoonbaar aanwezig is. Voor zwervende wolven is dat nog niet het geval. Nakomelingen worden niet gerekend als gevestigde wolven, aangezien zij nog kunnen optrekken met de ouderlijke roedel of (vanaf ongeveer het tweede levensjaar) op zoek gaan naar een eigen territorium. Dit kan zich in de buurt van de ouderlijke roedel bevinden of verder weg. Voor de zwervende wolven is het vaak onbekend of deze wolven momenteel nog in Nederland aanwezig zijn.

Hoeveel wolven leven er in Nederland?

Het is niet exact te bepalen hoeveel wolven er in Nederland leven. Dat komt doordat wolven grote afstanden afleggen, soms geen sporen achterlaten en Nederland in- en uitlopen. Wel kan een schatting van het minimale aantal gevestigde wolven gemaakt worden op basis van DNA-resultaten en door het Wolvenmeldpunt gevalideerde waarnemingen.

Met de toename van het aantal wolven in Nederland wordt het ingewikkelder om zo’n schatting te maken. Het wordt voor wolven namelijk steeds moeilijker om een geschikt territorium te vinden. Daardoor komt het vaker voor dat nakomelingen en zwervende wolven, die op zoek zijn naar een eigen territorium, langere tijd aan de rand van bestaande territoria rondlopen. Als er een plek vrijkomt kunnen zij die snel innemen. Dit kan voorkomen wanneer een gevestigde wolf doodgaat of wegtrekt. Soms proberen nakomelingen of zwervende wolven alsnog een territorium tussen bestaande territoria te vestigen.

Op camerabeelden zijn wolven meestal niet individueel te herkennen, daarnaast is niet altijd de hele roedel in beeld. In gebieden waar veel wolven op zoek zijn naar een eigen territorium, bemoeilijkt dit het vaststellen van het aantal gevestigde wolven. Pas als er DNA van de welpen is gevonden, kan met zekerheid worden bepaald welke wolven het ouderpaar vormen en hoeveel gevestigde roedels er in een gebied zijn. Vaak wordt dit DNA pas gevonden als de welpen al wat ouder zijn en met de roedel meelopen.

Op basis van de bij het Wolvenmeldpunt van BIJ12 bekende en gevalideerde gegevens, zijn er op dit moment in Nederland naar schatting 13-14 roedels (ouderparen) en één solitaire gevestigde wolvin in Nederland. Bij 10 roedels is de afgelopen maanden via het Wolvenmeldpunt bevestigd dat er welpen geboren zijn, in totaal zijn er minimaal 45 welpen op gevalideerde camerabeelden aangetoond. Het aantal wolventerritoria in Nederland is ten opzichte van vorig jaar dus toegenomen. In september 2024 waren er 11 roedels en 2 solitaire gevestigde wolven.

Een door WENR uitgevoerde habitatgeschiktheidsanalyseDeze link opent in een nieuw tabblad laat zien dat er in Nederland plaats is voor ten minste 23 roedels.

Wat zijn hybride wolven en komt hybridisatie voor in Nederland?

Een wolf-hondhybride is een dier dat is ontstaan uit een kruising tussen een wolf en een hond. Alle wolven hebben een heel klein percentage honden-DNA (minder dan 5%). Dat komt doordat er in de afgelopen duizenden jaren soms kruisingen waren. Deze wolven worden niet gezien als hybriden.

In Nederland zijn bij meldingen van veeschade bij BIJ12 sinds 2019 met DNA-onderzoek twee gehouden hybriden gevonden (een gehouden wolfhond met eigenaar). Er is nog nooit een hybride wolf in het wild aangetroffen. In Nederland zijn geen loslopende zwerfhonden. Daardoor is de kans dat een wolf en een hond lang genoeg samen zijn om zich te kunnen voortplanten erg klein.

DNA-onderzoek naar hybride wolven

Ook in andere landen van de Europese Unie wordt het DNA van wolven goed onderzocht. Zo kunnen onderzoekers zien of er sprake is van een kruising tussen een wolf en een hond (hybridisatie). Kruisingen tussen wolven en honden zijn niet gewenst, omdat het invloed heeft op de erfelijke eigenschappen van wolven in Europa.

In Nederland wordt bij DNA-onderzoek eerst bepaald of een landbouwhuisdier is verwond of gedood door een wolf of door een ander dier. Als het DNA (op basis van het haplotype) laat zien dat er misschien sprake is van een kruising tussen een wolf en een hond, meldt het onderzoekslaboratorium dit bij BIJ12 en de provincie. Dit geldt ook voor de DNA-analyse bij aangereden of dood gevonden wolven. Daarna kan extra onderzoek worden gedaan om zeker te weten of en om wat voor hybride wolf het gaat. Dit extra onderzoek heet een SNP-analyse.

In Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in NederlandDeze link opent in een nieuw tabblad wordt een uitgebreide uitleg gegeven over het testen van DNA op hybridisatie.

Aangetroffen wolven in Nederland

Van de wolven waarvan DNA in Nederland is gevonden, weten we vaak waar ze vandaan komen. Daarmee kunnen onderzoekers zien bij welke roedel de wolf hoort en wie de ouders zijn. Vaak zijn ook de grootouders van de wolf bekend. Als dit allemaal zuivere wolven zijn, kunnen onderzoekers uitsluiten dat het gaat om een kruising tussen een wolf en een hond (hybridisatie).

Dit soort DNA-onderzoek, waarbij per dier wordt vastgesteld welke wolf het is, heet individubepaling. Dit onderzoek wordt een paar keer per jaar uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium in opdracht van BIJ12 en de provincies.

Onderzoek door provincie Gelderland

Provincie Gelderland liet in 2023 een extra onderzoekDeze link opent in een nieuw tabblad doen naar kruisingen tussen wolven en honden (hybridisatie) en de afkomst van wolven in Nederland. In dit DNA-is ook geen hybridisatie aangetoond. De Nederlandse wolven blijken het meest te lijken op wolven uit Duitsland en Polen.

Gedrag hybride wolf

Een hybride wolf is niet minder wild dan een gewone wolf. Een dier dat in het wild opgroeit, gedraagt zich als een wild dier. Een hybride wolf heeft dus niet meer of minder angst voor mensen. Een verwilderde hond kan zich net zo wild gedragen als een wolf.

Meer informatie is te lezen in:

Factfindingstudy / Feitenonderzoek – De wolf terug in NederlandDeze link opent in een nieuw tabblad
Rapport over de juridische bescherming van de wolfDeze link opent in een nieuw tabblad

Downloads

Wolvenplan 2025

Laatst bijgewerkt op: 18-04-2025
Download bestand Wolvenplan 2025

Wolvenplan 2025 – Bijlage Interventierichtlijnen

Laatst bijgewerkt op: 18-04-2025
Download bestand Wolvenplan 2025 – Bijlage Interventierichtlijnen

Flyer voor dierhouders na wolvenschade aan vee

Laatst bijgewerkt op: 09-01-2025
Download bestand Flyer voor dierhouders na wolvenschade aan vee

Richtlijn taxatie wolvenschade

Laatst bijgewerkt op: 23-02-2026
Download bestand Richtlijn taxatie wolvenschade

Rapport Populatieontwikkeling en verspreiding van de wolf in Nederland

Laatst bijgewerkt op: 26-08-2024
Download bestand Rapport Populatieontwikkeling en verspreiding van de wolf in Nederland

Kuddebewakingshonden Hondenrassenwijzer (Canine Efficiency)

Download bestand Kuddebewakingshonden Hondenrassenwijzer (Canine Efficiency)

Pilot Kuddewaakhonden in de Nederlandse Schapenhouderij (2019)

Download bestand Pilot Kuddewaakhonden in de Nederlandse Schapenhouderij (2019)

Monitoringsplan wolf – veld- en labprotocollen

Download bestand Monitoringsplan wolf – veld- en labprotocollen

Bronbestand met bevestigde wolvenschade

Laatst bijgewerkt op: 23-03-2026
Download bestand Bronbestand met bevestigde wolvenschade